vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13-730026-18 Datum uitspraak: 23 januari 2019 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, wonende op het adres [woonadres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari
- Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. Z. Trokic, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. C.J.M. den Blanken, naar voren hebben gebracht. 2Beschuldiging 2.
- Verdachte word er – kort gezegd – van verdacht dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
- het voorhanden hebben van drie vuurwapens en munitie
- witwassen van ruim 2 miljoen euro
- voorbereiden van handel in verdovende middelen door het voorhanden hebben van diverse goederen die in verband kunnen worden gebracht met drugshandel. 2.
- De volledige tekst van de beschuldiging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de gehele beschuldiging. Hoewel hij twijfelt aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn de beschikbare bewijsmiddelen onvoldoende om tot een bewezenverklaring van de feiten te komen. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. 4Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft hierbij onder meer aangevoerd dat bij de eerste raadkamer gevangenhouding door de rechtbank is overwogen dat er ernstige bezwaren bestaan, maar dat het onderzoek meer aanwijzingen in de richting van verdachte moet opleveren. In het nadere onderzoek is echter geen nieuw bewijs tegen verdachte gevonden. Het feit dat de goederen zich in zijn bedrijfspand bevonden en dat verdachte kort in de kantoorruimte B5, waar later het geld is aangetroffen, is geweest, is onvoldoende om vast te stellen dat verdachte wetenschap had van de goederen of beschikkingsmacht daarover had. Ook is niet gebleken van betrokkenheid bij de voorbereiding van drugshandel of het voorhanden hebben van goederen die zien op drugshandel. 5Vrijspraak De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Niet is gebleken dat verdachte wist dat in het pand wapens aanwezig waren. Ook is niet vast komen te staan dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van een grote hoeveelheid geld of dat hij daar op enig moment beschikkingsmacht over had. Dit geldt eveneens voor de drugs-gerelateerde goederen. 6Motivering van de maatregel Onttrekking aan het verkeer De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen vuurwapens worden onttrokken aan het verkeer. De rechtbank overweegt als volgt. Onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerpen is mogelijk in geval van vrijspraak van de verdachte. Wel zal bij rechterlijke uitspraak moeten worden vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan. Verdachte wordt ervan verdacht samen met medeverdachte [medeverdachte] drie vuurwapens voorhanden te hebben gehad. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken. Medeverdachte [medeverdachte] zal worden veroordeeld, onder meer voor het voorhanden hebben van de vuurwapens. [medeverdachte] heeft verklaard deze voorhanden te hebben gehad en de vuurwapens zijn ook aangetroffen in de ruimtes waar [medeverdachte] op dat moment toegang tot had. De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten drie vuurwapens, zijnde een pistool, type Beretta 5000s, een pistool type BBM 315 Auro en een revolver, type Smith & Wesson 66, die onder verdachte in beslag zijn genomen, dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien deze voorwerpen zijn aangetroffen in het onderzoek naar de misdrijven waarvan verdachte wordt verdacht, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. 7Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht. 8Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart onttrokken aan het verkeer: Een pistool, Beretta 5000s Een pistool, BBM 315 auro Een revolver, Smith&Wesson 66 Dit vonnis is gewezen door mr. B. Vogel, voorzitter, mrs. F.W. Pieters en A.C.J. Klaver rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M.M. van Leuven, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 januari
- [(...)]