Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2020:2943
RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/680923/HA RK 20/81 beschikking van: 26 maart 2020 beschikking I n z a k e [verzoeker] wonende te [woonplaats] verzoeker nader te noemen: [verzoeker] gemachtigde: mr. E. Doornbos t e g e n [verweerster] wonende te [woonplaats] verweerster nader te noemen: [verweerster] gemachtigde: mr. E.A.L. van Embden De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met producties, ingekomen op 23 december 2019; het verweerschrift met producties van [verweerster] , ingekomen op 24 februari 2020.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 februari 2020. [verzoeker] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. De gemachtigde van [verweerster] is verschenen. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de rechtbank beantwoord. De beschikking is bepaald op heden.
De feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:
1.1. [verzoeker] is oud-politieagent en drijft een eenmanszaak die zich bezig houdt met het geven van opleidingen, seminars en voordrachten op het gebied van fraude, veiligheid, opsporing en crisissituaties, en het geven van juridische adviezen op voornoemde gebieden. Hij handelt onder de naam [naam bedrijf] .
1.2. [verweerster] is advocaat bij Advocatenkantoor [naam Advocatenkantoor] .
1.3. [naam cliënt] (hierna [naam cliënt] ) is cliënt van [verweerster] .
1.4.
Bij arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 30 juli 2002 is het vonnis van 9 februari 2001 van de rechtbank Breda, waarbij [naam cliënt] is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaar vernietigd en is [naam cliënt] veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Het tegen dit arrest ingestelde cassatieberoep is verworpen.
1.5.
Bij brief van 2 november 2007 heeft [verweerster] het volgende aan [verzoeker] geschreven: “Geachte heer [verzoeker] , Hierbij bevestig ik u onze afspraak dat u onderzoekswerkzaamheden zult verrichten in de zaak [naam cliënt] / herziening.
Uw normale uurtarief van € 90,-- per uur zal voor deze werkzaamheden worden verhoogd tot € 120,-- per uur onder de voorwaarde dat u eerst tot declaratie van uw werkzaamheden overgaat wanneer de in de zaak aan te vragen herziening met succes zal zij afgerond en de Staat ter zake tot uitkering van schadevergoeding zal overgaan, dan wel zoveel eerder als [naam cliënt] kan beschikken over voorschotten ter zake de door de Staat te vergoeden schade wegens onrechtmatige vervolging en beslaglegging.
Ik maak hierbij het uitdrukkelijk voorbehoud dat niet mijn kantoor, maar cliënt [naam cliënt] zelf in staat voor de vergoeding van uw honoraria. Wel is het zo dat de aan u door mij gegeven opdracht valt binnen mijn werkzaamheden als advocaat van [naam cliënt] , hetgeen impliceert dat mijn verplichting tot geheimhouding over bijzonderheden van de zaak onverkort voor u van toepassing is. (…)”
De brief is door [verweerster] , [naam cliënt] en [verzoeker] ondertekend.
1.6.
In april 2011 is namens [naam cliënt] een herzieningsverzoek ingediend.
1.7.
Op 20 oktober 2017 heeft [verzoeker] een voorschotnota ten bedrage van € 923.701,03 inclusief btw aan [naam cliënt] gezonden voor werkzaamheden verricht in de periode 2007 tot en met 2016. De betalingstermijn bedraagt 30 dagen.
1.8. [naam cliënt] heeft de factuur niet voldaan.
1.9.
Op 17 april 2018 heeft de Hoge Raad het herzieningsverzoek afgewezen.
1.10.
Bij dagvaarding van 6 augustus 2018 heeft [verzoeker] gevorderd dat [naam cliënt] wordt veroordeeld tot betaling aan hem van voormelde factuur met rente en kosten. Bij vonnis van 15 mei 2019 van de Rechtbank Rotterdam is deze vordering afgewezen. [verzoeker] heeft hoger beroep tegen dit vonnis ingesteld.
Het geschil 2. Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen.
De beoordeling 7. Bij de beoordeling van dit verzoek stelt de rechtbank het volgende voorop.
5 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af; veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] tot op heden begroot op € 922,00 voor salaris advocaat, inclusief eventueel verschuldigde btw, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling; veroordeelt [verzoeker] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te verhogen met een bedrag van € 82,00 en de explootkosten van betekening van deze beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [verzoeker] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J. Lourens, rechter, bijgestaan door mr. B.A. Terwee, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2020.
Op verzoek van verweerster, gehoord hebbend verzoeker, verbetert de rechter de beschikking van 26 maart 2020 aldus dat de beslissing onder II. als volgt komt te luiden: “veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] tot op heden begroot op € 922,00 voor salaris advocaat, inclusief eventueel verschuldigde btw, alsmede € 297,00 aan griffierecht, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking, bij gebreke waarvan voormelde bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling; ”
Deze verbetering is gewezen door mr. F.J. Lourens, rechter en uitgesproken door mr. A.J. Wesdorp, rechter, ter openbare terechtzitting van 20 mei 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.