RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751125-20 (EAB-I) RK nummer: 20/1244 Datum uitspraak: 12 mei 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 maart 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 5 februari 2020 door het Hof van Beroep van Mons (Bergen), België, en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], alias [alias opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1994, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie], te [plaats], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 april 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. Mcgivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. M.P. Hilhorst, advocaat te Utrecht alsmede door een tolk in de Franse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting, via telehoren, verklaard dat de bovenvermelde personalia – zowel haar opgegeven persoonsgegevens, als de alias - juist zijn en dat zij de Franse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een voor uitvoerlegging vatbaar vonnis van 14 maart 2019 van de 4e kamer van het Hof van Beroep van Mons (Bergen) (referentie: 2019/10 – 2017/PGM001539). In de aanvullende informatie van de uitvaardigende autoriteit, als bijlage gevoegd bij de e-mail van 7 april 2020, staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot de beslissing inzake het arrest heeft geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest. Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.