RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 8463937 KK EXPL 20-255 vonnis van: 9 juni 2020 func.: 8622 vonnis van de kantonrechterkort geding I n z a k e de besloten vennootschap [eiseres] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] eiseres nader te noemen: [eiseres] gemachtigde: mr. R.N.E. Visser t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats 1] , gevestigd te Diemen en daar handelend onder de naam [naam bedrijf] gedaagde nader te noemen: [naam bedrijf] gemachtigde: mr. A.C. Mens VERLOOP VAN DE PROCEDURE In deze procedure is in verband met het coronavirus door de kantonrechter bepaald dat schriftelijk geprocedeerd zal worden. Bij dagvaarding van 22 april 2020 heeft [eiseres] een voorziening gevorderd. [naam bedrijf] heeft een conclusie van antwoord met producties in het geding gebracht. Partijen hebben vervolgens nog een conclusie van repliek respectievelijk een conclusie van dupliek genomen. Daarna is vonnis bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING Uitgangspunten
- Als uitgangspunt geldt het volgende. 1.
- [naam bedrijf] huurt van [eiseres] bedrijfsruimte, gelegen aan het [adres] te [vestigingsplaats] . De huurovereenkomst tussen partijen is op 1 februari 2019 tot stand gekomen door indeplaatsstelling. 1.
- [naam bedrijf] exploiteert in het gehuurde een wokrestaurant. 1.
- In een bestuurlijke rapportage van de politie Amsterdam van 14 februari 2020 staat onder meer vermeld:Op dinsdag 4 februari 2020 is een handgranaat aangetroffen in restaurant [naam bedrijf] (…)Op donderdag 13 februari 2020 is een kogelhuls aangetroffen bij restaurant [naam bedrijf] (…) Uit nieuwe schade aan de voordeur betreft dit zeer vermoedelijk een beschieting met een vuurwapen. (…)De handgranaat is aangetroffen in restaurant [naam bedrijf] . Eigenaar van deze onderneming is [gedaagde] (…). In de aangifte van [gedaagde] geeft hij aan per 1-2-2020 zijn restaurant [naam bedrijf] te hebben verkocht (mondelinge overeenkomst) aan [naam] (…)Het is mij ambtshalve bekend dat in eerdere “handgranaat zaken” (politieonderzoeken) vaker conflicten in de (onderhandse) lening sfeer en afpersing ten grondslag liggen aan soortgelijke incidenten. Op dit moment is het achterliggende motief van de handgranaat en vermoedelijke beschieting van [naam bedrijf] nog niet te duiden. 1.
- Bij besluit van 6 maart 2020 heeft de Burgemeester van Amsterdam het gehuurde gesloten op grond van artikel 174 lid 1 Gemeentewet. 1.
- Op 17 maart 2020 heeft [eiseres] de huurovereenkomst met [naam bedrijf] buitengerechtelijk ontbonden met een beroep op artikel 7:231 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). 1.
- [naam bedrijf] heeft vervolgens laten weten niet te willen ontruimen en daarnaast heeft hij verzocht om indeplaatsstelling. 1.
- [naam bedrijf] heeft bezwaar gemaakt tegen de burgemeesterssluiting. Hierop is nog niet beslist. [naam bedrijf] heeft ook een voorlopige voorziening gevraagd. Die is afgewezen op 3 april
- Vordering en verweer
- [eiseres] vordert – kort gezegd – ontruiming van het gehuurde op straffe van een dwangsom, met veroordeling van [naam bedrijf] tot betaling van de huur tot en met juni 2020, de rente, een contractuele boete, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
- [eiseres] legt aan de vorderingen ten grondslag dat de sluiting van het gehuurde door de Burgemeester haar de bevoegdheid gaf buitengerechtelijk te ontbinden. Subsidiair is sprake van een tekortkoming die in een bodemprocedure ontbinding zou rechtvaardigen.
- [naam bedrijf] voert verweer. Daarop zal hierna waar nodig worden ingegaan. Beoordeling
- Anders dan door [naam bedrijf] aangevoerd is het spoedeisend belang in deze zaak gegeven. De huurovereenkomst is door [eiseres] ontbonden en zij heeft er dan belang bij zo snel mogelijk weer over het gehuurde te kunnen beschikken.
