RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751929-17 RK nummer: 20/4032 Datum uitspraak: 3 november 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 25 augustus 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 juli 2019 door het Amtsgericht Augsburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1977, verblijvende op het adres: [adres] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 oktober
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T.H. Kapinga, advocaat te Zaandam en door een tolk in de Duitse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van het Amtsgericht Augsburg van 30 januari 2013, onherroepelijk vanaf 7 februari 2013 (referentienummer: 9 Ls 104 Js 111749/03). Daarnaast wordt melding gemaakt van een met voornoemd vonnis samenhangend omzettingsbesluit van het Amtsgericht Augsburg van 4 mei 2016, onherroepelijk vanaf 7 juni 2016 (referentienummer: BwR 09 Ls 104 Js 111749/03). De opgeëiste persoon heeft bij het verhoor op 25 augustus 2020 ten behoeve van het bevel tot inverzekeringstelling verklaard dat hij in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis van 30 januari 2013 heeft geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren nog één jaar en zes maanden, minus één dag. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB en de aanvullende informatie, te weten de e-mail van het Bureau voor Euregionale strafrechtelijke Samenwerking (BES) van 20 oktober
- Door de griffier gewaarmerkte fotokopieën van deze stukken zijn als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Strafbaarheid, feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Volgens de in rubriek e) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Augsburg (Duitsland). Aldus gedaan door mr. H.P. Kijlstra, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 november
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.