beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/098285-20 RK: 20/2071 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager], geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw, mr. J.C.M. Groenestijn, [adres raadsvrouw] klager. Procesgang Het klaagschrift is op 24 april 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Op 28 april 2020 heeft het Openbaar Ministerie zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. In verband met de coronamaatregelen heeft klager afstand gedaan van het recht op (aanwezigheid bij) een mondelinge behandeling in raadkamer. De rechtbank, met instemming van de raadsvrouw en het Openbaar Ministerie, heeft na schriftelijke rondes op 25 mei 2020 op basis van de schriftelijke stukken op het verzoekschrift besloten. De raadsvrouw heeft op 14 mei 2020 haar schriftelijke standpunt kenbaar gemaakt. De officier van justitie heeft hier op 14 mei 2020 op gereageerd. De raadsvrouw heeft op 20 mei 2020 laten weten geen gebruik te maken van de tweede termijn. Inhoud klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager is in loondienst als technisch contractbeheerder bij [naam werkgever]. Hiervoor moet hij dagelijks leveranciers en opdrachtgevers door het hele land bezoeken. Het komt vaak voor dat klager meerdere leveranciers, opdrachtgevers en projecten op één dag dient te bezoeken. Daarnaast heeft klager een eigen onderneming, [naam maatschappij], waarmee hij bedrijven adviezen geeft over het aannemen en begeleiden van projecten. Hiervoor moet klager projectlocaties door het hele land bezoeken. Aangezien de bouwprojecten en de projectlocaties vaak moeilijk te bereiken zijn met het openbaar vervoer, is het openbaar vervoer voor klager geen optie. De invordering van het rijbewijs heeft, naast de gevolgen voor zijn arbeidscontract en zijn eigen onderneming, ook een grote impact op het privéleven van klager. Zijn inkomsten zijn door de invordering van het rijbewijs aanzienlijk lager geworden. Omdat klager de grootste inkomstenbron is, loopt de financiering van hun koopwoning in gevaar. Klager heeft in 2018 een snelheidsovertreding begaan, maar hiervoor heeft hij slechts een geldboete gekregen. Klager heeft ter aanvulling op het klaagschrift bij e-mail van 14 mei 2020 het volgende aangevoerd. Het Openbaar Ministerie stelt dat de door klager afgelegde verklaring bij de politie over de onderhavige overtreding duidt op een zeer groot recidivegevaar. Klager verbaast zich dat in het proces-verbaal is opgeschreven dat hij heeft gezegd dat het om "even dollen ging". Klager heeft bij de politie aangegeven dat de auto áchter hem aan het dollen was en dat hij hierdoor werd opgejaagd. Klager acht het zeer vervelend dat dit niet juist is weergegeven in het proces-verbaal. Klager heeft de gevolgen van een invordering nu voor het eerst meegemaakt en heeft daar veel van geleerd. Bovendien heeft klager inmiddels ook een brief van het CBR ontvangen dat hem een cursus is opgelegd. De cursussen en maatregelen van het CBR werken recidivebeperkend. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het rijbewijs aan klager. Klager heeft 143 kilometer per uur gereden, waar de toegestane maximum snelheid 50 kilometer per uur was, op een weg met wegwerkzaamheden. Klager heeft in 2018 een strafbeschikking gekregen voor een snelheidsovertreding. Klager heeft een verklaring afgelegd bij politie over de onderhavige overtreding (“Even dollen, iedereen rijdt wel eens te hard”), die duidt op zeer groot recidivegevaar. Het belang van de verkeersveiligheid moet prevaleren boven de persoonlijke belangen van klager. De officier heeft ter aanvulling op het standpunt van het Openbaar Ministerie bij e-mail van 14 mei 2020 laten weten dat zij zich ook kan vinden in een teruggave van het rijbewijs met ingang van 7 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.