vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/684624 / KG ZA 20-479 AB/JE Vonnis in kort geding van 10 juni 2020 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats] , eisers in conventie bij dagvaarding op verkorte termijn van 29 mei 2020, verweerders in reconventie, advocaten mr. W.J. Tielemans en mr. M.N. Stoop te Amsterdam, tegen de stichting STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND, gevestigd te Amsterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. S.L.D. van den Brink te Mijdrecht. Partijen zullen hierna [eiser 1] en [eiser 2] en de SIO worden genoemd. 1De procedure Op de zitting van 4 juni 2020 hebben [eiser 1] en [eiser 2] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. De SIO heeft verweer gevoerd en een tegenvordering ingediend. [eiser 1] en [eiser 2] hebben de tegenvordering bestreden. Beide partijen hebben schriftelijke stukken in het geding gebracht en [eiser 1] en [eiser 2] daarnaast een pleitnota. Vonnis is bepaald op heden.Ter zitting waren aanwezig: [eiser 1] en [eiser 2] met mrs. Tielemans en Stoop; Aan de kant van SIO: [naam 1] en [naam 2] met mr. Van den Brink. 2De feiten 2.1. De SIO bestuurt in Amsterdam de school voor voortgezet onderwijs op Islamitische grondslag, het Cornelius Haga Lyceum. 2.2. Het bestuur van de SIO bestaat volgens de statuten uit een algemeen bestuur van maximaal tien toezichthoudende bestuursleden en een dagelijks bestuur van één uitvoerend bestuurslid, de directeur-bestuurder. Het algemeen bestuur houdt toezicht op de uitvoering van de taken en bevoegdheden door de directeur-bestuurder, die is belast met de algehele leiding en het besturen van de school. [naam 1] (voorzitter) en [eiser 2] (secretaris) vormen samen het algemeen bestuur. [eiser 1] is de directeur-bestuurder. 2.3. In de statuten van de SIO is verder – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen: “Artikel 4(…)4. De directeur-bestuurder maakt deel uit van het bestuur. Hij wordt benoemd door het algemeen bestuur. (…)5. De leden van het algemeen bestuur worden benoemd door het algemeen bestuur. (...)9. Mocht het bestuur om welke reden dan ook niet meer voltallig zijn, dan vormen de overige bestuursleden of vormt het enige overblijvende bestuurslid, niettemin een wettig bestuur, behoudens de plicht de vacatures zo spoedig mogelijk te laten vervullen. (...)Artikel 5(…) 3. Het lidmaatschap van een bestuurslid eindigt door:(…)e. ontslag door het bestuur. Ontslag door het bestuur kan ook op grond van het feit dat een bestuurslid heeft gehandeld in strijd met de Koran en de Soennah, dan wel de stichting ernstig heeft benadeeld of dreigt te benadelen. Het desbetreffende besluit dient te worden genomen met inachtneming van het bepaalde in artikel 12;(…)4. Degene die opgehouden heeft lid van het bestuur te zijn, dient alle bescheiden, gelden en goederen, die hij van de stichting onder zich heeft, onmiddellijk aan het bestuur ter hand te stellen. (…) Artikel 11 1. Behoudens het bepaalde in artikel 12, dient de meerderheid van de zittende leden van het algemeen bestuur aanwezig of vertegenwoordigd te zijn om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen.Indien aan voormelde voorwaarde niet wordt voldaan kan de voorzitter van die vergadering een nieuwe vergadering uitschrijven. Deze tweede vergadering zal worden gehouden tenminste tien en ten hoogste dertig dagen daarna. In deze tweede vergadering kan worden beslist ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden. Dit dient in de oproep voor die vergadering te worden gemeld.2. Alle besluiten -met uitzondering van die genoemd in artikel 12- worden genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.(…)5. Mocht bij stemming over personen bij de eerste stemming geen meerderheid worden verkregen, dan heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.(…)Artikel 121. De navolgende besluiten kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van drie/vierde deel van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat:a. wijziging van het aantal bestuursleden (artikel 4 lid 1);(…) 2. Een besluit tot ontslag van een bestuurslid (artikel 4 lid 3 sub e.) kan slechts worden genomen in een vergadering waarin alle overige bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zodat de aanwezigheid of vertegenwoordiging niet noodzakelijk is voor degene over wiens ontslag wordt gestemd.3. Indien het volgens de vorige leden vereiste aantal bestuursleden niet aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering gehouden, tenminste tien en ten hoogste dertig dagen daarna. In deze tweede vergadering kan - ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden - het betreffende besluit worden genomen met een meerderheid van tenminste drie/vierde deel van de geldig uitgebrachte stemmen. 