← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:5325

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751264-20 RK nummer: 20/3888 Datum uitspraak: 30 oktober 2020 TUSSENUITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 augustus 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 maart 2020 door het Kantongerecht Oldenburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1986, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres opgeëiste persoon] , gedetineerd in het [detentieplaats] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 oktober 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon, aanwezig via een videoverbinding, is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Sönmez, advocaat te Rotterdam en door een tolk in de Turkse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Turkse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot voorlopige hechtenis van 9 maart 2020 uitgevaardigd door het Kantongerecht Oldenburg, zaaksnummer: 28 Gs 1140/20. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4. Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Volgens de in rubriek
  2. c)van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5Artikel 6, eerste lid, in samenhang met het vijfde lid, OLW De overlevering van een Nederlander voor strafrechtelijk onderzoek kan gelet op het bepaalde in artikel 6, eerste lid, OLW slechts worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan (de zogenoemde terugkeergarantie). Hetzelfde geldt voor een met een Nederlander gelijk te stellen vreemdeling. In artikel 6, vijfde lid, OLW zijn de drie cumulatieve voorwaarden voor gelijkstelling van een vreemdeling met een Nederlander vermeld. Het betreft de volgende drie voorwaarden: bezit van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd; in Nederland vervolgd kunnen worden voor de feiten welke aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag liggen; de verwachting moet bestaan dat de opgeëiste persoon niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest ten gevolge van een hem na overlevering opgelegde straf of maatregel. Op 28 oktober 2020 heeft de raadsman via e-mail de rechtbank en de officier van justitie een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 26 oktober 2020 doen toekomen. In die brief staat het volgende vermeld: Op 4 september 2020 hebt u namens [opgeëiste persoon] een aanvraag tot afgifte van een document 'duurzaam verblijf burgers van de Unie', ingediend. Hierbij bericht ik u dat ik van plan ben een verblijfsdocument aan [opgeëiste persoon] te verstrekken. Het document zal onder meer de volgende gegevens gaan bevatten:  De geldigheidsduur: 10 jaar.  Het verblijfsdoel: ‘duurzaam verblijf burgers van de Unie’.  De arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.* Let op: voor personen jonger dan 18 jaar geleden arbeidsbeperkingen! Gelet hierop heropent de rechtbank het onderzoek om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen op deze brief te reageren. 6. Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen te reageren op de brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 26 oktober 2020. BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman. BEVEELT de oproeping van een tolk in de Turkse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip. Aldus gedaan door mr. H.P. Kijlstra, voorzitter, mrs. M. van Mourik en J.H. Beestman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 oktober 2020. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.