beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/00743-20 RK: 20/2242 Beschikking op het verzoek ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. C. Kekik, Heemraadsingel 165, 3022 CG Rotterdam, verzoeker. De procesgang Het verzoekschrift is op 1 mei 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Op 24 juni 2020 heeft het Openbaar Ministerie zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 19 augustus 2020 de officier van justitie, mr. H.A.M. Brok, in openbare raadkamer gehoord. Verzoeker en zijn raadsman, zijn, met bericht vooraf, niet in raadkamer verschenen. De inhoud van het verzoekschrift Het verzoek strekt daarnaast tot het toekennen van een vergoeding van € 4.224,41 voor de kosten van de raadsman en € 550,00 voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen toekenning van een vergoeding. Het gevraagde bedrag dient wel gematigd te worden naar het gangbare uurtarief van € 225,-. De beoordeling De officier van justitie heeft de strafzaak tegen verzoeker geseponeerd en dat bij brief van 31 januari 2020 aan hem meegedeeld. Indien de zaak tegen een verdachte eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan op verzoek van de gewezen verdachte op grond van artikel 530 lid 2 Sv, aan hem, uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade, die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede in de kosten van een raadsman. Het verzoek kan slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. Op grond van artikel 534 lid 1 Sv heeft de toekenning van een vergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. De strafzaak tegen verzoeker is op 31 januari 2020 geseponeerd. Een sepot dient te worden aangemerkt als een ‘einde zaak’ in de zin van artikel 533 en 530 Sv. Het verzoek is tijdig ingediend. De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman. De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificatie en declaratie. Uit het verzoekschrift blijkt niet wat het gehanteerde uurtarief is, maar als het totaalbedrag wordt gedeeld door het aantal uren komt dat neer op en uurtarief van (ongeveer) € 380,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.