← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:4652

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752222-19 (EAB I) RK nummer: 20/800 Datum uitspraak: 16 september 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 11 februari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 21 november 2019 door het Amtsgericht Speyer, Duitsland, en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] , Duitsland, op [geboortedag] 1980, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 2 september

  1. De behandeling heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is – hoewel correct opgeroepen – niet verschenen. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. M.M.R. Slaghekke (waarnemend voor mr. A.M. Timorason, beiden advocaat te Amsterdam) heeft verklaard door de opgeëiste persoon te zijn gemachtigd. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. De rechtbank heeft het onderzoek op 16 september 2020 heropend, nu na sluiting van het onderzoek op 2 september 2020 uit aanvullende informatie is gebleken dat de opgeëiste persoon in Duitsland gedetineerd is. De behandeling op 16 september 2020 heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie. De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting van 16 september 2020 te kennen gegeven te zullen concluderen tot niet-ontvankelijkheid. Aan de raadsvrouw van de opgeëiste persoon is namens de rechtbank voorafgaand aan de zitting meegedeeld dat haar aanwezigheid op de zitting van 16 september 2020 niet nodig is. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Duitse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid officier van justitie Nu de opgeëiste persoon in Duitsland is gedetineerd en de internationale signalering is geannuleerd, is de grondslag aan de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van onderhavig overleveringsverzoek, komen te ontvallen. De rechtbank is daarom – met de officier van justitie – van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering ex artikel 23 OLW. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. STELT VAST dat de overleveringsdetentie is beëindigd. Aldus gedaan door mr. H.P. Kijlstra, voorzitter, mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en J.H. Beestman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.