← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:1049

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/730032-19 (Promis) Datum uitspraak: 18 februari 2020 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] , [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 februari

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.A. van de Vliet en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.H. Aalmoes naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 9 augustus 2019 tot en met 16 augustus 2019 op verschillende plekken (samen met anderen) opzettelijk 35,66 kilogram MDMA, 20 tabletten MDMA, 1 tablet 2C-B, 2,26 kilogram cocaïne en 0,35 kilogram amfetamine heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland gebracht, of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad. Als dat niet kan worden bewezen wordt verdachte beschuldigd van medeplichtigheid daaraan, door een ruimte in het bedrijfspand aan de [adres 2] in Diemen ter beschikking te stellen. De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd. 3Vrijspraak 3.
  2. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen. 3.
  3. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken nu verdachte op grond van het dossier niet als medepleger of medeplichtige kan worden aangemerkt. 3.
  4. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank vindt net als de officier van justitie en de raadsvrouw het tenlastegelegde niet bewezen omdat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte zich als medepleger of medeplichtige schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken. 4Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. E.G.C. Groenendaal, voorzitter, mrs. G.H. Marcus en J. Huber, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Lier, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari
  5. [...]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.