beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/062791-20 RK: 20/1586 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klaagster] , geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] , klaagster. 1De procesgang Het klaagschrift is op 23 maart 2020 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. In verband met de coronacrisis heeft de geplande zitting op 28 april 2020 niet plaatsgevonden. Zowel de officier van justitie als klaagster hebben per e-mail aangegeven dat een behandeling van het klaagschrift zonder zitting kan plaatsvinden en dat volstaan kan worden met een uitwisseling van schriftelijke standpunten per mail. De rechtbank heeft op 30 april 2020 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en van klaagster ontvangen. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klaagster dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klaagster heeft in haar klaagschrift opgenomen dat zij werkte als buitendienstmedewerker en dat zij afhankelijk was van haar rijbewijs. Op 30 april 2020 heeft klaagster aangegeven dat haar werkgever het bedrijf heeft gesloten in verband met de coronacrisis. Op het moment dat het bedrijf weer opengaat heeft zij haar rijbewijs echter wel weer nodig. Daarnaast is klaagster nu op zoek naar alternatief werk en kan zij daarbij geholpen worden door haar rijbewijs terug te krijgen. Klaagster woont namelijk in een gebied waar weinig openbaar vervoer is, nu al helemaal in verband met de coronamaatregelen. Verder heeft zij betoogd dat ze niet eerder voor een soortgelijke overtreding is veroordeeld. Gelet op het voorgaande heeft zij verzocht haar rijbewijs terug te krijgen. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs aan klaagster en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Klaagster heeft gereden onder invloed. Zij heeft verder onvoldoende onderbouwd dat zij haar rijbewijs nodig heeft voor haar werk. Zij heeft zelfs aangegeven dat het bedrijf waar zij werkte is gesloten in verband met de coronacrisis. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het persoonlijk belang van klaagster niet opweegt tegen het algemeen belang, waaronder de verkeersveiligheid, dat met verdere inhouding is gediend. In het schriftelijke standpunt van 24 maart 2020 heeft het OM geschreven dat geen sprake is van recidive. 4De beoordeling Tegen klaagster is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8 lid 3 WVW 1994, gepleegd te Rokin ter hoogte van 132 te Amsterdam op 7 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.