beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht RK: 19/5680 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), wonende op het adres [adres 1] , [plaats] , woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. N.D. de Fluiter, [adres 2] , [plaats] , klager, tevens beslagene. 1Procesgang Het klaagschrift is op 4 oktober 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft op 18 februari 2020 schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 28 februari 2020 klager, zijn raadsvrouw, mr. M.S. Kat, en de officier van justitie, mr. J. van der Meij, in openbare raadkamer gehoord. 2Inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave de in beslag genomen voorwerpen, te weten: Samsung tablet SMT580; BQ roze; Kaapstad vervoerskaart (Zuid-Afrika); Ov-kaart Seoul (Zuid Korea); Beijing metrokaart (China); Budapest Ov-kaart; Dubai metrokaart; Alesund Ov-kaart (Noorwegen); Lissabon Ov-kaart; London Ov-kaart; en Een geldbedrag van € 240,- in buitenlandse valuta. De raadsvrouw van klager heeft naar aanleiding van het standpunt van het Openbaar Ministerie en ter toelichting op het klaagschrift kort samengevat het volgende aangevoerd. De Samsung tablet en BQ telefoon zijn geretourneerd aan klager. De overige goederen zijn nog niet geretourneerd en klager persisteert in zijn standpunt dat die goederen ook in beslag zijn genomen tijdens de doorzoeking op 9 september
- De Ov-kaarten en het geldbedrag lagen in een tasje dat na de doorzoeking niet meer is teruggevonden. Klager heeft in openbare raadkamer verklaard dat hij erg veel van reizen houdt. Hij had Ov-kaarten van landen die hij had bezocht en hij beschikte over buitenlands geld. Hij had deze spullen in een tas in een la gestopt. Klager is na de doorzoeking 36 uur vastgehouden en zijn huisgenoot is pas 48 uur na hem vrijgelaten. In de periode dat hij is vastgehouden is er niemand in de woning geweest. De goederen zijn door de politie in beslag genomen. Klager is rechthebbende op de in beslag genomen goederen en verzoekt de teruggave van de goederen, nu er geen strafvorderlijk belang zich verzet tegen de teruggave van de goederen. 3Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft – onder verwijzing naar het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – verklaard dat klager niet ontvankelijk moet worden verklaard. Er is een onderzoek gestart met de naam [naam onderzoek] over de handel in verdovende middelen. Er hebben een aantal observaties plaatsgevonden en uiteindelijk heeft er een doorzoeking op 9 september 2019 plaatsgevonden in de woning van klager op de [adres 1] te [plaats] . In die woning werden medeverdachte [medeverdachte] en klager aangetroffen en aangehouden. Tijdens deze doorzoeking zijn onder meer een aantal goederen van klager in beslag genomen op grond van art. 94 Sv. De Samsung tablet en BQ telefoon zijn reeds aan klager geretourneerd. De politie heeft aangegeven dat zij verder geen Ov-kaarten dan wel buitenlandse geldbedragen in beslag hebben genomen tijdens deze doorzoeking. Nu de wel in beslag genomen goederen, te weten de tablet en de BQ telefoon, door de politie zijn teruggegeven, is ingevolge art. 134 lid 2 sub a Sv het beslag geëindigd en kan hier derhalve niet meer over geklaagd worden. Klager dient niet ontvankelijk verklaard te worden in de behandeling van zijn klaagschrift. 4De beoordeling Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken. Op 9 september 2019 zijn op de voet van artikel 94 Sv voornoemde Samsung tablet SMT580 en BQ telefoon in beslag genomen. Deze goederen zijn inmiddels geretourneerd aan klager. De rechtbank heeft geconstateerd dat uit het dossier niet blijkt dat er naast deze goederen Ov-kaarten en/of geldbedragen in buitenlandse valuta in beslag zijn genomen. Aangezien de in beslag genomen voorwerpen al aan klager zijn teruggegeven, is gelet op art. 134 lid 2 sub a Sv het beslag geëindigd. Klager dient dan ook niet-ontvankelijk in zijn beklag te worden verklaard. 5De beslissing De rechtbank komt tot de volgende beslissing. De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag. Deze beslissing is gegeven door mr. R.C.J. Hamming, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 maart
- Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien
(14)dagen na betekening van deze beschikking.