RECHTBANK AMSTERDAM Beslissing van 22 oktober 2020 op het op 28 september 2020 gedane en onder zaaknummer C/13/690760 HA RK 20/278 ingeschreven verzoek van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, advocaat mr. E.R.A.M. Koolen, welk verzoek strekt tot wraking van mrs. J.W. Bockwinkel, C.H. Rombouts en M.C.H. Broesterhuizen, rechters te Amsterdam, hierna: de rechters. Verloop van de procedure De wrakingskamer heeft kennisgenomen van onder meer de navolgende stukken: het vonnis van 22 juli 2020 met zaaknummer C/13/668398 / HA ZA 19-696, dat is gewezen door de rechters, en waarin verzoeker optrad als eiser in conventie en verweerder in (voorwaardelijke) reconventie, mevrouw mr. I.M.C.A. Reinders Folmer B.V. als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie en I.M.C.A. Reinders Folmer als gedaagde in conventie en eiseres in voorwaardelijke reconventie; het verzoek tot wraking van 28 september 2020 dat is ingediend en ondertekend door verzoeker; een brief van de griffier van de wrakingskamer van 30 september 2020 waarin verzoeker in de gelegenheid is gesteld het wrakingsverzoek alsnog te laten indienen door een advocaat en waarin verzoeker wordt verzocht mede te delen waarom hij pas op 28 september 2020 het wrakingsverzoek heeft gedaan, terwijl de aanleiding daarvoor lag in het tussenvonnis van 22 juli 2020; een brief van 7 oktober 2020 (abusievelijk gedateerd op 7 november 2020) van verzoeker waarin hij mededeelt dat hij een advocaat heeft gevraagd het wrakingsverzoek te ondertekenen en dat hij op de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek een debat zal voeren over de vraag waarom het verzoek tot wraking op 28 september 2020 is ingediend; een brief van 9 oktober 2020 van mr. Koolen, waarbij hij het wrakingsverzoek namens verzoeker indient en waarin hij mededeelt dat zijn verdere bemoeienis met dit verzoek beperkt blijft tot het tekenen bij indiening; een e-mail van 20 oktober 2020 van verzoeker waarin hij de griffier van de wrakingskamer verzoekt om uitstel van de mondelinge behandeling van zijn wrakingsverzoek, gepland op 22 oktober 2020, omdat hij Covid-19 verschijnselen vertoont, zich laat testen en in quarantaine gaat; een e-mail van de griffier van de wrakingskamer van 20 oktober 2020 waarin verzoeker wordt medegedeeld dat geen uitstel van de mondelinge behandeling zal worden verleend, dat hij de zitting kan bijwonen door middel van een Skype for Business verbinding of dat hij zijn advocaat naar de mondelinge behandeling kan laten komen; een e-mail van de griffier van de wrakingskamer van 21 oktober 2020 waarin verzoeker via een link een uitnodiging wordt toegezonden, voor het geval hij via Skype for Business deel wil nemen aan de mondelinge behandeling. De rechters berusten niet in de wraking. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2020. Verschenen is mr. Bockwinkel. Mr. G.A. Offerhaus, advocaat van mevrouw mr. I.M.C.A. Reinders Folmer B.V., is als belanghebbende verschenen. Verzoeker en zijn advocaat zijn niet verschenen. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid de mondelinge behandeling via Skype for Business bij te wonen. De wrakingskamer heeft op 22 oktober 2020 mondeling uitspraak gedaan, inhoudende dat verzoeker niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn verzoek. Diezelfde dag heeft de griffier van de wrakingskamer verzoeker hiervan per e-mail in kennis gesteld. Deze beslissing bevat de gronden van die uitspraak. 1Feiten Bij deze rechtbank is een civiele zaak aanhangig gemaakt door verzoeker tegen mevrouw mr. I.M.C.A. Reinders Folmer B.V. en tegen I.M.C.A. Reinders Folmer. In deze zaak is op 22 juli 2020 een tussenvonnis gewezen. Hierin is in conventie bepaald dat iedere beslissing wordt aangehouden. In reconventie is de zaak verwezen naar de rol van 19 augustus 2020. De zaak stond voor vonnis op 30 september 2020, welk vonnis is aangehouden na het indienen van het wrakingsverzoek. 2Het verzoek en de gronden daarvan Het verzoek tot wraking is – samengevat weergegeven – gebaseerd op de volgende grond. Verzoeker twijfelt aan de onpartijdigheid van de rechters en meent dat de rechters jegens hem een vooringenomenheid koesteren. Zijn wederpartij, I.M.C.A. Reinders Folmer, is vanaf 1981 als rolwaarnemer en procureur werkzaam voor de rechtbank Amsterdam en vanaf 2008 als procesadvocaat. Dit heeft vriendschappelijke banden opgeleverd tussen I.M.C.A. Reinders Folmer en rechters en ondersteunend personeel. De rechtbank heeft zonder motivering geweigerd de zaak naar een andere rechtbank te verwijzen. Uit een drietal onderdelen van het vonnis van 22 juli 2020 blijkt dat de rechters vooringenomen zijn jegens verzoeker.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.