RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 8229976 EA VERZ 19-917 beschikking van 18 februari 2020 (bij vervroeging) func.: 8622 beschikking van de kantonrechter I n z a k e [verzoeker] wonende te [woonplaats] verzoeker nader te noemen: [verzoeker] gemachtigde: mr. J.F. Overes t e g e n de besloten vennootschap Mercatum Gravitas Primo B.V. gevestigd te Amsterdam verweerster nader te noemen: Mercatum gemachtigde: mr. J.C. Kuipéri-Botter VERLOOP VAN DE PROCEDURE [verzoeker] diende op 17 december 2019 een verzoekschrift met bijlagen in. Mercatum heeft een verweerschrift met bijlagen in het geding gebracht. Vervolgens is een datum bepaald voor een mondelinge behandeling. Die heeft plaats gevonden op 11 februari
- Voorafgaand daaraan heeft Mercatum twee nadere stukken in het geding gebracht. [verzoeker] is met zijn gemachtigde op de zitting verschenen. Namens Mercatum zijn verschenen mevrouw [vertegenwoordigster Mercatum] en de heer [vertegenwoordiger Mercatum] , met de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. De gemachtigde van [verzoeker] heeft aantekeningen overgelegd. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten
- Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast: 1.
- Mercatum drijft een kledingwinkel aan de [adres] te [plaats] . 1.
- Op 22 oktober 2019 is [verzoeker] bij Mercatum gaan werken op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze arbeidsovereenkomst is niet schriftelijk vastgelegd. 1.
- Mercatum valt onder de werkingssfeer van de CAO Retail Non-Food (verder: de CAO). Deze CAO is algemeen verbindend verklaard van 11 maart 2019 tot en met 31 december
- In de CAO staat onder meer:Schriftelijke overeenkomstDe werkgever biedt de medewerker bij indiensttreding een schriftelijke arbeidsovereenkomst aan. Hierin wordt ten minste vermeld: • de naam van de werkgever en medewerker; • de datum van indiensttreding; • de duur van de arbeidsovereenkomst; • de functie; • het met de medewerker overeengekomen loon; • de overeengekomen arbeidstijd/basisuren; • de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht; Proeftijd: Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van meer dan 6 maanden en bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is de proeftijd tijdens de looptijd van deze cao twee maanden. In deze periode kan de arbeidsovereenkomst zonder meer met onmiddellijke ingang door de werkgever of door de medewerker worden beëindigd. Er is geen ontslagvergunning vereist en er geldt geen opzegtermijn. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 6 maanden of korter kan geen proeftijd worden overeengekomen. 1.
- Op 29 oktober 2019 heeft Mercatum de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] mondeling opgezegd, met een beroep op de proeftijd. verzoek en verweer
- [verzoeker] verzoekt – kort gezegd – vernietiging van de opzegging, een verklaring voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor 38 uur per week en betaling van achterstallig loon met rente, wettelijke verhoging en kosten, alsmede betaling van toekomstig loon. Daarnaast moet [verzoeker] tot het werk worden toegelaten en moet Mercatum de proceskosten betalen, aldus [verzoeker] .
- Aan de verzoeken legt [verzoeker] ten grondslag dat geen geldige proeftijd is overeengekomen. Er is geen schriftelijke arbeidsovereenkomst, terwijl de wet voorschrijft dat een proeftijdbeding schriftelijk wordt overeengekomen. [verzoeker] kon ook niet weten dat de CAO van toepassing was. Bovendien moet de CAO zo worden uitgelegd dat deze enkel de mogelijkheid van een proeftijd beschrijft. Die proeftijd moet vervolgens dus nog wel in de individuele arbeidsovereenkomst worden overeengekomen.
- Mercatum voert verweer. Op het verweer zal bij de beoordeling, voor zover van belang, worden ingegaan. beoordeling
- De discussie tussen partijen gaat over de vraag of een geldige proeftijd is overeengekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat wel het geval.
- De CAO was op het moment van sluiten van de arbeidsovereenkomst algemeen verbindend. Dit betekent dat de afspraken uit die CAO van rechtswege doorwerken in alle individuele arbeidsovereenkomsten die onder de werkingssfeer vallen. Dat geldt dus ook als geen schriftelijke arbeidsovereenkomst is opgemaakt en ook als niet op de toepasselijkheid van die CAO is gewezen. Met deze toepasselijkheid van de CAO is ook voldaan aan het vereiste van artikel 7:652 lid 2 Burgerlijk Wetboek, dat de proeftijd schriftelijk moet worden overeengekomen (kamerstukken II, 1998/1999, 26 257, nummer 7, pagina 16). Wel is het zo dat Mercatum in strijd met de CAO heeft gehandeld door geen schriftelijke arbeidsovereenkomst op te maken. Daaraan kan echter niet het gevolg worden verbonden dat de CAO niet van toepassing is. Als de arbeidsovereenkomst wel schriftelijk was vastgelegd had [verzoeker] ook niet beter geïnformeerd hoeven zijn over de toepasselijkheid van de CAO. Dat is namelijk niet één van de volgens de CAO verplicht in de schriftelijke arbeidsovereenkomst op te nemen onderwerpen.
- De CAO is dus met de daarin opgenomen proeftijdbepaling van toepassing op de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] . Naar het oordeel van de kantonrechter kan de tekst van die bepaling maar op één manier worden uitgelegd: er geldt een proeftijd van twee maanden, tenzij de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode van 6 maanden of minder. In de eerste zin van de bepaling staat dat er een proeftijd “is”, niet dat deze overeengekomen kan worden. De twee volgende zinnen sluiten daar bij aan. De toevoeging in de laatste zin van het beding dat geen proeftijd kan worden overeengekomen bij arbeidsovereenkomsten van 6 maanden of korter, is op zichzelf overbodig. Het is immers ook zonder die bepaling niet toegestaan ten nadele van een werknemer af te wijken van de CAO (die een minimumkarakter heeft, dus er mag wel ten voordele van de werknemer worden afgeweken). Het opnemen van deze zin leidt echter niet tot de conclusie dat voor een overeenkomst langer dan 6 maanden nog afzonderlijk een proeftijdbeding moet worden overeengekomen. De zin bevestigt enkel dat voor overeenkomsten van 6 maanden of korter niet bij individuele arbeidsovereenkomst alsnog een proeftijdbeding kan worden afgesproken.
- Nu [verzoeker] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had, gold dus een proeftijd van twee maanden. De arbeidsovereenkomst is binnen die periode opgezegd en deze opzegging is geldig. [verzoeker] heeft ter zitting nog aangevoerd dat het beroep op de proeftijd naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarvoor zijn echter geen zelfstandige argumenten aangevoerd. Dergelijke argumenten volgen ook niet uit de feitelijke gang van zaken, die past in het wettelijk systeem.
- De verzoeken van [verzoeker] zijn alle gebaseerd op het uitgangspunt dat het proeftijdontslag geen stand houdt. Dat betekent dat de verzoeken worden afgewezen.
- Nu [verzoeker] ongelijk krijgt, moet hij de proceskosten van Mercatum betalen. BESLISSING De kantonrechter: wijst de vorderingen af; veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de kant van Mercatum begroot op € 480,00 aan salaris gemachtigde; veroordeelt [verzoeker] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [verzoeker] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden. Deze beschikking is gegeven door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2020 in aanwezigheid van de griffier.