← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:2671

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751282-17 RK nummer: 17/2837 Datum uitspraak: 8 mei 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 mei 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 28 maart 2017 door de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, Afdeling Tongeren (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961, verblijvende op het adres: [adres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 4 juli 2017 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 4 juli

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is niet verschenen, hoewel hij behoorlijk was opgeroepen. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. G.J.J.G. Stevens-Waltmans, advocaat te Roermond, heeft meegedeeld dat de opgeëiste persoon haar uitdrukkelijk heeft gemachtigd tot het voeren van de verdediging. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. Tussenuitspraak 18 juli 2017 Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank kennis genomen van recente informatie omtrent de detentieomstandigheden in België. De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 18 juli 2017 het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de partijen in staat te stellen zich op een andere zitting over deze detentieomstandigheden uit te laten. Zitting 8 mei 2020 De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 8 mei
  2. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw zijn – na overleg met de rechtbank - niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd, omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. Vastgesteld is dat de bovenvermelde personalia van de opgeëiste persoon juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering ex artikel 23 OLW. Uit de e-mail van 19 maart 2018 van I. Sauwens, Substituut Procureur des Konings bij het Parket van de procureur des Konings van Limburg, afdeling Tongeren, blijkt dat de strafvervolging van de opgeëiste persoon op 27 november 2017 is overgedragen aan Nederland. Uit de e-mail van 5 september 2018, eveneens afkomstig van I. Sauwens, blijkt voorts dat de strafvervolging van de opgeëiste persoon in België is afgesloten. De rechtbank maakt hieruit op dat de overlevering van de opgeëiste persoon niet langer is gewenst en zal de officier van justitie op grond van het bovenstaande niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering van 2 mei 2017 ex artikel 23 van de OLW. STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd. Aldus gedaan door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. H. Kijlstra en V.V. Essenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 mei
  3. De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.