RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 19/3231 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2020 in de zaak tussen [eiseres], te Aalsmeer, eiseres en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: mr. E. Kok). Procesverloop Met het besluit van 15 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering van eiseres op grond van de Ziektewet (ZW) beëindigd. Met het besluit van 15 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari
- Eiseres is verschenen, bijgestaan door [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- Eiseres voert aan dat zij volledig arbeidsongeschikt is door een zware depressie. De rechtbank constateert dat de verzekeringsarts in verband hiermee in de rapportage van 1 februari 2019 reeds beperkingen heeft aangenomen en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft opgesteld. De arbeidsdeskundige heeft op 14 februari 2019 passende functies geselecteerd en geconcludeerd dat eiseres met deze functies 80,02% van haar laatstverdiende loon kon verdienen.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft na kennisname van nadere medische informatie, ingebracht door eiseres, meer beperkingen aangenomen op fysiek en psychisch vlak. Hij heeft naar aanleiding hiervan op 29 april 2019 een nieuwe FML opgesteld. Dit heeft op 7 mei 2019 geleid tot het duiden van andere functies door de arbeidsdeskundige die passen bij de vastgestelde belastbaarheid. De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat eiseres ook op basis van de nieuw geselecteerde functies meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.
- De rechtbank vindt dat er voldoende rekening is gehouden met de door eiseres in bezwaar ingebrachte medische informatie. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft ook voldoende gemotiveerd waarom er geen sprake kan zijn van volledige arbeidsongeschiktheid. Eiseres heeft in beroep geen nieuwe medische informatie ingebracht die de rechtbank doet twijfelen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
- Voor een proceskostenveroordeling of teruggave van het griffiegeld bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft , griffier, op 31 januari
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.