← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:1061

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: 678605 / FA RK 20-221 kenmerk: OMZ398699 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 30 januari 2020 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] (Bulgarije), zonder vaste woon of verblijfplaats hier te lande, hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. S.I. Fonds. 1Procesverloop 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 januari
  2. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: de medische verklaring d.d. 8 januari 2020; de zorgkaart inclusief de bijlagen; het zorgplan inclusief de bijlagen d.d. 7 januari 2020; de bevindingen van de geneesheer-directeur, bedoeld in artikel 5:15; de gegevens, bedoeld in artikel 5:4, eerste lid, onderdelen b en c; het door de geneesheer-directeur opgestelde voorstel voor een zorgmachtiging; een uittreksel uit het in artikel 391 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde curateleregister. 1.
  3. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 januari 2020, op de locatie GGZ inGeest, locatie De Nieuwe Valerius. Tijdens de mondelinge behandeling is getolkt via de tolkentelefoon met een tolk in de Bulgaarse taal. 1.
  4. Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - advocaat van betrokkene, mr. S.I. Fonds; - de behandelend psychiater, mevrouw J. van Mill; - semi-arts, mevrouw P.M.C. Kraanen. 1.
  5. De officier van justitie is niet ter zitting verschenen, omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is. 2De standpunten 2.
  6. Betrokkene heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij last heeft gehad van een psychose en daarbij agressief is geweest naar zijn partner. Hij wil weg uit de accommodatie. Hij gaat nog liever naar de gevangenis. Daarnaast verklaart hij zich aan de gestelde regels te zullen houden. Hij wil ze graag ondertekenen, zodat hij weg kan. De advocaat van betrokkene concludeert tot afwijzing van het onderhavige verzoek, in ieder geval voor wat betreft de verplichte zorg in de vorm van opname in een accommodatie. Betrokkene geeft aan zijn medicatie te willen nemen, wat hij niet wil is een opname. Hoewel hij geen vaste woon- verblijfplaats heeft, zegt hij wel iets te kunnen regelen. Nu ambulante hulp geboden kan worden en betrokkene zich niet zal verzetten, vervalt daarmee de noodzaak voor een zorgmachtiging. 2.
  7. De semi-arts heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat het toestandsbeeld van betrokkene nog psychotisch is en dat de kans op ernstig nadeel daardoor groot is. Betrokkene is daarnaast nog onvoldoende ingesteld op medicatie. Er is meer tijd nodig om betrokkene klinisch in te stellen op medicatie en hem te stabiliseren, aldus de semi-arts. 3De beoordeling 3.
  8. Bij beschikking van deze rechtbank is op 24 december 2019 op grond van artikel 27 lid 1 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet bopz) een machtiging verleend tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Met ingang van 1 januari 2020 is de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) in werking getreden. Daarmee is de Wet bopz vervallen. Op grond van artikel 15:1 lid 4 Wvggz dient de krachtens artikel 27 lid 1 Wet bopz afgegeven voorzetting van de inbewaringstelling voor de toepassing van hoofdstuk 7, paragraaf 6 van de Wvggz te worden aangemerkt als een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. 3.
  9. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. 3.
  10. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel; ernstige psychische schade; ernstige financiële schade. 3.
  11. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 3.
  12. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en de mededelingen gedaan tijdens de mondelinge behandeling en bestaan uit: toedienen van vocht, voeding en medicatie; beperken van de bewegingsvrijheid; controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; opnemen in een accommodatie . 3.
  13. De in het zorgplan genoemde zorg zal naar het oordeel van de rechtbank echter het ernstig nadeel niet kunnen wegnemen. Om die reden zal de rechtbank bepalen dat er tevens andere vormen van verplichte zorg dienen te worden verleend, te weten insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene en onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen. Deze vormen van verplichte zorg worden allen verleend gedurende zes maanden. De rechtbank bepaalt dat het zorgplan dienovereenkomstig dient te worden gewijzigd. 3.
  14. De rechtbank zal de verplichte zorg in de vorm van toedienen van vocht, voeding niet toewijzen, nu niet is gebleken dat betrokkene zich verzet tegen eten en/of drinken. 3.
  15. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 3.
  16. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 3.
  17. Hetgeen namens/door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af. 3.
  18. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. 4Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] (Bulgarije), inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: toedienen van medicatie gedurende zes maanden; beperken van de bewegingsvrijheid gedurende zes maanden; insluiten gedurende zes maanden uitoefenen van toezicht op betrokkene gedurende zes maanden onderzoek van de woon- of verblijfruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen gedurende zes maanden; controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen gedurende zes maanden; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen gedurende zes maanden; opnemen in een accommodatie gedurende zes maanden. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juli
  19. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is op 30 januari 2020 mondeling gegeven door mr. I.M. Nusselder, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J.M. Vos als griffier en op 20 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.