vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 8580321 CV EXPL 20-10410 vonnis van: 4 januari 2021 fno.: 609 vonnis van de kantonrechter I n z a k e stichting Woningstichting Eigen Haard gevestigd te Amsterdam eiseres nader te noemen: Eigen Haard gemachtigde: mr. J. Groenewoud t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde nader te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. S.M. van der Salm VERLOOP VAN DE PROCEDURE De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken en proceshandelingen: - de dagvaarding van 2 juni 2020 met producties; - de akte houdende overlegging aanvullende productie van Eigen Haard van 16 juni 2020, met producties; - de conclusie van antwoord met producties;- het instructievonnis van 31 augustus 2020;- de dagbepaling van de mondelinge behandeling. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 november 2020. Eigen Haard heeft zich doen vertegenwoordigen door [naam 1] , bijgestaan door de gemachtigde. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben het woord gevoerd, beiden aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen, en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. [gedaagde] heeft op voorhand bij akte producties ingediend Na sluiting van het onderzoek ter zitting, is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld ten aanzien van twee nader omschreven punten een akte in te dienen. [gedaagde] heeft een akte, met producties, genomen, waarna Eigen Haard een akte met producties heeft ingediend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast: 1.1. Eigen Haard is een toegelaten instelling als bedoeld in de Woningwet. 1.2. Eigen Haard verhuurt sinds 1 april 2015 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres 1] te [plaats 1] tegen een huurprijs ten tijde van de dagvaarding (2 juni 2020) van € 1.693,90 per maand (hierna: het gehuurde). 1.3. Het gehuurde is een tweekamerwoning van circa 77 m2, bestaande uit een woonkamer, één slaapkamer, een keuken en een badkamer. 1.4. In artikel 1 van de huurovereenkomst staat onder meer: Het gehuurde is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als woonruimte ten behoeve van de huurder (en de leden van zijn gezin). 1.5. In artikel 10 lid 2 van de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden, (Algemene voorwaarden huurruimte van 1 oktober 2008) is bepaald: Huurder bewoont het gehuurde gedurende de huurtijd bij voortduring zelf en heeft er zijn hoofdverblijf. Gebruik van het gehuurde als pied-à-terre (‘Gelegenheid tot verblijf voor iemand die elders woont’) is niet toegestaan. De bewijslast van het hebben van hoofdverblijf rust op huurder. In artikel 10 lid 7 van deze algemene voorwaarden is, voor zover hier relevant, bepaald: Het is huurder verboden het gehuurde, al dan niet tijdelijk, in zijn geheel onder te verhuren of aan derden in gebruik af te staan. 1.6. Vanaf 1 april 2015 tot 21 januari 2020 heeft niemand op het adres van het gehuurde ingeschreven gestaan. Vanaf 21 januari 2020 heeft [gedaagde] zich op het adres van het gehuurde ingeschreven. Daarvoor stond zij ingeschreven op het adres [adres 2] te [plaats 2] . 1.7. [gedaagde] is notaris en voert sinds 2012 haar eigen notarispraktijk aan de [adres 3] te [plaats 2] . 1.8. [gedaagde] heeft in 2013 twee appartementen van Eigen Haard gekocht, deze zijn gelegen aan de [adres 4] en [adres 5] te [plaats 1] en zijn 30-35 m2 groot. Het appartement [adres 5] heeft [gedaagde] tot 1 april 2015 in gebruik genomen; het appartement [adres 4] heeft [gedaagde] verhuurd aan haar oudste dochter [naam dochter 1] (hierna: [naam dochter 1] ). 1.9. Op 20 november 2019 heeft Eigen Haard een bezoek gebracht aan het gehuurde. In het door Eigen Haard opgesteld verslag van het huisbezoek staat onder meer dat de jongste dochter van [gedaagde] , [naam dochter 2] (hierna: [naam dochter 2] ) de deur open deed en de twee medewerkers van Eigen Haard te woord heeft gestaan. [naam dochter 2] heeft desgevraagd medegedeeld dat [gedaagde] in [plaats 2] woont, het gehuurde als pied-a-terre gebruikt en dat [gedaagde] dit ook besproken heeft met Eigen Haard. Verder staat in het verslag dat [naam dochter 2] heeft medegedeeld dat zij in de [adres 6] woont, dat zij haar woning via AirBnB verhuurt en dan in het gehuurde verblijft. In het verslag staat ook dat bij de voordeur op de brievenbus een briefje is geplakt met de naam ‘ [familienaam] ’. Hiervan is bij het verslag een print van een foto waarop dit is te zien gevoegd. 