RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752252-19 RK nummer: 19/7171 Datum uitspraak: 7 juli 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 december 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 december 2019 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeeïste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboorteplaats] 1997, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 juni
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.G. van Wijk, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse en de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een afzonderlijk bevel tot aanhouding, bij verstek afgeleverd door Onderzoeksrechter Kristiaan Thys, Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen op 9 december 2019 (referentienummer: OR Kristiaan Thys 2019/142) . De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB en in de aanvullende informatie, te weten de e-mails van 16 juni 2020 en 22 juni 2020 , afkomstig van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Door de griffier gewaarmerkte fotokopieën van deze onderdelen zijn als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Strafbaarheid, feiten waarvoor de toets van dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft onder meer de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. Bij e-mail van 28 april 2020 heeft H.C.R. Zwaan van de Afdeling Internationaal Rechtshulp Centrum van het Openbaar Ministerie om de volgende garantie gevraagd: Gebleken is dat de heer [opgeeïste persoon] in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Dit heeft tot gevolg dat op grond van artikel 5 lid 3 van het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en artikel 6 lid 1 van de Nederlandse Overleveringswet de overlevering slechts kan worden toegestaan nadat van u de garantie is ontvangen dat, in het geval de opgeëiste persoon na overlevering in België onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, hij deze straf in Nederland mag ondergaan. Ik verzoek u deze garantie tot teruglevering te verlenen. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij e-mail van 12 juni 2020 de volgende garantie gegeven: Uiteraard bevestigen wij voor wat betreft de heer [opgeeïste persoon] de terugkeergarantie in deze zaak. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. Aan deze voorwaarde is voldaan. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 311 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeeïste persoon] aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (België). Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en M.E.M. James-Pater, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 juli
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.