beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/125340-20 RK: 20/2185 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager], geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats], wonende op het adres [adres] , woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw, mr. D.M. Rupert, [adres raadsvrouw] klager. 1De procesgang Het klaagschrift is op 1 mei 2020 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. In verband met de coronacrisis heeft de geplande zitting op 4 juni 2020 niet plaatsgevonden. Met instemming van de officier van justitie en de verdediging is op 19 juni 2020 –buiten raadkamer– op het klaagschrift besloten. Dit na een (korte) extra schriftelijke ronde, waarbij de officier van justitie in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de aanvulling van de raadsvrouw, maar van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager heeft in zijn klaagschrift betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk bij coffeeshop [naam coffeeshop] aan de [straat 1] en aan de [straat 2] in Amsterdam. In het kader van zijn werkzaamheden haalt hij personeel op van huis en zet hij ze na werk weer thuis af. Voorts doet hij voor beide vestigingen boodschappen bij de groothandel [naam groothandel]. Reizen met het openbaar vervoer is geen alternatief, mede omdat de reistijden te lang zijn voor het personeel dat buiten Amsterdam woonachtig is en de boodschappen vanuit Duivendrecht vervoerd moeten worden. Daarnaast levert het reizen per openbaar vervoer voor klager en het personeel, gelet op de huidige coronacrisis, kans op besmetting op en wordt reizen met het openbaar vervoer voor niet-vitale beroepen door de Nederlandse autoriteiten afgeraden. Ook voor de werkgever van klager levert de inhouding van het rijbewijs grote problemen op. De werkgever van klager is afhankelijk van hem, omdat hij de enige werknemer is met een rijbewijs en een auto. De raadsvrouw van klager heeft op 9 juni 2020 een werkgeversverklaring van klager naar de rechtbank en de officier van justitie gemaild. Ten slotte heeft de raadsvrouw van klager aangevoerd dat klager niet eerder voor een soortgelijke overtreding is staande gehouden of is veroordeeld. Ook is hij niet eerder betrokken geweest bij een verkeersongeval. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft in haar schriftelijk standpunt opgenomen dat zij zich verzet tegen teruggave van het rijbewijs aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat klager gevaarlijk heeft gereden, antecedenten heeft op het gebied van verkeer en het belang tot teruggave van het rijbewijs verder niet met stukken is onderbouwd. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het belang van de verkeersveiligheid dient te prevaleren boven het persoonlijk belang van klager. 4De beoordeling Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 5 WVW 1994, gepleegd binnen de bebouwde kom van Amsterdam op 28 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.