beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/204754-20 RK: 20/4391 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres klager] , klager. 1Procesgang Het klaagschrift is op 16 september 2020 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. De rechtbank heeft op 16 oktober 2020 klager en de officier van justitie, mr. M.A. van der Vlugt in openbare raadkamer gehoord. 2Inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager heeft in zijn klaagschrift betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk en zijn privéleven, en heeft daartoe – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Klager is werkzaam als ZZP’er in de agrarische sector. Het hebben van een rijbewijs is essentieel voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Zijn inkomsten staan momenteel – in deze sowieso al moeilijke tijden vanwege de coronacrisis – zwaar onder druk door de invordering van zijn rijbewijs. Daarnaast kan klager zonder rijbewijs zijn hobby’s – surfen en varen – niet meer uitoefenen, omdat de locaties van de verenigen waar hij zijn hobby’s uitoefent niet zonder auto zijn te bereiken. In raadkamer heeft klager ter aanvulling op het klaagschrift en naar aanleiding van het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Klager werkt in een familiebedrijf, waardoor ook zijn familie lijdt onder de in beslagname van zijn rijbewijs. Daarnaast is hij gecertificeerd directiechauffeur. Weliswaar werkt klager momenteel niet als directiechauffeur maar hij reed wel met regelmaat vrienden/kennissen/familie rond, hetgeen momenteel eveneens niet mogelijk is. Tot slot heeft klager aangevoerd dat de in beslagname van zijn rijbewijs tot schaamte leidt. 3Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs aan klager en heeft aangevoerd dat – gelet op de enorme mate van overschrijding van de toegestane hoeveelheid alcohol, de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en het te verwachten CJIB-traject – ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van veroordeling door de rechter dan wel uitvaardiging van een strafbeschikking, een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd, van langere duur dan de tijd gedurende die het rijbewijs is ingevorderd en ingehouden geweest. Het persoonlijke belang van klager weegt in dit geval niet op tegen het algemeen belang, waaronder de verkeersveiligheid, dat met verdere inhouding is gediend. 4Beoordeling Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8 lid 2 WVW 1994, gepleegd op de [adres] te Amsterdam op 10 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.