beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/114094-20 RK: 20/2293 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [naam klager] , geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres klager] , klager. 1De procesgang Het klaagschrift is op 7 mei 2020 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. In verband met de coronacrisis heeft de geplande zitting op 4 juni 2020 niet plaatsgevonden. Met instemming van de officier van justitie is op 19 juni 2020 –buiten raadkamer– op het klaagschrift besloten. Aan klager is een brief verstuurd met de drie opties ter afdoening van dit rekest. Klager heeft hier echter niet op gereageerd, maar in het klaagschrift heeft hij aangegeven zo snel mogelijk zijn rijbewijs terug te willen. Om die reden heeft de rechtbank geoordeeld, in het belang van klager, te kunnen beslissen op het klaagschrift zonder dat klager heeft gereageerd. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager is student en heeft in zijn klaagschrift betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn bijbaan bij de Bijenkorf in [plaatsnaam] als voor zijn startende onderneming [naam onderneming] . De kernactiviteit van zijn eigen onderneming is het verkopen van motorfietsen. Zonder rijbewijs kan hij motoren niet importeren en niet verkopen. Reizen met het openbaar vervoer is geen alternatief, aangezien hij zelf motoren van A naar B moet vervoeren. Kortom, het bezitten van een rijbewijs is voor klager en zijn onderneming een noodzakelijkheid, waarvan hij zonder, gedurende deze coronacrisis, het niet zal overleven als onderneming. Tot slot heeft klager in zijn klaagschrift opgenomen dat hij zijn spijt betuigd voor het overtreden van de snelheidslimiet en dat dit in de toekomst niet meer zal voorkomen. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs aan klager en heeft daartoe per e-mail van 25 mei 2020 het volgende aangevoerd. Klager heeft een forse snelheidsovertreding begaan en bij een dergelijke overtreding is –gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie– een inhouding van vier maanden passend. Klager is eerder veroordeeld voor soortgelijk feiten, maar hij heeft nog niet eerder een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen opgelegd gekregen. Er moet, gelet op hetgeen in soortgelijke zaken wordt opgelegd, rekening gehouden worden met de omstandigheid dat de kantonrechter bij veroordeling een deels voorwaardelijke rijontzegging zal opleggen. De officier van justitie wil de zittingsrechter de ruimte geven om een deels voorwaardelijke rijontzegging op te leggen en meent dat het rijbewijs daarom per 20 juni 2020 terug kan. Dit geldt temeer nu er geen zittingsdatum bekend is. 4De beoordeling Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd te Amsterdam op 22 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.