vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 8066701 CV EXPL 19-20197 vonnis van: 20 april 2020 fno.: 991 vonnis van de kantonrechter i n z a k e Tele2 Nederland B.V. gevestigd te Amsterdam eisende partij gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen) t e g e n [gedaagde partij] wonende te [plaats] gedaagde partij niet verschenen Verder verloop van de procedure Bij tussenvonnis van 28 oktober 2019 is eisende partij in de gelegenheid gesteld om het bijgevoegde informatieformulier in te vullen en dit ingevulde formulier en de daarin aangegeven stukken in het geding te brengen, en een kopie hiervan aan gedaagde partij te sturen met de mededeling dat deze hierop kan reageren. Eisende partij heeft op de rolzitting van 25 november 2019 een akte ingediend. Gedaagde partij heeft hierop niet gereageerd. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. Gronden van de beslissing De kantonrechter stelt vast dat eisende partij in de dagvaarding andere stellingen en standpunten inneemt dan in haar akte na tussenvonnis. Bij dagvaarding stelt eisende partij dat zij driemaal heraansluitingskosten in rekening heeft gebracht op grond van een beding in de algemene voorwaarden. Daarbij stelt eisende partij haar dienstverlening ook te hebben opgeschort. Nog los van de omstandigheid dat al herhaaldelijk is beslist dat het beding op grond waarvan heraansluitingskosten in rekening worden gebracht (waarbij de in rekening te brengen kosten niet zijn gelimiteerd, de hoogte van de kosten niet in het beding wordt genoemd en eisende partij haar diensten elke maand opnieuw net zo lang kan opschorten tot de consument betaalt) als oneerlijk beding wordt gekwalificeerd, stelt eisende partij in de akte dat de vordering niet is gebaseerd op bepalingen in de algemene voorwaarden en zij de dienstverlening niet heeft opgeschort. Verder stelt eisende partij bij dagvaarding dat zij schadevergoeding van gedaagde partij vordert, bestaande uit resterende termijnen. Deze schadevergoeding is volgens eisende partij berekend conform de formule van het LOVCK. In de laatste factuur die bij dagvaarding is overgelegd vordert eisende partij ook een hoger bedrag dan de maanden daarvoor. In de akte stelt eisende partij het tegenovergestelde, namelijk dat zij geen schadevergoeding vordert, maar enkel reguliere maandfacturen. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De verschillende stellingen en standpunten van eisende partij zijn niet met elkaar verenigbaar. De kantonrechter ziet het niet als zijn taak om aan de hand van de overgelegde producties te reconstrueren wat de gang van zaken is geweest en op welke (oneerlijke) bedingen eisende partij haar vordering al dan niet baseert. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, heeft eisende partij naar het oordeel van de kantonrechter niet voldaan aan de voorschriften van de artikelen 21 en 111 Rv. De vordering komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking. Beslissing De kantonrechter: wijst de vordering af; veroordeelt eisende partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.