vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/687939 / HA ZA 20-795 Vonnis in de incidenten van 17 februari 2021 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht EURL VILLAFORGESVASLES, gevestigd te Vasles (Frankrijk), eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten, advocaat mr. G.A. van Gorcom te Veenendaal, tegen 1 [gedaagde 1] , 2. [gedaagde 2], beiden wonende te [woonplaats] (Frankrijk), gedaagden in de hoofdzaak, eisers in de incidenten, advocaat mr. C.T. van Weerd te Amsterdam. Eiseres zal hierna VFV worden genoemd. Gedaagden worden gezamenlijk [gedaagden] genoemd en ieder afzonderlijk mevrouw [gedaagde 1] en de heer [gedaagde 2] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 juni 2020, met producties, de incidentele conclusie tot onbevoegdheid rechtbank Amsterdam, tevens incidentele conclusie tot aanhouding, tevens incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met producties, de incidentele conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident, in het incident tot aanhouding en in het vrijwaringsincident, met producties, de rolbeslissing van 21 oktober 2020, waarbij [gedaagden] in de gelegenheid is gesteld om een akte te nemen over de bij conclusie van antwoord in het incident overgelegde producties van VFV, de akte uitlaten producties van [gedaagden] van 18 november 2020, met producties, de akte uitlaten producties van VFV van 23 december 2020. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten. 1.3. VFV heeft in haar akte uitlating producties van 23 december 2020 bezwaar gemaakt tegen de, volgens haar te uitgebreide, akte uitlaten producties van [gedaagden] van 18 november 2020, en verzoekt de rechtbank deze akte geheel of deels buiten beschouwing te laten, omdat dit een verkapte conclusie van repliek is en [gedaagden] geen producties meer had mogen overleggen. De rechtbank wijst dit verzoek af, omdat VFV in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de nadere overgelegde producties van [gedaagden] Hierdoor is geen sprake van schending van het beginsel van hoor en wederhoor. 2De feiten voor zover van belang in de incidenten 2.1. VFV is eigenaar van vijftien villa’s en het bijbehorende terrein aan de golfbaan ‘Les Forges’ te Vasles (Frankrijk). De villa’s worden verhuurd aan vakantiegangers. 2.2. De Franse vennootschap SARL 365 Management (hierna: 365 Management) huurt de villa’s en het terrein van VFV. 2.3. [gedaagden] is de beheerder van de door 365 Management gehuurde villa’s en terrein en verrichten werkzaamheden (verhuur, beheer, administratie etc.) in het kader van de verhuur van de villa’s aan de vakantiegangers. 2.4. Begin januari 2020 is tussen VFV, 365 Management en [gedaagden] gesproken over de voorwaarden waarop 365 Management de villa’s en het terrein huurt van VFV. Hierbij is ook gesproken over het feit dat [gedaagden] de aandelen in 365 Management zou overnemen en dat 365 Management € 105.000,- (incl. BTW) aan VFV zou betalen vanwege de afrekening 2018/2019. 2.5. Op 11 maart 2020 is tussen VFV, 365 Management en [gedaagden] gesproken over de afspraken en voorwaarden die zij in januari 2020 hebben gemaakt. Er is op 1 maart 2020 een ‘huurovereenkomst villa’s’ (hierna: de huurovereenkomst) tot stand gekomen. VFV is in de overeenkomst gedefinieerd als ‘Eigenaar’ en 365 Management als ‘Huurder’. In deze huurovereenkomst is bepaald, voor zover relevant: “(…) 7. Hoofdelijk aansprakelijk Huurder staat in privé in voor de correcte nakoming van de in deze overeenkomst gemaakte afspraken. (…) 8. Toepasselijk recht Beide partijen komen overeen dat dit samenwerkingscontract valt onder het Nederlands recht. (…) Rechtsgeschillen tussen Eigenaar en Bemiddelaar behorende tot de competentie van de rechtbank worden bij uitsluiting behandeld door de rechtbank van Amsterdam. (…)” De overeenkomst is namens VFV ondertekend door de heer [naam] (hierna: [naam] ) en namens Huurder door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] “Beiden namens 365 Management en in privé”. 