RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752159-17 RK nummer: 19/417 Datum uitspraak: 26 november 2020 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 januari 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 4 oktober 2017 door the Regional Court in Opole (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] ( Polen ) op [geboortedag] 1973, adres: [adres] [woonplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 mei
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden in afwachting van de uitkomst van een herzieningsverzoek in Polen. De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 26 november
- Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officieren van justitie mrs. J.J.M. Asbroek en K. van der Schaft. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn, met instemming van de rechtbank, niet op de zitting verschenen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting van 9 mei 2019 verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Officier van justitie niet-ontvankelijk De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting van 26 november 2020 e-mail correspondentie ontvangen, waaruit blijkt dat het EAB en de signalering van de opgeëiste persoon zijn ingetrokken. Gelet hierop zal de rechtbank, in overeenstemming met het verzoek van de officier van justitie op de zitting van 26 november 2020, de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering ex artikel 23 OLW. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering ex artikel 23 OLW. STELT VAST dat de (geschorste) overleveringsdetentie is beëindigd. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M.C.M. Hamer en M.E.M. James-Pater, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 november
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.