← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2020:5922

proces-verbaal RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/692905 / KG ZA 20-1036 CdK/MAH Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 24 november 2020 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser bij dagvaarding van 16 november 2020, advocaat mr. A.C. Mens te Hoofddorp, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, advocaat mr. R.N.E. Visser te Amsterdam. 1De procedure De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd. Tegenwoordig zijn mr. C.M.E. de Koning, voorzieningenrechter, en mr. M.A.H. Verburgh, griffier. Na uitroeping van de zaak verschijnen: - [gemachtigde] (schriftelijk gevolmachtigde en broer van [eiser] ) met mr. Mens,- namens [gedaagde] : mr. Visser. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, onder meer aan de hand van de door mr. Mens en mr. Visser overgelegde pleitnotities die aan het dossier zijn toegevoegd. Namens [eiser] zijn producties in het geding gebracht. De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 30p lid 3 Rv dit proces-verbaal opgemaakt. De voorzieningenrechter heeft de volgende uitspraak gedaan: 2De gronden van de beslissing 2.

  1. [eiser] vordert schorsing van de executie van het ontruimingsvonnis van de kantonrechter van 9 juni 2020 totdat is beslist op het door hem ingestelde hoger beroep. 2.
  2. De vordering zal worden afgewezen om formele redenen. Ter zitting is gebleken dat [eiser] in het aanhangige hoger beroep op grond van artikel 351 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter heeft gevorderd en dat deze incidentele vordering door het Hof Amsterdam bij arrest (in het incident) van 22 september 2020 is afgewezen. De vordering is niet inhoudelijk behandeld, maar afgewezen omdat [eiser] niet meteen de gronden had aangevoerd en vervolgens kreeg hij daar geen termijn meer voor. Dat komt voor rekening van [eiser] . 2.
  3. Het is in strijd met het systeem van de wet om op grond van artikel 438 Rv aan de voorzieningenrechter van de rechtbank schorsing van de executie van een vonnis te vorderen nadat een zelfde vordering op grond van artikel 351 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is afgewezen. Daarom is [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering en zal de gevraagde voorziening worden geweigerd. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. 2.
  4. Ten overvloede wordt nog het volgende opgemerkt. Executie (van een niet onherroepelijke uitspraak) is altijd voor risico van de executant. Het Hof zal rekening kunnen houden met nieuwe feiten. Als [gedaagde] inderdaad overgaat tot ontruiming en vervolgens door het Hof in het ongelijk zou worden gesteld, dan kan zich dat vertalen in schadevergoeding. In die zin zijn de belangen van [eiser] , die naar zijn zeggen voornamelijk zijn financiële investering betreffen, meegewogen. Dit geldelijk belang was voor [eiser] ook de reden dat hij huurder wilde blijven. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  5. weigert de gevraagde voorziening, 3.
  6. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op: - griffierecht 656,00- salaris advocaat 980,00-------------------------------------------Totaal € 1.636,00, 3.
  7. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier op 26 november 2020 is vastgesteld en ondertekend. Type: MAHColl:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.