2.6. Op 29 april 2020 heeft [naam] een brief gestuurd aan 365 Management. Hierin staat voor zover relevant: “(…) Betreft: opzegging huurovereenkomst van 1 maart 2020 (…) Wij ontbinden daarom hierbij de huurovereenkomst per 1 juni 2020. (…)” 2.7. Op 12 juni 2020 hebben VFV en 365 Management [gedaagden] gedagvaard voor het Tribunal de Commerce te Niort, Frankrijk (hierna: de Niort-procedure). In deze procedure hebben VFV en 365 Management (onder andere) betaling van € 48.750,- gevorderd uit hoofde van een aan 365 Management gestuurde factuur voor de huur over de maanden januari tot en met mei 2020. 2.8. In de Niort-procedure wordt in de conclusie van 21 juli 2020 naast het bedrag van € 48.750,-, ook een bedrag van € 155.824,14 door 365 Management gevorderd “voor de nog te betalen facturen op grond van het contrat de gérance-mandat”. 2.9. Op 9 september 2020 heeft mevrouw [gedaagde 1] een arbeidsrechtelijke procedure aanhangig gemaakt voor de Conseil de Prud’hommes te Thouars, Frankrijk (hierna: de Thouars-procedure). In deze procedure vordert mevrouw [gedaagde 1] betaling van niet-betaald loon van 365 Management omdat zij stelt dat zij naar Frans recht werknemer was van 365 Management. 3Het geschil in de hoofdzaak 3.1. VFV vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad om mevrouw [gedaagde 1] en de heer [gedaagde 2] ieder, des dat de één betalend de ander is bevrijd, te veroordelen tot betaling van € 153.750,-, te vermeerderen met de beslagkosten ter hoogte van € 3.968,- (excl. deurwaarderskosten PM), en te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over de hoofdsom vanaf 1 april 2020, en proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. VFV legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagden] zich borg heeft gesteld voor de schuld van 365 Management. Dit blijkt uit de huurovereenkomst van 1 maart 2020 gesloten tussen partijen VFV en 365 Management, die door [gedaagden] is ondertekend namens 365 Management en in privé. Omdat 365 Management de schuld niet heeft betaald is [gedaagden] (hoofdelijk) aansprakelijk voor deze schuld. De schuld bestaat uit een bedrag van € 48.750,- voor de huur van januari tot en met mei 2020 en een bedrag van € 105.000,- voor de huurschuld over 2018/2019. 3.3. [gedaagden] heeft nog geen inhoudelijk verweer gevoerd, maar heeft de hierna te noemen incidenten opgeworpen. in de incidenten 3.4. [gedaagden] verzoekt de rechtbank om: I. primair: zich onbevoegd te verklaren om van dit geschil kennis te nemen dan wel de inhoudelijke behandeling van deze zaak aan te houden totdat de Franse rechters een finaal oordeel hebben geveld in de in Frankrijk aanhangige procedures; II. subsidiair: [gedaagden] toe te staan tegen een nader door de Rechtbank te bepalen datum in vrijwaring op te mogen roepen 365 Management alsmede de hoofdzaak naar de rol te verwijzen voor het indienen van de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagden] ; III. zowel primair als subsidiair: VFV uit hoofde van misbruik van procesrecht te veroordelen tot de volledige proceskosten van [gedaagden] , nu begroot op € 5.000,-. 3.5. [gedaagden] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de rechtbank Amsterdam onbevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen omdat de forumkeuze uit de huurovereenkomst niet op hen van toepassing is. De huurovereenkomst is namelijk ontbonden en dat zij de huurovereenkomst in privé hebben ondertekend zag alleen op artikel 7 van de huurovereenkomst en niet op de forumkeuze van artikel 8. Op grond van artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) komt de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe omdat [gedaagden] woonachtig is in Frankrijk. Indien