← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:9815

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751709-19 RK nummer: 19/4705 Datum uitspraak: 6 december 2019 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 augustus 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 13 juni 2019 door de Rechtbank van eerste aanleg Kleve (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [naam opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, adres: [adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 25 oktober 2019 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 oktober

  1. De behandeling heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam. Zij heeft betoogd dat zij telefonisch van de Duitse advocaat heeft vernomen dat de Duitse officier van justitie akkoord is met intrekking van de zaak indien de opgeëiste persoon het geld terugbetaalt. De raadsvrouw heeft verzocht de behandeling van de vordering aan te houden. Tevens heeft zij verklaard geen verweren te voeren tegen de verzochte overlevering aangezien het EAB aan de daaraan te stellen voorwaarden voldoet. De rechtbank heeft allereerst de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen vervolgens voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens geschorst tot 22 november 2019 om de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen intrekking van het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit te bewerkstelligen. Op 21 november 2019 heeft de Staatsanwältin (officier van justitie) verbonden aan het parket te Kleve (Zweigstelle Moers) per e-mail meegedeeld dat het verzoek tot overlevering wordt gehandhaafd. Het EAB is niet ingetrokken. Zitting 22 november 2019 Op 22 november 2019 heeft de rechtbank, met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling, het onderzoek hervat in de stand waarin het zich ten tijde van de schorsing bevond. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. R. Vorrink, de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw. De rechtbank heeft een hernieuwd aanhoudingsverzoek dat ten doel had de opgeëiste persoon in staat te stellen in vrijheid de zitting op 29 november 2019 in Kleve, Duitsland, bij te wonen, ter zitting afgewezen. De opgeëiste persoon is voor die zitting gedagvaard, zo is gebleken uit door de Duitse advocaat opgestuurde stukken. Zitting 6 december 2019 Na sluiting van het onderzoek is bericht binnengekomen afkomstig van de Staatsanwaltschaft Kleve en gedateerd 29 november 2019, inhoudende dat het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken. De rechtbank is hiervan op 2 december 2019 op de hoogte gekomen. Zij heeft hierin aanleiding gezien om op 6 december 2019 het onderzoek te heropenen. Vervolgens heeft zij direct uitspraak gedaan. 3Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft op 22 november 2019 de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting bevestigd dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van de Rechtbank van eerste aanleg Kleve van 30 augustus 2018 (dossiernummer: 13 Ls 29/18). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan negen naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn als volgt omschreven in onderdeel e) van het EAB: Daadtijd/daadperiode: 22-11-2016 – 30-11-2016 Daadplaats: Kleve Toedracht: in de daadperiode bood de aangeklaagde via de internetsite [naam] diverse vakantiebungalows en –huisjes in Oostenrijk en Frankrijk aan, ofschoon de aangeklaagde noch van plan noch in staat was, de verhuurde objecten ter beschikking te stellen, omdat deze aan de aangegeven adressen niet existent waren. Nadat de benadeelden de huur vooraf op een rekening bij de Deutsche Bank met de [rekeningnummer] hadden betaald, werden de bedragen op een rekening bij de Postbank met de [rekeningnummer 2] overgeschreven. Houder van beide rekeningen was de [naam bedrijf] , waarvan de enige beheerder de aangeklaagde was. Hierbij handelde het zich in detail om de volgende gevallen: 22-11-2016 Benadeelde: [benadeelde 1] van de benadeelde: 2.385,00 Euro 22-11-2016 Benadeelde: [benadeelde 2] van de benadeelde: 657,00 Euro 23-11.2016 Benadeelde: [benadeelde 3] van de benadeelde: 1.089,00 Euro 23-11-2016 Benadeelde: [benadeelde 3] van de benadeelde: 1.197,00 Euro 26-11-2016 Benadeelde: [benadeelde 5] van de benadeelde: 2.844,00 Euro 26-11-2016 Benadeelde: [benadeelde 4] van de benadeelde: 1.494,00 Euro 29-11-2016 Benadeelde: [benadeelde 6] van de benadeelde: 2.388,33 Euro 29-11-2016 Benadeelde: [benadeelde 7] van de benadeelde: 2.394,00 Euro 30-11-2016 Benadeelde: [benadeelde 8] van de benadeelde: 2.664,00 Euro 5
  2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat de intrekking van het EAB moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vordering ex artikel 23 OLW. 6Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 Overleveringswet. 7Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet ontvankelijk in de vordering ex artikel 23 OLW HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. I. Verstraeten-Jochemsen, voorzitter, mrs. H.J. Fehmers en M.C.M. Hamer, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 december
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.