← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:9733

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13-185596-18 Datum uitspraak: 12 november 2019 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1990, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres]. 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 26 april 2019 en 12 november 2019. Verdachte en zijn raadsman waren beiden op de zitting van 26 april 2019 aanwezig. Op de zitting van 12 november 2019 was alleen de gemachtigde raadsman van verdachte aanwezig. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A.M. Lobregt, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. V.G. Kraal, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat verdachte: op of omstreeks 11 april 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op de Alexander Dumaslaan, in elk geval op of aan een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [persoon] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, naar voornoemde [persoon] is toegegaan waarvoor/waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader: - naar/richting de telefoon in de hand van voornoemde [persoon] heef/hebben gegrepen en/of - voornoemde [persoon] in/tegen het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of geduwd (ten gevolge waarvan voornoemde [persoon] is gevallen) en/of - (terwijl voornoemde [persoon] op de grond lag) op voornoemde [persoon] is gaan zitten en/of (vervolgens) een slaande/stompende beweging in de richting van het gezicht/hoofd van voornoemde [persoon] heeft gemaakt en/of - voornoemde [persoon] dreigend de woorden heeft toegevoegd: “Je mag de politie niet bellen”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - eenmaal of meermalen zijn hand(en) bij zijn broeksband heeft gehouden waardoor voornoemde [persoon] dacht dat zich daar een wapen bevond; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: op of omstreeks 11 april 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [persoon] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het: - slaan en/of stompen en/of duwen in/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [persoon] (ten gevolge waarvan voornoemde [persoon] ten val is gekomen); 3Vrijspraak Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De aangifte van [persoon] lijkt maar ten dele in overeenstemming met de camerabeelden, terwijl aangever bovendien de twee mannen die hem hadden benaderd, waaronder verdachte, door elkaar lijkt te hebben gehaald. Het blijft onduidelijk wat zich aldaar op straat heeft afgespeeld en wat precies de intenties van verdachte zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte samen met de andere man [persoon] heeft proberen te beroven. De rechtbank acht daarom het tenlastegelegde niet bewezen, en zal verdachte daarvan vrijspreken. 4Vordering benadeelde partij De benadeelde partij [persoon] zal in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet is toegepast. 5Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart de benadeelde partij, [persoon], niet-ontvankelijk in zijn vordering. Dit vonnis is gewezen door mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter, mrs. C.C.M. Oude Hengel en V.V. Essenburg, rechters, in tegenwoordigheid van B. de Hoogh, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 november 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.