de rechtbank Amsterdam zich bevoegd acht, dient zij de verdere behandeling van onderhavige procedure aan te houden op grond van artikel 29 en 30 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I-bis). [gedaagden] voert hiertoe aan dat sprake is van samenhangende vorderingen omdat de bedragen die worden gevorderd in deze procedure ook worden gevorderd in de Niort-procedure. Ook kan de rechtbank Amsterdam zich niet over de vorderingen van VFV uitlaten voordat in de Thouars-procedure is beoordeeld wat de rechtsverhouding tussen mevrouw [gedaagde 1] en 365 Management is. Indien de rechtbank Amsterdam van oordeel is dat zij de kwestie inhoudelijk kan beoordelen, dan zal [gedaagden] subsidiair 365 Management in vrijwaring willen oproepen, omdat voor beoordeling van de vorderingen van VFV het noodzakelijk is om de rechtsverhouding tussen mevrouw [gedaagde 1] en 365 Management vast te stellen. Tot slot is [gedaagden] van mening dat sprake is van misbruik van procesrecht en schending van artikel 21 Rv. VFV doet namelijk enerzijds in de Niort-procedure een beroep op de ontbinding van de huurovereenkomst en anderzijds in deze procedure juist een beroep op de forumkeuze in deze huurovereenkomst omdat anders de grondslag van haar vordering zou vervallen. Dit is dusdanig tegenstrijdig dat sprake is van misbruik van recht. Daarnaast is sprake van schending van artikel 21 Rv doordat VFV de rechtbank niet heeft geïnformeerd over de aanhangigheid van de in Frankrijk lopende procedures. Op grond van deze redenen dient VFV in de volledige proceskosten te worden veroordeeld, op dit moment begroot op € 5.000,-. Aldus nog steeds [gedaagden] 3.6. VFV voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring van de rechtbank Amsterdam en de incidentele vordering tot aanhouding. Wat betreft het incident tot vrijwaring refereert VFV zich aan het oordeel van de rechtbank. 3.7. Op de stellingen van partijen in het incident wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in het bevoegdheidsincident 4.1. VFV en [gedaagden] zijn respectievelijk gevestigd en woonachtig in Frankrijk, en omdat de zaak is aangebracht voor een Nederlandse rechter, heeft de zaak een internationaal karakter. De vordering in de hoofdzaak betreft een burgerlijke of handelszaak en is ingesteld na 10 januari 2015. Dit betekent dat de vraag of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, aan de hand van Brussel I-bis moet worden beantwoord. In artikel 4 Brussel I-bis is bepaald dat, onverminderd deze verordening, zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Gelet op deze hoofdregel dient [gedaagden] in beginsel voor de Franse rechter opgeroepen te worden. Uit artikel 5 Brussel I-bis volgt dat afwijking van deze hoofdregel slechts mogelijk is op grond van de regels die zijn neergelegd in de afdelingen 2 tot en met 7 (de artikelen 7 tot en met 26) van hoofdstuk II Brussel I-bis. Daarom is de vraag aan de orde of sprake is van een van de hoofdregel afwijkende bevoegdheid op grond waarvan de rechtbank Amsterdam bevoegd is van de vorderingen van VFV kennis te nemen. Forumkeuze 4.2. Tussen partijen is in geschil of een rechtsgeldige forumkeuze in de zin van artikel 25 Brussel I-bis voor deze rechtbank is overeengekomen. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. 4.3. Artikel 25 Brussel I-bis bepaalt dat, indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, schriftelijk een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht exclusief bevoegd is, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient een forumkeuzebeding autonoom op grond van het unierecht te worden beoordeeld. Voor het naar de maatstaf van artikel 25 van de Brussel I-bis rechtsgeldig maken van een forumkeuze is vereist, maar ook voldoende, dat er sprake is van een daadwerkelijke instemming van partijen met de forumkeuze (vgl. HvJ EG 16 maart 1999, ECLI:EU:C:1999:142, Casteletti/Trumpy). Hiervoor dient onderzocht te worden of de forumkeuze het voorwerp heeft uitgemaakt van een wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt, waarbij de vormvoorschriften in artikel 25 lid 1 sub a-c van de Brussel I-bis ten doel hebben te waarborgen dat de wilsovereenstemming tussen partijen inderdaad vaststaat (HvJ EG 20 februari 1997, ECLI:EU:C:1997:70, MSG/Les Gravières Rhénanes, HvJ EU 7 februari 2013, ECLI:EU:C:2013:62, Refcomp/Axa). 