RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751294-20 RK nummer: 20/1855 Datum uitspraak: 30 april 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 april 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 6 maart 2020 door Amtsgericht Aachen (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, gedetineerd in de [plaats detentie] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 april 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon heeft de zitting via een videoverbinding vanuit de penitentiaire inrichting (P.I.) bijgewoond. Hij is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D. Nieuwenhuis, advocaat te Arnhem, die de zitting heeft bijgewoond in de zittingszaal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Verwerping formeel verweer 3.1 Verweer van de raadsman Het aanvullende EAB is op 16 maart 2020 per fax naar het arrondissementsparket Amsterdam gestuurd. De vordering tot het in behandeling nemen van het EAB zoals bedoeld in artikel 23 OLW dateert evenwel pas van 3 april 2020. Aldus is niet voldaan aan de eis van het tweede lid van artikel 23 OLW. Uit het dossier blijkt bovendien niet dat er is voldaan aan de eis van het derde lid van artikel 23 OLW. Er zit althans geen stuk in het dossier waaruit blijkt dat de vordering, het EAB en de vertaling daarvan aan de opgeëiste persoon cliënt zijn betekend. 3.2 Standpunt van de officier van justitie Het klopt dat niet binnen 3 dagen na ontvangst van het EAB een vordering ex artikel 23 OLW is ingediend. De OLW stelt echter geen sanctie op overtreding van deze termijn. Doelstelling van het kaderbesluit en de OLW is (mede) om te zorgen voor een spoedige behandeling van het EAB, waarbij een termijn van 60 dagen wordt genoemd waarbinnen een beslissing op het verzoek genomen zou moeten zijn. Gezien de planning zal die termijn haalbaar zijn. In verband met de Covid-19 pandemie vinden de voorgeleidingen door het IRC/de officier van justitie plaats via telehoor-verbinding. Na het verhoor, dat met instemming van zowel de raadsman als opgeëiste persoon niet ondertekend is, worden de overige stukken ingescand en toegezonden aan de P.I. [locatie] de P.I. is het beleid op dit moment dat stukken niet worden betekend – in verband met besmettingsgevaar – maar per interne post worden toegezonden. Dat niet wordt betekend, is begrijpelijk. Ook hier geldt dat de OLW geen sanctie stelt op het niet betekenen van stukken. 3.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat de OLW geen consequenties verbindt aan de door de raadsman gestelde formele verzuimen. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, leidt daarom niet tot weigering van de overlevering. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van 26 februari 2020, uitgevaardigd door Amtsgericht Aachen (dossiernummer: 622 Gs 337/20 (112 Js 618/19). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.