← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:5360

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751177-20 RK nummer: 20/1352 Datum uitspraak: 20 oktober 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 maart 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 21 februari 2020 door het Amtsgericht Essen (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1983, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 16 juli 2020 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 juli

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.M.M. Pater, advocaat te Emmeloord. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de justitiële autoriteiten van Duitsland opheldering te laten verschaffen omtrent de feitsomschrijving in het EAB. Zitting 20 oktober 2020 De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 20 oktober
  2. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. J.M.M. Pater, zijn in overleg met de rechtbank niet in persoon verschenen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op voorhand, bij e-mail van 16 oktober 2020, op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering ex artikel 23 OLW. Der Leitende Oberstaatsanwalt van Essen heeft per brief van 28 augustus 2020 medegedeeld dat het EAB is ingetrokken. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie op grond van het bovenstaande niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 4Beslissing VERKLAART het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering van 5 maart 2020 ex artikel 23 van de OLW. STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd. Aldus gedaan door mr. H.P. Kijlstra, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 oktober
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.