1.10. Op 21 november 2019 heeft [gedaagde] contact opgenomen met Eigen Haard. In een door Eigen Haard opgesteld gespreksverslag staat onder meer dat [gedaagde] heeft medegedeeld dat zij het gehuurde heeft als pied-à-terre omdat ze een notariskantoor heeft en in [plaats 1] een adviespraktijk houdt. In het verslag staat ook dat [gedaagde] heeft medegedeeld dat zij bij het tekenen van de huurovereenkomst heel duidelijk heeft aangegeven dat ze in het gehuurde geen hoofdverblijf zou gaan houden en hoe ze het gehuurde zou gaan gebruiken, namelijk als pied-à-terre. 1.11. Op 27 november 2019 heeft nog een telefoongesprek tussen Eigen Haard en [gedaagde] plaatsgevonden. In een door Eigen Haard opgesteld gespreksverslag staat onder meer dat, nadat Eigen Haard aan [gedaagde] had medegedeeld dat ze het gehuurde niet als pied-à-terre mag gebruiken en dat als er stukken zijn waarin staat dat zij dat wel mag, zij die stukken aan moet leveren, [gedaagde] heeft medegedeeld dat zij in [plaats 1] woont en haar appartement in [plaats 2] als pied-à-terre gebruikt. Nadat Eigen Haard heeft bericht dat zij en haar dochter eerst hebben medegedeeld dat zij haar pied-à-terre in [plaats 1] heeft, heeft [gedaagde] aangegeven dat haar dochter gezondheidsproblemen heeft en om die reden soms bij haar blijft. In het verslag staat ook dat [gedaagde] heeft medegedeeld dat zij 70% van haar tijd in [plaats 1] is, dat ze in [plaats 1] een bedrijfsruimte huurt voor haar adviespraktijk, dat ze een enorm probleem heeft als ze het gehuurde kwijt raakt, dat haar partner in [plaats 1] woont en haar dochter ook. 1.12. Bij brief van 2 december 2019 heeft Eigen Haard aan [gedaagde] bericht dat zij wanprestatie pleegt door het gehuurde als pied-à-terre te gebruiken en dat zij haar hoofdverblijf elders heeft. [gedaagde] wordt gesommeerd de huur voor 9 december 2019 per 9 januari 2019 op te zeggen. 1.13. [gedaagde] heeft bij brief van 10 december 2019 onder meer aan Eigen Haard bericht: Ik heb in het gesprek met de heer [naam 2] (op locatie Eigen Haard) expliciet aangegeven dat ik in [plaats 1] wil wonen, maar dat ik om fiscale redenen nog in [plaats 3] ingeschreven wil blijven (hypotheekrenteaftrek). Volgens de heer [naam 2] was dat geen enkel probleem. De woning in [plaats 3] is in 2017 verkocht omdat mijn leven zich in [plaats 1] afspeelt. Ik heb sedert februari 2017 een omgebouwd archief boven mijn kantoor in [plaats 2] om daar te kunnen overnachten als de werkdruk dat vereist. Ik gebruik de woning in [plaats 1] niet als pied-a-terre; die functie heeft mijn woning in [plaats 2] . Ik zal, als Eigen Haard dat vereist, mij doen inschrijven in de gemeente [plaats 1] . Daarnaast geef ik de woning beslist niet in gebruik aan derden. Mijn dochter overnacht geregeld in het appartement als ik bij mijn partner ben. Haar eigen woning kent enorme geluidsoverlast (…) en haar geestelijke gezondheid op dit moment te wensen overlaat (…). 1.14. Eigen Haard heeft op 18 december 2019 aan [gedaagde] bericht dat aan haar de gelegenheid wordt geboden om de huurovereenkomst voor 27 december 2019 met een opzegtermijn van twee maanden op te zeggen. 1.15. Bij dagvaarding van 27 januari 2020, uitgereikt op het adres van het gehuurde aan [naam dochter 2] , heeft Eigen Haard [gedaagde] in kort geding opgeroepen voor de zitting van 4 maar 2020 en de ontruiming van het gehuurde gevorderd. Bij uitspraak van 18 maart 2020 is de vordering afgewezen. 1.16. Waternet heeft op 6 mei 2020 aan Eigen Haard onder meer bericht: Zie in de bijlage de gegevens van Waternet van de [adres 1] . Opvallend is dat sinds 2015 een Duitse vrouw uit 1989 het contract met Waternet heeft. Zij heeft aangegeven dat er twee personen waren in 2015. De vrouw stond van 2014-2017 ingeschreven op de [locatie] en sinds 2017 op het adres [adres 7] . Zij is eigenaar van die woning en staat met nog twee personen (mogelijk stel?) ingeschreven. Dat is wel opvallend want die woning is 52 m2 en heeft 3 kamers. 1.17. Voor de levering van energie aan het gehuurde heeft [naam dochter 2] in 2015 een overeenkomst gesloten met Vandebron Energie B.V. De energierekeningen worden afgeschreven van een en/of rekeningnummer van [naam dochter 2] en [naam 3] . Vordering en verweer 2. Eigen Haard vordert - kort gezegd - de ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en de ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betrekening van het te wijzen vonnis op straffe van een dwangsom, met nevenvorderingen. 3. Eigen Haard voert, kort gezegd, het volgende aan. In de huurovereenkomst staat dat de woning uitsluitend is bestemd om te worden gebruikt als woning ten behoeve van woning en leden van haar gezin. Op grond van de algemene voorwaarden, die onderdeel uitmaken van de huurovereenkomst, dient [gedaagde] haar hoofdverblijf in het gehuurde te hebben en mag zij het niet als pied-à-terre gebruiken. Verder dient op grond van artikel 7:213 BW een huurder zich als een goed huurder te gedragen. 