RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummers: 13/018830-20 (A) en 13/150232-20 (B) (Promis) Datum uitspraak: 5 augustus 2020 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in de [naam] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 april 2020 en 22 juli
(5869500)zijn berichten gevonden tussen verdachte en zijn zusje. Het zusje van verdachte stuurt op 12 november 2018 zowel haar eigen adres als het adres van haar buurvrouw (respectievelijk [adres buurvrouw] en [adres buurvrouw] ). Het zusje bericht dat die buurvrouw pakketjes in ontvangst kan nemen en dat zij niet hoeft te weten wat erin zit. Uit de aangifte van VodafoneZiggo blijkt dat op 13 november 2019 telefonisch contact is opgenomen door iemand die zich voordeed als (medewerker van) [naam autobedrijf] , zijnde een klant van VodafoneZiggo. In dit telefoongesprek is verzocht het adres te wijzigen in [adres buurvrouw] en het e-mailadres aan te passen. Vervolgens zijn via het online account drie abonnementen verlengd en daarbij zijn drie iPhones besteld. Eén van die telefoons is op 14 november 2018 bezorgd. De andere twee pakketjes zouden op 16 november 2018 worden bezorgd. De pakketjes stonden op naam van [naam 9] . De levering van 16 november 2018 is door de politie gevolgd. Uit observatie blijkt dat de pakketjes inderdaad op [adres buurvrouw] worden afgeleverd en dat deze in ontvangst worden genomen door de bewoner van dat adres, [naam bewoner] . Wanneer de politie met mevrouw [naam bewoner] in gesprek is, komt verdachte het appartement binnen lopen. Verdachte heeft verklaard dat hij daar slechts was om zijn zusje te bezoeken. Uit de chatgeschiedenis tussen verdachte en zijn zusje blijkt dat verdachte op 13 november 2018 een track and trace code verstuurt waarin de postcode [postcode] wordt genoemd, zijnde de postcode van het adres [adres buurvrouw] . Op 14 november 2018 stuurt hij berichten met de teksten “ [naam 9] ” en “is je naam”. Deze naam wordt op 15 november 2018 nog eens verstuurd. Ook wordt op 15 november 2018 gestuurd “nee we hadden naar voda gebeld”. Op 16 november 2018 stuurt verdachte het bericht “die andere2 komen vandaag”. Ten slotte stuurt hij op 16 november 2018 een bericht naar contactpersoon ‘ [contactpersoon] ’ met daarin een track and trace code. [naam bewoner] heeft verklaard dat zij op verzoek van haar bovenbuurvrouw [naam zus] twee pakketjes voor haar broer zou aannemen. Op 15 november 2018 heeft zij twee pakketjes ontvangen van een medewerker van Post NL voor de broer van [naam zus] en kort daarna kwam de broer van [naam zus] binnen lopen en werd hij door de politie aangehouden. De rechtbank stelt vast dat bij VodafoneZiggo telefonisch werd verzocht een adres en het mailadres van klant [naam autobedrijf] te veranderen in het adres [adres buurvrouw] , terwijl verdachte dat adres een dag eerder had ontvangen. Vervolgens zijn via het online account drie abonnementen verlengd en zijn drie iPhones besteld met ‘ [adres buurvrouw] ’ als afleveradres. Verdachte en zijn zusje beschikten over een track and trace code. Verdachte wist dat de pakketjes op 16 november 2018 zouden worden geleverd en heeft gezegd dat hij die komt ophalen. Vervolgens komt hij net na de bezorging van de pakketten het huis op adres [adres buurvrouw] binnenlopen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met zijn medeverdachte zich bij Vodafone heeft voorgedaan als (een medewerker) van [naam autobedrijf] en het adres van dit bedrijf heeft laten wijzigen in ‘ [adres buurvrouw] ’, via het account van dit bedrijf drie abonnementen heeft verlengd en drie iPhones heeft besteld om vervolgens deze iPhones op het adres [adres buurvrouw] te laten afleveren. Ook hier is Vodafone bewogen tot afgifte van telefoons en derhalve kan ook dit feit worden bewezen. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Ten aanzien van zaak A 1. op 30 december 2019 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met zijn mededader met een auto naar een ontmoeting met die [slachtoffer 1] is toegegaan en die [slachtoffer 1] voorin die auto heeft laten plaatsnemen, waarna hij, verdachte en/of zijn mededader heeft gezegd ‘schiet hem, schiet hem, schiet hem in zijn been’ en met een vuurwapen, een kogel in het onderlichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschoten en een kogel in de richting van [slachtoffer 1] heeft geschoten; 2. op 30 december 2019 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van een geldbedrag, met zijn mededader met een auto naar een ontmoeting met die [slachtoffer 1] is toegegaan en die [slachtoffer 1] voorin die auto heeft laten plaatsnemen, waarna hij, verdachte en/of zijn mededader - een vuurwapen ter hand heeft genomen en - een vuurwapen, op die [slachtoffer 1] heeft gericht en - tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: “Geef gewoon rustig dat geld” en - die [slachtoffer 1] heeft geslagen/gestompt en - heeft gezegd: ‘schiet hem, schiet hem, schiet hem in zijn been’ en - met dat vuurwapen meermalen op die [slachtoffer 1] heeft geschoten; Ten aanzien van zaak B 1. in de periode van 17 januari 2020 tot en met 18 januari 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, het bedrijf Vodafoneziggo BV heeft bewogen tot de afgifte van een mobiele telefoon (een iPhone 11 Pro Max), hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid - het My Vodafone account van [slachtoffer 2] gehackt en - zich voorgedaan als klant van Vodafoneziggo BV, te weten als [slachtoffer 2] en - het telefoonabonnement van die [slachtoffer 2] verlengd en - daarbij een mobiele telefoon (een iPhone 11 Pro Max) besteld en - de postbezorger die die telefoon wilde afleveren op het adres van die [slachtoffer 2] heeft aangesproken en - die postbezorger gevraagd naar een pakketje voor het adres van die [slachtoffer 2] en - zich daarbij voorgedaan als die [slachtoffer 2] en - aan die postbezorger iets (mogelijk een (track and trace) code) laten zien, waardoor die postbezorger het postpakket met daarin die mobiele telefoon heeft afgegeven; 2. hij in de periode van 16 augustus 2019 tot en met 17 augustus 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, het bedrijf Vodafoneziggo BV/Vodafone Libertel BV heeft bewogen tot de afgifte van een mobiele telefoon (een iPhone), hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid - het My Vodafone account van [slachtoffer 3] gehackt en - zich voorgedaan als klant van Vodafoneziggo BV/Vodafone Libertel BV, te weten als [slachtoffer 3] en - een mobiele telefoon (een iPhone) besteld op naam van en met de (persoons)gegevens van die [slachtoffer 3] en - de postbezorger die die telefoon wilde afleveren op het adres van die [slachtoffer 3] heeft aangesproken en - die postbezorger gevraagd naar een pakketje voor het adres van die [slachtoffer 3] , waardoor die postbezorger het postpakket met daarin die mobiele telefoon heeft afgegeven; 3. in de periode van 16 januari 2020 tot en met 21 januari 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen, het bedrijf Vodafoneziggo BV/Vodafone Libertel BV heeft bewogen tot de afgifte van een mobiele telefoon (een iPhone), hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid - het My Vodafone account van [slachtoffer 4] gehackt en - zich voorgedaan als klant van Vodafoneziggo BV/Vodafone Libertel BV, te weten als [slachtoffer 4] en - met Vodafone gebeld om het abonnement te verlengen en zich daarbij voorgedaan als [slachtoffer 4] en - een mobiele telefoon (een iPhone) op naam van en met de (persoons)gegevens van die [slachtoffer 4] besteld; 4. in de periode van 12 november 2018 tot en met 16 november 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, het bedrijf Vodafoneziggo BV heeft bewogen tot de afgifte van drie mobiele telefoon (type Iphone XS), hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid - telefonisch contact opgenomen met Vodafoneziggo BV/Vodafone Libertel BV en zich voorgedaan als klant van Vodafoneziggo BV/Vodafone Libertel BV, te weten [naam autobedrijf] en - adressen behorende bij [naam autobedrijf] laten wijzigen in [adres buurvrouw] , [postcode] en het emailadres laten wijzigen in [e-mail adres] en/of - het My Vodafone account van [naam autobedrijf] gehackt, in elk geval op dat account ingelogd en - in dat account drie telefoonabonnementen van [naam autobedrijf] verlengd en - daarbij drie mobiele telefoons (type Iphone XS) besteld en - die mobiele telefoons laten afleveren op het adres [adres buurvrouw] , [postcode] . Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 5Strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7Motivering van de straffen en maatregelen 7.1. Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van voorarrest. 7.2. Standpunt van de verdediging Met verwijzing naar het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle aan hem ten laste gelegde feiten heeft de raadsman geen strafmaatverweer gevoerd. 7.3. Oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op [slachtoffer 1] , waarbij op aangever [slachtoffer 1] is geschoten terwijl hij wegrende. Door zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Het slachtoffer ondervindt hier nog steeds de gevolgen van, zo blijkt uit zijn verklaring op de terechtzitting; hij heeft zowel lichamelijke als psychische klachten. Zo lijdt hij aan PTSS en zal hij de rest van zijn leven een kogel in zijn bekkenbot hebben, omdat opereren te veel risico’s met zich brengt. Uit het dossier is gebleken dat verdachte en aangever al jaren zaken deden met elkaar. Aangever vertrouwde verdachte maar ondanks die vertrouwensband heeft verdachte samen met een ander excessief geweld toegepast op aangever. Het schietincident heeft bovendien vroeg in de avond op een parkeerplaats plaatsgevonden. Door het meermaals schieten op de openbare weg is een zeer gevaarlijke en angstaanjagende situatie ontstaan, waarbij van geluk mag worden gesproken dat niet meer (zwaar)gewonden of doden zijn gevallen. Daarnaast heeft verdachte zich meermaals schuldig gemaakt aan oplichting. Verdachte heeft hierbij op slinkse wijze gebruik gemaakt van inloggegevens van anderen en daarmee dure iPhones besteld. Deze iPhones heeft hij vervolgens in het verkeer gebracht en verkocht voor hoge bedragen. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij het vertrouwen van de slachtoffers heeft misbruikt, maar ook dat hij het algemeen vertrouwen in het maatschappelijk en economisch verkeer heeft beschadigd. Verdachte heeft met zijn gedrag alleen zijn eigen (financiële) belangen vooropgesteld. De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 18 juni 2020. Hieruit blijkt dat verdachte zich niet eerder heeft schuldig gemaakt aan soortgelijke feiten. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten slechts kan worden volstaan met het opleggen van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de gevangenisstraf gekeken naar de hiervoor genoemde omstandigheden en naar de straffen die in soortgelijke zaken (en dan vooral voor poging doodslag) zijn opgelegd. Voor alle bewezenverklaarde feiten vindt de rechtbank vier jaar gevangenisstraf een passende straf. 8Beslag Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen: In zaak A - 4 STK munitie (omschrijvingen: 5860807, 5860804, 5860808, 5860811); - 1 STK GSM (omschrijving: 5869490, merk: iPhone); - 1 STK GSM (omschrijving: 5869500, merk: iPhone 6a); - 1 STK GSM (omschrijving: 5869503, merk: iPhone 5); In zaak B - 1 STK Telefoontoestel (omschrijving: 1134283, merk: iPhone). 8.1. Verbeurdverklaring De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: - 1 STK GSM (omschrijving: 5869490, merk: iPhone); - 1 STK GSM (omschrijving: 5869500, merk: iPhone 6a); - 1 STK GSM (omschrijving: 5869503, merk: iPhone 5); - 1 STK Telefoontoestel (omschrijving: 1134283, merk: iPhone), die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen de in zaak B bewezen geachte feiten zijn begaan. 8.2. Onttrekking aan het verkeer De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: munitie, dat aan verdachte toebehoort, dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien deze voorwerpen zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte in zaak A begaand misdrijf, terwijl dit voorwerp kan dienen tot begaan van soortgelijke misdrijven en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. 9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 11.518,01 aan schadevergoeding, bestaande uit € 1.518,01 aan vergoeding van materiële schade en € 10.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade voldoende is onderbouwd en dat deze in zijn geheel voor toewijzing in aanmerking komt. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier gesteld dat de vordering moet worden gematigd en dat een bedrag ter hoogte van € 7.500,- voor toewijzing in aanmerking komt. Het toe te wijzen bedrag zal moeten worden vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel zal moeten worden opgelegd. De benadeelde partij moet voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering. De raadsman heeft – gelet op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken – bepleit dat de vordering tot schadevergoeding moet worden afgewezen. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 1] door het bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Deze schade bestaat uit de volgende posten: - Eigen Risico 2019 : € 335,35 - Eigen Risico 2020 : € 385,00 - Ziekenhuisdaggeldvergoeding : € 60,00 - Schoenen : € 177,00 - Broek : € 99,95 - Uber : € 72,89 - Krukken : € 34,38 - Fitness abonnement : € 129,96 - Pleisters : € 35,94 - Douchekruk : € 32,50 - Parkeerkosten SHN : € 5,48 De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade voor de autoverzekering niet in aanmerking voor vergoeding komt, omdat naar het oordeel van de rechtbank geen causaal verband bestaat tussen het bewezenverklaarde en het betalen van een autoverzekering. De vordering tot materiële schadevergoeding zal daarom tot een bedrag van in totaal € 1.368,45 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 30 december 2019. Naar het oordeel van de rechtbank staat ook vast dat door het bewezenverklaarde aan [slachtoffer 1] rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek heeft hij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien [slachtoffer 1] ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen en er een ernstige inbreuk is gepleegd op zijn lichamelijke integriteit. Daarnaast is gebleken dat aangever nog altijd last heeft van psychische klachten als flashbacks, verhoogde alertheid en spanning. Om die reden heeft hij behandelingen van een psycholoog ondergaan. Volgens de DSM-5 lijkt er sprake te zijn van posttraumatische stressstoornis. Rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, waarbij de rechtbank ook heeft gekeken naar de bedragen die worden toegekend door het Schadefonds Geweldsmisdrijven, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op een bedrag van € 7.500,-. Dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 30 december 2019. De vordering tot immateriële schadevergoeding zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Nu de vordering van [slachtoffer 1] wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel In het belang van [slachtoffer 1] wordt, als extra waarborg voor betaling van het schadevergoedingsbedrag van € 8.868,45 de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 287, 317, 326 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 11Beslissing Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van zaak A, onder 1 Medeplegen van poging tot doodslag; Ten aanzien van zaak A, onder 2: Medeplegen van poging tot afpersing; Ten aanzien van zaak B, onder 1, 2, 3 en 4: Medeplegen van oplichting. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Verklaart verbeurd: - 1 STK GSM (omschrijving: 5869490, merk: iPhone); - 1 STK GSM (omschrijving: 5869500, merk: iPhone 6a); - 1 STK GSM (omschrijving: 5869503, merk: iPhone 5); - 1 STK Telefoontoestel (omschrijving: 1134283, merk: iPhone). Verklaart onttrokken aan het verkeer: - 4 STK munitie (omschrijvingen: 5860807, 5860804, 5860808, 5860811). Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 8.868,45 (zegge: achtduizend achthonderdachtenzestig euro en vijfenveertig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 30 december 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening. Het voornoemde bedrag bestaat voor een deel, groot € 1.368,45, uit materiële schade en voor een deel, groot € 7.500,-, uit immateriële schade. Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer 1] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is. Legt op aan verdachte de verplichting, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , te betalen de som van € 8.868,45 (zegge: achtduizend achthonderdachtenzestig euro en vijfenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 30 december 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast tot een maximum van 79 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzitter, mrs. G.M. van Dijk en B.M. Visser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D. van der Heiden, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 augustus 2020.