- In een kort geding geeft de kantonrechter een voorlopig oordeel. De centrale vraag die hij in deze zaak moet beantwoorden is of het gehuurde ontruimd moet worden.
- Daarbij is volgens de wettelijke regeling het uitgangspunt dat een verhuurder na een burgemeesterssluiting de huurovereenkomst mag ontbinden. Een ontruimingsvordering kan vervolgens alleen worden afgewezen als verhuurder misbruik heeft gemaakt van zijn ontbindingsbevoegdheid, althans als ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het is aan de huurder – in dit geval dus [naam bedrijf] – deze uitzonderingssituatie te onderbouwen.
- [naam bedrijf] is daar in deze zaak niet in geslaagd. Om te beginnen voert hij zelf aan het gehuurde niet langer te willen exploiteren. Uit het politierapport blijkt zelfs dat de huur al voorafgaand aan beide incidenten aan een derde is overgedragen. Het belang van [naam bedrijf] bij behoud van de huurovereenkomst is daarmee al vergaand beperkt.
- Dat [naam bedrijf] in het gehuurde heeft geïnvesteerd is geen uitzonderlijke omstandigheid. Bovendien kan de inventaris bij ontruiming – voor zover mogelijk – worden verwijderd en meegenomen.
- Het klopt dat de achtergrond en aanleiding van de incidenten die tot de burgemeesterssluiting hebben geleid op dit moment niet duidelijk zijn. Dat neemt niet weg dat de burgemeesterssluiting op dit moment nog van kracht is. Bovendien heeft [naam bedrijf] zelf verklaard dat het gehuurde aan een derde in gebruik is gegeven. Daarmee is ook het risico van incidenten buiten de macht van [naam bedrijf] komen te liggen. Dat hij zelf zegt met niemand problemen te hebben zegt dan ook niet zoveel, mogelijk heeft zijn onderhuurder dat immers wel.
- [naam bedrijf] heeft nog aangevoerd dat een nabijgelegen restaurant beschoten is, zonder dat dit gesloten is. Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Of hier sprake is van een gelijk geval kan de kantonrechter niet vaststellen, omdat verdere informatie over het andere restaurant ontbreekt. Maar ook als zou komen vast te staan dat het andere restaurant ten onrechte niet gesloten is, betekent dat niet dat de sluiting van [naam bedrijf] onterecht was.
- De gevorderde ontruiming zal dan ook worden toegewezen. Omdat ontruiming feitelijk pas mogelijk is als de burgemeesterssluiting is opgeheven, zal het dictum daarop worden aangepast. Het ligt dan op de weg van [eiseres] met dit vonnis in de hand een spoedige beëindiging van die burgemeesterssluiting te bewerkstelligen. Nu [eiseres] de mogelijkheid van reële executie heeft ziet de kantonrechter geen reden een dwangsom aan de ontruiming te verbinden.
- De gevorderde huur, rente, boete en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. [naam bedrijf] heeft aangevoerd dat de huur altijd tijdig is betaald en dat is door [eiseres] niet meer weersproken.
- [naam bedrijf] krijgt grotendeels ongelijk en moet de proceskosten van [eiseres] betalen. Er worden slechts één keer explootkosten toegewezen, nu niet valt in te zien waarom naast betekening aan de woonplaats van [naam bedrijf] ook aan het gesloten restaurant is betekend. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt [naam bedrijf] om het gehuurde aan het [adres] te [vestigingsplaats] binnen 5 dagen nadat de burgemeesterssluiting van deze bedrijfsruimte eindigt te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van [eiseres] zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiseres] te stellen; veroordeelt [naam bedrijf] in de kosten van het geding, tot vandaag aan de kant van [eiseres] begroot op:exploot € 85,53salaris € 460,00griffierecht € 124,00 -----------------totaal € 669,53voor zover van toepassing, inclusief btw; veroordeelt [naam bedrijf] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [naam bedrijf] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden; wijst het meer of anders gevorderde af; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.