← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:4303

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 20/2312 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop De rechtbank heeft op 19 april 2020 een beroepschrift van eiser ontvangen dat is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 31 maart 2020 (de bestreden uitspraak). Verweerder heeft op 28 juli 2020 een verweerschrift ingediend. Overwegingen

  1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk gegrond is. Wat is er gebeurd?
  2. Verweerder heeft eiser op 5 november 2019 een gecombineerde aanslag voor het jaar 2019 opgelegd met biljetnummer [nummer] terzake de objecten [adres 1] en [adres 2] te [woonplaats] . Eiser heeft op 5 november 2019 op nader aan te voeren gronden een bezwaarschrift ingediend tegen deze gecombineerde aanslag en verweerder verzocht om een termijn voor het indienen van de gronden van bezwaar. Verweerder heeft bij de bestreden uitspraak het bezwaarschrift van eiser ongegrond verklaard en daarbij overwogen dat daarbij rekening is gehouden met de door eiser aangevoerde argumenten. Beoordeling
  3. Verweerder heeft eiser het wettelijk recht onthouden om het bezwaarschrift te motiveren. Dat is in strijd met het bepaalde in artikel 6:6 van de Awb. Het beroep is daarom kennelijk gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen.
  4. De rechtbank is niet gebleken dat eiser kosten heeft gemaakt die voor een proceskostenvergoeding in aanmerking komen.
  5. Verweerder dient het door eiser betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de bestreden uitspraak; bepaalt dat verweerder een nieuwe uitspraak neemt op het bezwaar van eiser; bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 48,- aan eiser vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op ** 4 september 2020 griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats. Coll: M.P.O. D: B artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op grond van artikel 8:75 van de Awb en artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.