4. In beide gevallen dient in de oproep tot de vergadering te worden vermeld, dat een onderwerp als omschreven in lid 1 dan wel lid 2 aan de orde komt. (…)” 2.4. Op 9 april 2020 heeft een docent economie van het Cornelius Haga Lyceum per e-mail een uitgebreide klacht ingediend over [eiser 1] , onder meer over twee berispingen van die docent door [eiser 1] . 2.5. [naam 1] heeft de klacht van de docent economie op 10 april 2020 doorgestuurd aan [eiser 2] . 2.6. [naam 1] heeft [eiser 1] en [eiser 2] in een e-mail van 14 april 2020 bericht dat het AB (algemeen bestuur) de klacht in behandeling moet nemen en heeft [eiser 1] verzocht tijdens de klachtbehandeling geen contact op te nemen met de desbetreffende docent. 2.7. Eind april / begin mei 2020 is een conflict ontstaan tussen [eiser 1] en [naam 1] over de klacht en de wijze waarop daarmee moet worden omgegaan. 2.8. De medezeggenschapsraad (MR) van het Cornelius Haga Lyceum heeft in een brief van 28 april 2020 aan [naam 1] geklaagd over de samenwerking met [eiser 1] . Op 16 mei 2020 heeft de MR deze brief weer ingetrokken. 2.9. [eiser 2] heeft [naam 1] in een e-mail van 1 mei 2020 verweten zonder overleg met hem beslissingen te hebben genomen bij de klachtbehandeling en hem daarmee te hebben gepasseerd. Hierna is ook tussen hen een conflict ontstaan. 2.10. Op 4 mei 2020 heeft [eiser 2] in een e-mail aan [eiser 1] gemeld dat tussen hem, [eiser 2] , en [naam 1] een vertrouwensbreuk is ontstaan. 2.11. [naam 1] heeft in een e-mail van 10 mei 2020, 21.01 uur, aan [eiser 1] een oproep verzonden voor een algemene bestuursvergadering op 25 mei 2020 met op de agenda het voornemen tot schorsing van [eiser 1] . Als grond hiervoor staat het volgende in de e-mail:“- Bewuste misgebruik van bestuurlijke middelen (disfunctioneren) door o.a. het niet naleven van de wet- en regelgeving (CAO VO) en handelen in strijd met de statuten; - Werkweigering door de opdracht van het AB niet ondubbelzinnig uit te voeren; - Het (herhaaldelijk) bewust nalaten om te handelen conform Code Goed Bestuur, het huishoudelijk reglement en MR reglement, met o.a. als direct gevolg twee uit protest opgestapte MR-geledingen.” 2.12. In een e-mail van 10 mei 2020, 21.57 uur, van [eiser 2] aan [naam 1] staat het volgende: “Volgens de vaste vergaderdata staat er op 23 mei a.s een bestuursvergadering gepland. Bij deze wil ik de volgende agendapunten toevoegen;(…)3. Stemming over wisseling functie voorzitterschap.(…)” 2.13. In een e-mail van 10 mei 2020, 23.07 uur, en een aangetekend verzonden brief van 11 mei 2020 aan [naam 1] , heeft [eiser 2] hem verzocht een bestuursvergadering uit te schrijven, met als onderwerp het ontslag van [naam 1] als voorzitter en bestuurslid. 2.14. Op 13 mei 2020 hebben [eiser 1] en [eiser 2] aan [naam 1] een brief verzonden, waarin het volgende is opgenomen:“Voorts hebben twee bestuursleden u als voorzitter bij brief van 11 mei 2020 verzocht een vergadering uit te schrijven met als onderwerp stemming voorzitterschap en uw ontslag als bestuurslid (…). U als voorzitter heeft niet aan dit verzoek voldaan, doch in plaats daarvan twee andere vergaderingen op 25 en 27 mei 2020 aangekondigd. Dit is aan te merken als weigering de gevraagde vergadering uit te roepen, zodat verzoekers thans gerechtigd zijn deze gevraagde vergadering zelf uit te roepen (…). Gelet daarop nodig ik u namens verzoekers uit voor deze extra vergadering te houden op 23 mei a.s. na afloop van de reguliere vergadering om 21:00 uur.” 2.15. Op 15 mei 2020 heeft [eiser 2] opnieuw een aangetekende brief verzonden aan [naam 1] , met daarin – kort gezegd – het verzoek om uiterlijk op 18 mei 2020 een oproep voor een bestuursvergadering te zenden en de mededeling dat als [naam 1] hieraan geen gehoor geeft, de overige bestuursleden zelf zullen overgaan tot het uitroepen van een vergadering op 3 juni 2020. 