RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/20222-19 Datum uitspraak: 20 november 2019 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] , gedetineerd in het [detentieplaats] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 november 2019. Verdachte was hierbij aanwezig. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. de Graaf, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. C.C. Polat, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 19 augustus 2019 te Amsterdam opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 28 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 3Waardering van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie Op grond van het procesdossier kan worden bewezen dat verdachte cocaïne heeft vervoerd. Verdachte heeft verklaard dat hij de afspraak heeft gemaakt om drugs voor geld te vervoeren. Het zou daarbij om hasj of cocaïne gaan. Hij wist dus dat hij of cocaïne, of hasj zou vervoeren en heeft daardoor ook het opzet gehad op het vervoeren van die cocaïne. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de bewezenverklaring. Verdachte heeft bekend de cocaïne te hebben vervoerd. 3.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het vervoeren van cocaïne. Verdachte heeft bekend dat hij, in ruil voor geld, drugs zou vervoeren. Hij heeft daarvoor een busje geregeld en laten ombouwen. De afspraak was dat hij cocaïne of hasj zou vervoeren. Verdachte heeft daarmee het opzet gehad op het vervoeren van cocaïne. Dat verdachte op 19 augustus 2019 niet wist of hij toen cocaïne of hasj vervoerde, maakt dat, mede gelet op zijn onverschilligheid daartoe door het niet vooraf te vragen, niet anders. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 19 augustus 2019 te Amsterdam opzettelijk heeft vervoerd ongeveer 28 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 5Bewijs Dit vonnis betreft een zogenaamd verkort vonnis. De rechtbank zal de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring is gebaseerd uitwerken als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld. 6Strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straf 8.1 Eis van de officier van justitie Verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftig maanden, met aftrek van voorarrest. 8.2 Strafmaatverweer van de verdediging De eis moet sterk worden gematigd nu er redenen zijn om af te wijken van de oriëntatiepunten die rechters hanteren. Verdachte heeft namelijk geen strafblad en heeft een verkeerde keuze gemaakt. Hij heeft vanaf het begin openheid van zaken gegeven en het feit bekend. Hij heeft slechts een beperkte rol vervuld als loopjongen. Voor de ondergeschikte rol van bestuurder worden mensen ingezet waarvan het niet erg is als zij worden opgepakt. Daarnaast dient de straf te worden gematigd omdat verdachte net vader is geworden van zijn derde kind. Het onvoorwaardelijke deel van de straf moet daarom gematigd worden tot zesendertig maanden of een deel van de geëiste straf moet voorwaardelijk worden opgelegd. 8.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder het feit is begaan, en heeft daarbij gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van een grote hoeveelheid cocaïne in een verborgen ruimte van een auto. Verdachte heeft speciaal daarvoor een auto geregeld en die auto laten ombouwen, om zo de illegale lading uit het zicht te houden. De aanwezigheid van zo’n grote hoeveelheid in een verborgen ruimte duidt op betrokkenheid bij grootschalige cocaïnehandel. Cocaïne is niet alleen zeer schadelijk voor de volksgezondheid, maar werkt ook verslavend met alle gevolgen van dien voor de maatschappij. De harddrugshandel gaat bovendien gepaard met zeer gewelddadige criminaliteit die de maatschappij ontwricht en in Amsterdam in het bijzonder regelmatig tot ernstige incidenten leidt. Ondanks de relatief kleine rol van verdachte als ‘loopjongen’ in het geheel, heeft verdachte als koerier een rol gehad in die keten van de handel in harddrugs. De rechtbank houdt rekening met de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en zoekt aansluiting bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting waarbij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijftig maanden passend wordt geacht. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of er omstandigheden zijn op grond waarvan in het voordeel of het nadeel van verdachte van dit uitgangspunt moet worden afgeweken. De rechtbank weegt daarbij mee dat verdachte meteen openheid van zaken heeft gegeven. Hij heeft vanwege zijn financiële problemen de keuze gemaakt om contact te zoeken met ‘verkeerde jongens.’ Hij heeft daarbij alleen gehandeld uit winstbejag.Gelet op zijn hiervoor genoemde acties kan gezegd worden dat sprake is van berekenend handelen. Tegelijkertijd heeft verdachte onverschillig en impulsief gehandeld en geen of onvoldoende rekening gehouden met de consequenties voor hemzelf en voor zijn gezin met drie jonge kinderen. Uit het reclasseringsrapport van 23 september 2019 blijkt dat verdachte ook door zijn familie wordt omschreven als iemand die impulsief handelt en onvoldoende rekening houdt met eventuele gevolgen. Uit het rapport komt naar voren dat verdachte erg teleurgesteld is omdat hij geen VOG kan krijgen om als taxichauffeur te gaan werken. Hij wil graag werken en geld verdienen en is gefrustreerd dat dat niet kan in de taxibranche. Vanuit financiële overwegingen heeft hij vervolgens een verkeerde keuze gemaakt. De reclassering adviseert dat verdachte aan het eind van zijn detentie deelneemt aan een gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden zoals een Cova-training. De rechtbank heeft ook gekeken naar het strafblad van verdachte van 14 oktober 2019 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Dit strafblad vormt dus geen reden om aan verdachte een hogere of lagere straf op te leggen. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een lange gevangenisstraf in het geval van verdachte niet zinvol is. Van belang is dat hij een training volgt die zich richt op cognitieve vaardigheden zodat hij minder impulsief leert te handelen en leert de gevolgen in te zien van zijn gedrag en daar naar leert handelen. Op zitting heeft verdachte verklaard enorm veel spijt te hebben van wat hij heeft gedaan. Hij neemt de verantwoordelijkheid voor zijn handelen, heeft gezegd dit nooit meer te willen en zegt bereid te zijn een advies van de reclassering op te volgen. Op de rechtbank is dit oprecht overgekomen. Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank tot oplegging van een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist en ziet de rechtbank aanleiding om af te wijken van de oriëntatiepunten. Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 35 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden. 9Beslag Onder verdachte is het volgende in beslag genomen: - 1 STK Bestelauto [kenteken] (Omschrijving: 5794989, merk: Renault Kangoo, chassisnr: [nummer] ) De inbeslaggenomen auto behoort niet aan verdachte toe en zal daarom aan de rechthebbende worden geretourneerd. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. 11Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 35 (vijfendertig) maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Gelast de teruggave aan de rechthebbende van: - 1 STK Bestelauto [kenteken] (Omschrijving: 5794989, merk: Renault Kangoo, chassisnr: [nummer] ) Dit vonnis is gewezen door mr. J. Knol, voorzitter, mrs. F.W. Pieters en J.G. Vegter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Mud, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 november 2019.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.