← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:3889

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 19/1897 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , te Amsterdam, eiseres, en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop In de beschikking van 31 maart 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres een gecombineerde aanslag over het belastingjaar 2018 opgelegd. Daarbij is de WOZ-waarde van de woning van eiseres vastgesteld op € 944.000,-. In de uitspraak op bezwaar van 26 februari 2019 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. Partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 7 april

  1. Deze zitting is verdaagd in verband met het coronavirus. De rechtbank heeft partijen vervolgens gevraagd of zij bezwaar hebben tegen een schriftelijke afdoening van de zaak. Partijen hebben niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn aangegeven alsnog op een zitting te willen worden gehoord. De rechtbank sluit daarom het onderzoek en doet uitspraak. Overwegingen
  2. Voordat de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil kan toekomen, moet de rechtbank beoordelen of de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het te laat is ingediend.
  3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Op grond van artikel 6:9 van de Awb en artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vangt de termijn van zes weken aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de aanslag. Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
  4. Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van een te late indiening achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (verschoonbare termijnoverschrijding).
  5. De beschikking is gedagtekend 31 maart
  6. Op 18 december 2018 heeft eiseres (digitaal) bezwaar gemaakt. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.
  7. Eiseres heeft in het beroepschrift erkend dat het bezwaar te laat is ingediend, maar is van mening dat de vaststelling van de WOZ-waarde niet zorgvuldig is gedaan. Nadat een collega had gewezen op de mogelijkheid op internet de WOZ-waarde te vergelijken, is zij achter de jarenlange hoge vaststelling van de WOZ-waarde gekomen. In een aanvullende reactie van 30 juni 2020 heeft eiseres verklaard dat zij te laat is met het bezwaar omdat zij ervan uitging dat de gemeente op een eerlijke en objectieve manier de WOZ-waarde ging bepalen. De rechtbank is van oordeel dat dit geen feiten of omstandigheden zijn die aanleiding (kunnen) geven tot het oordeel dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.
  8. Na de niet-ontvankelijk verklaring heeft de heffingsambtenaar ambtshalve de WOZ-waarde op juistheid getoetst. De eerder vastgestelde waarde wordt gehandhaafd. Een dergelijke beslissing is door de wetgever niet aangemerkt als een besluit waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. De juistheid van de ambtshalve toets kan daarom niet door de rechtbank worden beoordeeld.
  9. De rechtbank concludeert dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is daarom ongegrond.
  10. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C. Trommel, griffier, op griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Vergelijk bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9098.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.