RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751761-16 RK-nummer: 16/7392 Datum uitspraak: 23 juni 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 oktober 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 28 september 2016 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg, Afdeling Tongeren (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, verblijvende op het adres [verblijfadres] , hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang Zitting 20 december 2016 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 december
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M. van Dam, advocaat te ‘s Hertogenbosch. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. Tussenuitspraak 3 januari 2017 De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 3 januari 2017 het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde van de justitiële autoriteiten van België meer duidelijkheid omtrent de verdenking jegens de opgeeiste persoon te verkrijgen. Zitting 23 juni 2020 De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 23 juni
- Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is, in overleg met de rechtbank, niet in persoon verschenen. Als raadsman is aanwezig mr. V. Poelmeijer, advocaat te Amsterdam, die waarneemt namens de raadsman van de opgeëiste persoon. De waarnemend raadsman is door de opgeëiste persoon gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering ex artikel 23 OLW. De Belgische autoriteiten hebben aan de officier van justitie medegedeeld dat het EAB is ingetrokken. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie op grond van het bovenstaande niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 4Beslissing VERKLAART het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering van 27 oktober 2016 ex artikel 23 van de OLW. STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en M.E.M. James-Pater, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 juni
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.