4.4. In dit geval is het forumkeuzebeding opgenomen in de door VFV in het geding gebrachte getekende huurovereenkomst tussen VFV en 365 Management van 1 maart 2020. VFV stelt dat de in deze huurovereenkomst opgenomen forumkeuze ook geldt voor [gedaagden] omdat de heer [gedaagde 2] en mevrouw [gedaagde 1] beiden de huurovereenkomst ook in privé hebben ondertekend. [gedaagden] betwist dat het in privé ondertekenen ook ziet op de forumkeuze. Dit zou namelijk alleen bedoeld zijn voor artikel 7 van de huurovereenkomst. Partij bij de overeenkomst? 4.5. Een geschrift van een partij dat door de andere partij voor akkoord is ondertekend is een schriftelijke overeenkomst in de zin van artikel 25 lid 1 sub a Brussel I-bis. In zoverre voldoet de forumkeuze in beginsel aan het vereiste van artikel 25 lid 1 sub a Brussel I-bis. Partijen verschil echter van mening over de vraag of [gedaagden] ook partij is bij de overeenkomst, waardoor de forumkeuze van artikel 8 ook voor hen zou gelden. 4.6. Voor de uitleg en de inhoud van een overeenkomst is niet (alleen) de tekst van belang, maar komt het ook aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan het overeengekomene mochten toekennen en op hetgeen zij op dat punt redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. 4.7. Als artikel 7 in samenhang wordt gezien met het feit dat de huurovereenkomst in privé is getekend door zowel de heer [gedaagde 2] als mevrouw [gedaagde 1] , gaat de rechtbank er van uit dat [gedaagden] ook partij is bij de huurovereenkomst. In artikel 7 staat namelijk expliciet ‘dat huurder in privé in staat voor correcte nakoming van de in deze overeenkomst gemaakte afspraken’ (onderstreping rb). Dat huurder dus in privé aansprakelijk is omvat alle afspraken van de huurovereenkomst, en dus ook artikel 8. Bij de ondertekening van de (volledige) overeenkomst staan mevrouw [gedaagde 1] en de heer [gedaagde 2] als huurder genoemd en hebben zij dus getekend “Beiden namens 365 Management en in privé”. Hieruit volgt dat ook de forumkeuze voor rechtbank Amsterdam van artikel 8 uit deze overeenkomst geldt voor [gedaagden] 4.8. Daarnaast betwist [gedaagden] dat de forumkeuze hen regardeert omdat de huurovereenkomst is ontbonden. De brief van 29 april 2020 (zie 2.6) duidt echter op een opzegging van de overeenkomst en een opzegging van een overeenkomst laat de forumkeuze onverlet. Bij een ontbinding zou dat echter niet anders geweest zijn, gezien de aard van de afspraak.. Conclusie 4.9. Uit voorafgaande volgt dat tussen VFV en [gedaagden] een forumkeuze is overeengekomen op basis waarvan de rechtbank Amsterdam bevoegd is om dit geschil te beoordelen. 4.10. De incidentele vordering tot onbevoegdheid zal dus worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. 5De beoordeling in het incident tot aanhouding 5.1. Aangezien de rechtbank heeft geoordeeld dat zij bevoegd is om van de vordering van VFV kennis te nemen, komt zij nu toe aan de vordering van [gedaagden] om de procedure dan in ieder geval aan te houden totdat de Franse rechters een finaal oordeel hebben geveld in de in Frankrijk aanhangige procedures. 5.2. [gedaagden] voert aan dat het in de Niort-procedure gaat om dezelfde vorderingen uit dezelfde rechtsverhouding als in het onderhavige geding. In onderhavige procedure wordt gevorderd: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.