2.16. Op 19 mei 2020 heeft [eiser 2] een oproepingsbrief voor een bestuursvergadering op 3 juni 2020 aangetekend verzonden aan [naam 1] , met als agendapunt stemming over de positie van [naam 1] als voorzitter en zijn ontslag als bestuurslid. 2.17. [naam 1] heeft in een e-mail van 22 mei 2020 aan [eiser 2] het volgende geschreven:“Mocht u om wat voor reden dan ook niet op tijd aanwezig kunnen zijn, laat mij dat dan voortijdig weten zodat we e.e.a. maandag 25 mei a.s. om 9:00 uur middels een conference call alsnog telefonisch kunnen beleggen.” 2.18. In een brief van 23 mei 2020 heeft [eiser 2] [naam 1] bericht op de vergaderingen van 25 en 27 mei 2020 niet aanwezig te kunnen zijn. 2.19. In een e-mail van 25 mei 2020, 1.33 uur, heeft [eiser 1] aan [naam 1] bericht dat hij op de door hem geplande vergadering van die dag om 9.00 uur niet aanwezig kan zijn. 2.20. Op 25 mei 2020 om 9.31 uur heeft [naam 1] gedurende 32 seconden gebeld met [eiser 2] . 2.21. In een e-mail van 25 mei 2020, 9.54 uur, aan [naam 1] heeft [eiser 2] geschreven:“Zojuist heeft u mij telefonisch gecontacteerd. Ik was zoals gezegd niet in de gelegenheid om u te woord te staan en met u te vergaderen omdat ik in een andere vergadering zat.” Daarnaast heeft [eiser 2] bij die e-mail een besluit gevoegd van 23 mei 2020 tot schorsing van [naam 1] in zijn functie als voorzitter en bestuurslid. 2.22. Op 25 mei 2020 heeft [naam 1] aan [eiser 1] de notulen toegezonden van de vergadering van die dag en aan hem het volgende geschreven:“Zaken die tijdens de vergadering van 25 mei 2020 als grondslag benoemd zijn betreffen o.a.;- Bewuste misgebruik van bestuurlijke middelen (disfunctioneren) door o.a. het niet naleven van wet- en regelgeving (CAO VO) en handelen in strijd met de statuten; - Niet ondubbelzinnig uitvoering geven aan de specifieke aanwijzing van het AB (in een situatie waarin belangenverstrengeling aan de orde was); - Het (herhaaldelijk) bewust nalaten om te handelen conform Code Goed Bestuur, het huishoudelijk reglement en MR reglement, met o.a. als direct gevolg van twee opgestapte MR-geledingen; - Alarmerende signalen benoemd in artikel NRC dinsdag 19 mei 2020; “Interne opstand tegen ‘autoritaire’ directeur Haga Lyceum Amsterdam”; - Alarmerende signalen benoemd in artikel NRC donderdag 21 mei 2020; “Haga Lyceum luisterde de onderwijsinspectie af”.Op grond van bovenstaande heeft het algemeen bestuur, in het belang van de school, het onderwijsproces en de stichting besloten u te schorsen (op non actief te stellen) met directe ingang van 25 mei 2020 voor nog onbepaalde duur (…)Daarnaast zal het algemeen bestuur opdracht geven aan een gecertificeerd onafhankelijk onderzoeksbureau om onderzoek te doen naar waarheidsvinding betreffende (specifieke) zaken zoals deze hierboven staan vermeld, waarbij (…) vrijstelling van uw werkzaamheden dringend noodzakelijk is.” 2.23. In de notulen van de vergadering van 25 mei 2020 staat onder het besluit [eiser 1] te schorsen het volgende:“Dit besluit is in deze spoedeisende AB-vergadering tot stand gekomen middels 1 stem tegen (brief de heer [eiser 2] dd. 23 mei jl. en het telefoongesprek dd. 25 mei 2020 om 09:31 uur) en 1 stem voor waarbij de stem van de voorzitter (…) doorslaggevend is geweest (…). 2.24. In een brief van 25 mei 2020 hebben [eiser 1] en [eiser 2] aan [naam 1] geschreven dat de besluitvorming op de vergadering van die dag nietig is vanwege hun afwezigheid en hebben zij hem verzocht het schorsingsbesluit in te trekken. 2.25. Op 26 mei 2020 om 20.30 uur heeft [eiser 2] een gewijzigde agenda ontvangen voor de bestuursvergadering van het AB op 27 mei 2020, waarop als door [naam 1] toegevoegd onderwerp het ontslag van [eiser 2] als bestuurslid stond. 2.26. Mr. Tielemans heeft [naam 1] op 27 mei 2020 bericht dat [eiser 2] niet bij de vergadering van die dag aanwezig kon zijn en van mening was dat daarom op die vergadering geen rechtsgeldige besluiten genomen konden worden. 2.27. Op 27 mei 2020 heeft [naam 1] aan [eiser 2] de notulen toegezonden van de vergadering van die dag en aan hem het volgende geschreven: “Zaken die tijdens de vergadering van 27 mei 2020 als grondslag benoemd zijn betreffen o.a.:- Bewuste misgebruik van bestuurlijke positie door o.a. willens en weten handelen in strijd met de statuten en het niet naleven van de wet- en regelgeving; - ( Sterk vermoeden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.