beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/047640-20 RK: 20/6055 Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering van: [veroordeelde], geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres], thans gedetineerd in de [detentieadres] woonplaats kiezend op het kantooradres van haar raadsman, mr. D. Duijvelshoff, [kantooradres], hierna te noemen: veroordeelde. 1Procesgang De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 3 maart 2020 veroordeelde een taakstraf van 80 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 40 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk. Het Openbaar Ministerie heeft op 7 december 2020 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan veroordeelde kennis gegeven. Het bezwaarschrift is op 17 december 2020 op de griffie van deze rechtbank ingediend. Veroordeelde is niet met de taakstraf aangevangen. 2Inhoud van het bezwaarschrift Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie en strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt. Nu veroordeelde door de meervoudige kamer van deze rechtbank op 31 december 2020 is veroordeeld tot een ISD-maatregel voor 2 jaren, lijkt tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis weinig zinvol. 3Beoordeling De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder: het hiervoor genoemde vonnis; het rapport van Reclassering Nederland, ressort Amsterdam, van 18 september 2020, waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen; de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis; het bezwaarschrift van veroordeelde. De politierechter heeft op de openbare terechtzitting van 16 februari 2021 de officier van justitie, mr. R. Leuven, gehoord. De politierechter heeft telefonisch de raadsman van veroordeelde, mr. D. Duijvelshoff, gehoord. Standpunt van de verdediging De raadsman van veroordeelde heeft telefonisch naar voren gebracht dat veroordeelde gedetineerd zit in het kader van de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank op 31 december 2020. Er is toen aan veroordeelde de ISD-maatregel voor 2 jaren opgelegd. Dit maakt dat veroordeelde niet in staat is om de taakstraf uit te voeren. De raadsman heeft verzocht het bezwaar gegrond te verklaren en het aantal te werken uren op 0 (nul) te bepalen. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het bezwaarschrift gegrond te verklaren en het aantal te werken uren op 0 (nul) te bepalen. Oordeel van de politierechter De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend. Nu veroordeelde op 31 december 2020 onherroepelijk is veroordeeld tot de ISD-maatregel voor 2 jaren, zal de politierechter de raadsman en de officier van justitie volgen. Het bezwaarschrift zal gegrond worden verklaard en de politierechter zal bepalen dat veroordeelde nog 0 (nul) uren taakstraf moet verrichten, nu veroordeelde, gelet op de duur van de maatregel, niet in staat zal zijn de taakstraf uit te voeren en met de tenuitvoerlegging van het vonnis van de politierechter van 3 maart 2020 geen redelijk doel meer is gediend. 4Beslissing De politierechter - verklaart het bezwaarschrift gegrond; bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 0 (nul). Deze beslissing is gegeven door mr. E.G.C. Groenendaal, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2021.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.