beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13 / 678901 / FA RK 20-327 kenmerk: 1057141 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking van 28 januari 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam. 1Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 januari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 24 januari 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 24 januari 2020; de medische verklaring d.d. 24 januari
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 januari 2020, bij [kliniek] , locatie [locatie] . Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - raadsman van betrokkene, mr. L.M.A. Schwartz; - behandelend arts, mevrouw M. de Wit. Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen. 2Beoordeling 2.1 Uit de overgelegde stukken, het gehouden verhoor en de verkregen inlichtingen, is het volgende gebleken. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling meegedeeld dat het klopt dat hij bij opname in de kliniek psychotisch was. Hij heeft de afgelopen dagen een antipsychoticum gebruikt en hij is inmiddels voldoende hersteld om naar huis te gaan. Hij wil op korte mijn beginnen met een ICT-opleiding. De raadsman heeft geconcludeerd tot afwijzing van het onderhavige verzoek. De raadsman heeft aangevoerd dat betrokkene op dit moment niet meer psychotisch is en dat ernstig nadeel kan worden afgewend doordat betrokkene bereid is om thuismedicatie onder toezicht te gebruiken en mee te werken aan ambulante behandeling. De behandelend arts heeft medegedeeld dat bij betrokkene bij opname in de kliniek sprake was van een paranoïde psychose. Betrokkene heeft de afgelopen dagen een antipsychoticum gebruikt en daardoor gaat het inmiddels beter met hem. Betrokkene is echter nog wel psychotisch, snel geladen en dreigend. Er is meer tijd nodig om betrokkene klinisch goed op medicatie in te stellen en hem te stabiliseren. Er is thans geen sprake van suïcidegevaar maar de andere gevaren zoals vermeld in de geneeskundige verklaring spelen nog wel, aldus de behandelend arts. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële, psychische en financiële schade, gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing, acute maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt, gevaar voor het oproepen van agressie van derden tegen zichzelf door hinderlijk gedrag en de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een paranoïde psychose waarschijnlijk in het kader van schizofrenie mogelijk als gevolg van medicatie ontrouw en cannabis gebruik, stoornissen in het gebruik van middelen en een antisociale persoonlijkheidsstoornis met daaruit voortkomende delicten. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 2.
- De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten: toedienen van vocht, voeding en medicatie het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; uitoefenen van toezicht op betrokkene; onderzoek aan kleding of lichaam; onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; en opnemen in een accommodatie, noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.3 De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 2.4 Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden. 3Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] , voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 februari
- Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. R.M. Troost, rechter, en op 28 januari 2020 in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door G.P. Menkveld als griffier. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.