← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:1509

beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/118851-19 RK: 19/7297 Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering van: [veroordeelde], geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats], ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] (Stichting [naam stichting]), woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. R.M.G. Sussenbach, [adres 2], hierna te noemen: de veroordeelde. 1Procesgang De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 6 juni 2019 de veroordeelde een taakstraf van 24 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 12 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk. Het Openbaar Ministerie heeft op 21 november 2019 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast. De kennisgeving van deze beslissing is op 23 december 2019 aan de griffie betekend en naar het adres van veroordeelde verstuurd. Het bezwaarschrift is op 31 december 2019 op de griffie van deze rechtbank ingediend. Veroordeelde is niet met de taakstraf aangevangen. Hij is ten gevolge van de omzettingsbeslissing 1 dag gedetineerd geweest. 2Inhoud van het bezwaarschrift Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie en strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt zijn taakstraf alsnog te verrichten. 3Beoordeling De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder: het hiervoor genoemde vonnis; het rapport van Reclassering Nederland, ressort Amsterdam, van 18 november 2019, waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen; de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis; en het bezwaarschrift van de veroordeelde. De politierechter heeft op de openbare terechtzitting van 12 februari 2020 de officier van justitie, mr. P. van Laere, de veroordeelde en zijn raadsman gehoord. Standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman Veroordeelde heeft aangevoerd dat hij het spijtig vindt dat hij de taakstraf niet heeft kunnen uitvoeren. De sleutels van zijn postvak waren ingenomen en hij heeft daarna twee keer gedetineerd gezeten. Dit is de reden dat hij niet met de taakstraf is aangevangen. Veroordeelde heeft verzocht om een laatste kans om de taakstraf alsnog te verrichten. De raadsman van veroordeelde heeft aangevoerd dat veroordeelde al jaren hulpbehoevend is en afhankelijk is van anderen om zijn post open te maken en te lezen. De post van veroordeelde wordt periodiek gelezen. Op dit moment zou een omzetting van de taakstraf naar een gevangenisstraf het ingezette traject met veroordeelde doorkruisen. Veroordeelde heeft nu een zelfstandige woonruimte, wordt begeleid en is te kwetsbaar voor detentie. Uit de brief van de Stichting [naam stichting] blijkt ook dat veroordeelde kwetsbaar is en dat hij nu positieve ontwikkelingen laat zien. Er kan niet gesteld worden dat omzetting nu doelmatig en proportioneel is te noemen afgezet tegen het persoonlijk belang van veroordeelde die zich nu in een geheel andere fase van zijn leven bevindt. Daarom wordt om een laatste kans verzocht. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het bezwaarschrift gegrond te verklaren en de veroordeelde nog een laatste kans te gunnen om de taakstraf te voldoen. Oordeel van de politierechter De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend. De politierechter is op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat, hoewel de veroordeelde niet met de taakstraf is aangevangen, aannemelijk is geworden dat de veroordeelde alsnog de opgelegde taakstraf naar behoren zal verrichten binnen de daarvoor bepaalde termijn en hem deze allerlaatste kans moet worden geboden. Op grond hiervan dient het bezwaarschrift gegrond te worden verklaard zodat de veroordeelde zijn bij voornoemd vonnis opgelegde taakstraf alsnog kan verrichten. 4Beslissing De politierechter verklaart het bezwaarschrift gegrond; bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 22 (tweeëntwintig) uren; bepaalt dat de taakstraf binnen vier maanden na heden moet worden voltooid. Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Leijten, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2020.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.