← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:8239

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 7843320 CV EXPL 19-13447 vonnis van: 7 november 2019 fno.: 393 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de stichting Stichting Waternet gevestigd te Amsterdam eiseres nader te noemen: Stichting Waternet gemachtigde: Dw H.J. Jansen t e g e n [gedaagde] gevestigd te [woonplaats] gedaagde niet verschenen Verloop van de procedureBij exploot van dagvaarding van 17 juni 2019heeft eisende partij gevorderd dat gedaagde partij zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 31,00 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven. Gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend. Gedaagde partij is consument, althans wordt vermoed consument te zijn. Bij tussenvonnis van 1 augustus 2019 is eisende partij in de gelegenheid gesteld om het bijgevoegde informatieformulier in te vullen, dit ingevulde formulier en de daarin aangeven stukken in het geding te brengen en een kopie hiervan aan gedaagde partij te sturen met de mededeling dat deze hierop kan reageren. Eisende partij heeft op 29 augustus 2019 een akte ingediend. Gedaagde partij heeft niet gereageerd. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. Gronden van de beslissingEisende partij vordert betaling van € 31,00 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Daaraan voldoet de dagvaarding niet. Eisende partij stelt bij dagvaarding slechts – kort weergegeven - dat zij krachtens de Drinkwaterwet exclusief belast is met het leveren van water door de leidingen in de gemeente Amsterdam en in een deel van de provincies Utrecht en Noord-Holland. Zij heeft aan gedaagde partij water geleverd, waarvoor de gedaagde partij de overeengekomen vergoeding verschuldigd is. Eisende partij citeert in haar dagvaarding de datum, dossiernummer en het verschuldigde voorschotbedrag aan verbruik van water. Bij dagvaarding is niet gesteld en is ook niet gebleken dat en hoe eisende partij een overeenkomst tot het leveren van water met gedaagde partij heeft gesloten. Eisende partij is vervolgens in de gelegenheid gesteld haar vordering alsnog te onderbouwen met alle voor de beslissing van belang zijnde feiten door invulling van de vragen van het toegezonden formulier, waar nodig de vragen toe te lichten en de daarin aangegeven stukken in het geding te brengen. Eisende partij heeft bij akte onder meer gesteld dat er een overeenkomst tot stand is gekomen die online of schriftelijk is gesloten. Gedaagde partij ontvangt per mail een overzicht van de ingevulde gegevens. Eisende partij kan deze aanmelding niet produceren. Zij verwijst naar artikel 6 van haar algemene voorwaarden. Er wordt, zo stelt eisende partij, geleverd aan gedaagde partij en deze heeft het water verbruikt, zodat sprake is van aanbod en aanvaarding waardoor er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Eisende partij heeft als productie onder meer een voorschotfactuur en een jaarafrekening drinkwater overgelegd, waaruit blijkt dat het in rekening gebrachte waterverbruik over 2018 niet is betaald. Op grond van artikel 7:7 lid 2 BW ontstaat er voor consumenten geen betalingsverplichting voor het leveren van (in dit geval) drinkwater, indien deze niet om levering heeft gevraagd. Het uitblijven van een reactie van de consument op de ongevraagde levering wordt niet als aanvaarding aangemerkt. De enkele omstandigheid dat eisende partij water aan gedaagde partij heeft geleverd levert derhalve geen betalingsverplichting op. Eisende partij dient aan te tonen, of in ieder geval door middel van stukken en een deugdelijke toelichting aannemelijk te maken, dat er tussen partijen een overeenkomst tot levering van water tot stand is gekomen. Dit kan bijvoorbeeld door het overleggen van een overeenkomst of een kopie van de e-mail met de bevestiging van de aanvraag. Indien dat door omstandigheden niet mogelijk is, is het aan eisende partij om dat nader toe te lichten en kan in sommige gevallen ook worden volstaan met het overleggen van bewijsstukken van door gedaagde partij gedane betalingen van de waterlevering of andere blijken van het door gedaagde partij naleven van een overeenkomst, zoals het opgeven van meterstanden. Zij heeft als productie twee facturen, en een kopie van een onbetaald gelaten jaarrekening overgelegd, maar in de akte niet toegelicht. Eisende partij heeft in haar akte echter niets gesteld met betrekking tot omstandigheden waaruit het bestaan van een overeenkomst kan worden afgeleid en daarin ook niet naar producties verwezen waaruit deze blijken. Het had op de weg van eisende partij gelegen om, indien zij geen overeenkomst, dan wel een kopie van een aanmelding kan overleggen, te onderbouwen dat er omstandigheden zijn waaruit er in onderhavig geval kan worden afgeleid dat er voor gedaagde partij een betalingsverplichting kan zijn voor het eisende partij geleverde water. Het enkel overleggen van voornoemde producties zonder nadere toelichting op deze producties volstaat niet. Mitsdien wordt de vordering als onvoldoende onderbouwd afgewezen. Mitsdien wordt beslist als volgt. Beslissing De kantonrechter: wijst de vordering af; veroordeelt eisende partij in de proceskosten die aan de zijde van gedaagde partij tot op heden begroot worden op nihil. Aldus gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.