RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/093402-19 Datum uitspraak: 9 januari 2020 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Hoogerheide, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.C. van der Hulst, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 2 december 2018 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan ontucht door zijn hand tussen de benen van [slachtoffer] te doen en over haar kruis te wrijven. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde, omdat op basis van het onderhavige strafdossier niet kan worden vastgesteld wat zich precies in de taxi heeft afgespeeld en of verdachte aangeefster al dan niet met opzet heeft aangeraakt. Het aan verdachte tenlastegelegde kan daarom niet worden bewezen. 4Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich aan de hand van haar op schrift gestelde pleitnotities op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat het bewijsminimum zoals neergelegd in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet wordt gehaald. 5Vrijspraak Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het aan verdachte tenlastegelegde niet is bewezen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. 6Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. van Dijk, voorzitter, mrs. G.H. Marcus en E.G.C. Groenendaal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D. van der Heiden, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 januari
- Bijlage Tenlastelegging Aan verdachte [verdachte] is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 2 december 2018 te Amsterdam, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers hij heeft hij, verdachte, (terwijl die [slachtoffer] als passagiere in zijn taxi, naast hem zat) onverhoeds, zijn hand tussen haar benen gedaan en/of (over haar kleding) eenmaal of meermalen over haar kruis gewreven, in elk geval een of meerdere wrijfbewegingen ter hoogte van haar kruis gemaakt.