RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751280-17 RK-nummer: 17/2354 Datum uitspraak: 30 oktober 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 april 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 maart 2107 door de Vice-Procureur van de Republiek van het Parket van het Tribunal de Grande Instance van La Roche Sur Yon (Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966, ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres] , hierna te noemen: de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 24 oktober
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. De rechtbank heeft op 24 oktober 2017 het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst. De behandeling van de vordering is op de openbare zitting van 30 oktober 2020 voortgezet. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw zijn, met instemming van de rechtbank, niet ter zitting verschenen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting van 24 oktober 2017 verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Officier van justitie niet-ontvankelijk De rechtbank stelt op grond van de stukken vast dat het EAB is ingetrokken. Verder heeft de officier van justitie ter zitting opgemerkt dat de signalering van de opgeëiste persoon in SIRENE ongedaan is gemaakt. Gelet hierop is de grondslag aan de vordering van de officier van justitie ex artikel 23 OLW tot het in behandeling nemen van het EAB ontvallen. In overeenstemming met haar vordering ter zitting zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in die vordering ex artikel 23 OLW. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in haar vordering ex artikel 23 OLW tot het in behandeling nemen van het EAB. STELT VAST dat de overleveringsdetentie is BEËINDIGD. Aldus gedaan door mr. H.P. Kijlstra, voorzitter, mrs. C.W.M. Giesen en M.C.M. Hamer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 oktober
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.