← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:5236

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752103-19 RK nummer: 20/1849 Datum uitspraak: 20 mei 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 april 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 19 juni 2019 door de onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] gedetineerd in [detentieplaats] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. B.J. Polman, advocaat te Amsterdam, heeft per e-mail van 1 mei 2020 zijn standpunt ingediend. De officier van justitie heeft daarop bij e-mail van 4 mei 2020 haar standpunt ingediend. De vordering is behandeld op de openbare zitting van 7 mei 2020 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink en de gemachtigde raadsman van de opgeëiste persoon. De opgeëiste persoon heeft bij verklaring van 29 april 2020 afstand gedaan van het recht om gehoord te worden door de rechtbank. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Standpunt raadsman De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er, na een toelichting door de officier van justitie omtrent de detentie-omstandigheden in België gedurende de coronacrisis (en de toezegging van de Belgische autoriteiten dat de opgeëiste persoon zal worden geplaatst in een monocel), geen weigeringsgronden meer van toepassing zijn. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel bij verstek d.d. 19 juni 2019, afgeleverd door de onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 5Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1, 18 en 21, te weten: 1. Deelneming aan een criminele organisatie 18. Georganiseerde of gewapende diefstal 21. Racketeering en afpersing Volgens de in rubriek
  2. c)van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Belgisch recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De Procureur des Konings Antwerpen afdeling Turnhout heeft op 24 april 2020 de volgende garantie gegeven: "Met verwijzing naar uw verzoek van 22/04/2020, inzake het Europees aanhoudingsbevel dd. 19-06-2019, uitgaande van I. Van Hoeylandt, onderzoeksrechter te Antwerpen, afdeling Antwerpen, lastens de genaamde [opgeëiste persoon] ( [geboortedatum] ) heb ik de eer u de volgende garantie te verstrekken: Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu [opgeëiste persoon] . Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om zijn straf of maatregel aldaar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ)." Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. De feiten zijn inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en leveren op: Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven en diefstal door twee of meer verenigde personen en afpersing. 7Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 8Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 140, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de onderzoeksrechter in de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (België). Aldus gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en C. Huizing-Bruil, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 mei 2020. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.