← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:1292

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13 / 679500 / FA RK 20/583 kenmerk: OMZ400060 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking van 11 februari 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , wonende [adres] , hierna te noemen: betrokkene, raadsvrouw: mr. K.A. Kieft te Amsterdam. (raadsvrouw neemt waar voor mr. C. Stroobach) 1Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 9 februari 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 9 februari 2020; de medische verklaring d.d. 9 februari 2020; - een uittreksel uit het curateleregister; De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 februari 2020, bij [kliniek] , locatie [locatie] . Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - raadsvrouw betrokkene, mr. K.A. Kieft; - psychiater, mevrouw E. Suk; - arts, mevrouw M. Sno. Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen. 2Beoordeling 2.1 Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang, levensgevaar en ernstige verwaarlozing. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een paranoïde psychose, waarschijnlijk in het kader van schizofrenie, mogelijk als gevolg van medicatie ontrouw en een stoornis in het gebruik van middelen (onder meer cannabis). De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 2.2. De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten: toedienen van vocht en medicatie; het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; uitoefenen van toezicht op betrokkene; onderzoek aan kleding of lichaam; onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, en opnemen in een accommodatie, noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Ten aanzien van het toedienen van voeding heeft de psychiater verklaard dat de noodzaak hiervan is komen te vervallen. De rechtbank zal deze vorm van verplichte zorg afwijzen. De arts verklaart dat betrokkene een verwarde indruk maakt, achterdochtig is, bedreigend is ten aanzien van collega’s op de afdeling en bloedonderzoek weigert. Wel accepteert hij het voorgeschreven antipsychoticum. De arts verzoekt de voortzetting van de crisismaatregel zolang onduidelijkheid bestaat over de achtergrond van de stoornis en waar betrokkene uiteindelijk kan verblijven. Het verblijf in Nederland is onzeker aangezien betrokkene op doorreis was en tijdens zijn reis diverse Europese landen heeft aangedaan. De raadsvrouw concludeert eveneens tot toewijzing van het onderhavige verzoek. Zij hecht belang bij het degelijk vaststellen van de stoornis. De raadsvrouw vult hierbij aan dat een posttraumatische stressstoornis ook tot de mogelijkheden behoort en dat bij betrokkene onvoldoende bereidheid is om het verblijf op vrijwillige basis te continueren. 2.3 De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 2.4 Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden. 3Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 maart 2020; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. H.L.L. Briët, rechter, en op 11 februari in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door G.P. Menkveld als griffier. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.