4. Eigen Haard voert aan dat uit onderzoek is gebleken dat [gedaagde] niet haar hoofdverblijf in het gehuurde heeft, maar dat zij feitelijk in [plaats 2] woont en het gehuurde gebruikt als pied-a-terre, wanneer zij wel in [plaats 1] is, of ze laat het gehuurde door haar dochter gebruiken. [gedaagde] heeft, door niet in het gehuurde haar hoofdverblijf te hebben, in strijd met de wettelijke en contractuele bepalingen gehandeld en is dus tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst en deze tekortkoming kan niet meer ongedaan gemaakt worden. De tekortkoming geeft Eigen Haard de bevoegdheid om op grond van artikel 6:265 BW ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te vorderen, aldus Eigen Haard. 5. [gedaagde] verweert zich tegen de vordering en voert, kort gezegd, aan dat zij wel degelijk in het gehuurde woont en daar haar hoofdverblijf heeft. 6. Op de nadere standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. Beoordeling 7. Na sluiting van de mondelinge behandeling ter zitting is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld stukken over te leggen waaruit blijkt door wie de water- en energierekeningen worden betaald. Ook is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld stukken over te leggen waaruit de voorgenomen verkoop van de notarispraktijk blijkt. 8. [gedaagde] heeft een akte met producties ingediend. Eigen Haard heeft hierop bij akte gereageerd en producties overgelegd. Eigen Haard heeft echter in de antwoordakte onder de punten 5. en 6. en vanaf punt 18. onder de kopjes ‘losse eindjes’, ‘tekortkoming uit het verleden’ en ‘conclusie’ nog op punten gereageerd die geen betrekking hebben op de aan [gedaagde] gestelde vragen en de door [gedaagde] ingediende akte. Hetgeen Eigen Haard in de antwoordakte onder de punten 5. en 6. en vanaf punt 18 heeft aangevoerd wordt, evenals de overgelegde producties, om die reden buiten beschouwing gelaten. 9. Tussen partijen is in de kern genomen in geschil of [gedaagde] in het gehuurde haar hoofdverblijf heeft, dan wel dat zij het gehuurde gebruikt als pied-à-terre en/of het gehuurde in gebruik heeft gegeven aan een derde. Indien [gedaagde] niet (steeds) haar hoofdverblijf in het gehuurde heeft (gehad), is vervolgens aan de orde de vraag of er sprake is van dermate ernstige tekortkoming van [gedaagde] , dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde met haar gevolgen rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). 10. Op grond van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden is [gedaagde] gehouden haar hoofdverblijf in het gehuurde te houden, is het gebruik van het gehuurde als pied-à-terre niet toegestaan en is het verboden het gehuurde aan derden in gebruik af te staan. Het hoofdverblijf houden in het gehuurde houdt in dat het leven van de huurder zich in hoofdzaak vanuit het gehuurde afspeelt, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen. Telefoongesprekken in november 2019 11. [gedaagde] heeft in het eerste contact met Eigen Haard op 21 november 2019, evenals [naam dochter 2] een dag ervoor, medegedeeld dat zij het gehuurde gebruikt als pied-à-terre omdat zij een notariskantoor heeft in [plaats 2] en een adviespraktijk in [plaats 1] . [gedaagde] heeft echter tijdens een telefoongesprek op 27 november 2019 aan Eigen Haard medegedeeld dat zij de ruimte boven het notariskantoor in [plaats 2] als pied-à-terre gebruikt en dat zij in [plaats 1] woont. [gedaagde] heeft voor de wijziging in haar verklaring geen (afdoende) verklaring gegeven. [gedaagde] stelt in haar antwoord, en ook daarna, dat zij zich eerder niet handig heeft uitgelaten, maar niet goed duidelijk is geworden waarin het niet ‘handig zijn’ is gelegen. [gedaagde] stelt in dit verband weliswaar dat zij af en toe in [plaats 2] overnacht vanwege de werkzaamheden op haar kantoor te [plaats 2] en dat dat vaak op maandag is, maar niet valt in te zien wat dan de reden is dat zij zich tijdens het telefoongesprek op 21 november 2019 beroept op een, naar zij stelt, door haar ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst aan Eigen Haard gedane mededeling dat ze in het gehuurde geen hoofdverblijf houdt, dat ze het gehuurde gaat gebruiken als pied-à-terre en dat dat geen probleem was. Mede gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] notaris is en het haar bekend moet zijn wat onder de begrippen hoofdverblijf en pied-à-terre in het algemeen wordt verstaan, wordt geconcludeerd dat [gedaagde] aan de door haar op 21 november 2019 gedane mededelingen dat zij het gehuurde als pied-à-terre gebruikt, hetgeen (tevens) impliceert dat zij daar niet haar hoofdverblijf heeft, kan worden gehouden nu zij voor de latere, andersluidende verklaringen, geen (afdoende) verklaring(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.