vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/697988 / KG ZA 21-167 CdK/LO Vonnis in kort geding van 12 april 2021 in de zaak van 1. de naamloze vennootschap ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, 2. de rechtspersoon [eiser sub 2] , gevestigd te [plaats] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ROX LEGAL B.V., gevestigd te Rotterdam, 4. [eiser sub 4], wonende te [woonplaats] , 5. [eiser sub 5], wonende te [woonplaats] , 6. [eiser sub 6], wonende te [woonplaats] , eisers bij dagvaarding van 10 maart 2021, advocaat mr. T.J.P. [eiser sub 4] te Amsterdam, tegen 1. de stichting STICHTING VROUWE JUSTITIA IN VERVAL, gevestigd te Hengelo, verschenen bij haar bestuurders [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] , 2. [gedaagde sub 2], weduwe van [naam 1] , wonende te [woonplaats] ), verschenen in persoon, 3. [gedaagde sub 3], wonende te [woonplaats] , verschenen in persoon, gedaagden. Eisers zullen hierna ING, [eiser sub 2] , Rox Legal, mr. [eiser sub 4] , mr. [eiser sub 5] en mr. [eiser sub 6] worden genoemd, en gezamenlijk (in meervoud) ING c.s. Gedaagden zullen ook gezamenlijk (in enkelvoud) de Stichting worden genoemd. 1De procedure 1.1. Ter zitting van 19 maart 2021 hebben ING c.s. de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. De Stichting heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s ingediend. 1.2. Ter zitting waren aanwezig: aan de kant van ING c.s.: [medewerker] , medewerker bijzonder beheer bij ING, mr. [jurist] , jurist, en mr. [eiser sub 4] . aan de kant van de Stichting zijn verschenen via een videoverbinding: [gedaagde sub 2] , voor zichzelf en als voorzitter van de Stichting, [gedaagde sub 3] , voor zichzelf en als secretaris van de Stichting en [stagiair] , stagiair bij de Stichting. 1.3. Na de zitting is partijen de gelegenheid gegeven om hun tweede termijn, en de Stichting nog een deel van de reactie in eerste termijn, schriftelijk te doen toekomen. Partijen hebben dat gedaan bij e-mailberichten van 23 maart 2021 ( [gedaagde sub 3] ), 26 maart 2021 (mr. [eiser sub 4] ) en 29 maart 2021 (de Stichting). Bij e-mail van 23 maart 2021 heeft mr. [eiser sub 4] stukken doen toekomen aan de rechtbank. Daarvoor is hem echter niet de gelegenheid geboden, zodat deze stukken buiten beschouwing zullen blijven. Vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.1. De Stichting is houder van de domeinnamen www.vjiv.nl, www.vrouwejustitiainverval.nl en www.vrouwejustitiainverval.com (de twee laatstgenoemden zijn doorgelinkt naar de eerste). Het bestuur van de Stichting bestaat uit [gedaagde sub 2] (voorzitter) en haar zoon [gedaagde sub 3] (secretaris). 2.2. In september 2002 is [gedaagde sub 2] samen met wijlen haar echtgenoot (die in 2017 is overleden) een kredietovereenkomst aangegaan bij ING. Hierna worden voor de leesbaarheid in het kader van deze hypotheekovereenkomst en de procedures die daaruit zijn gevolgd [gedaagde sub 2] en wijlen haar echtgenoot gezamenlijk aangeduid als ‘ [gedaagde sub 3] ’. Het krediet is aangewend om te worden doorgeleend aan het computerbedrijf van onder meer zoon [gedaagde sub 3] . Tot zekerheid verleenden [gedaagde sub 2] en haar echtgenoot aan ING een tweede hypotheekrecht op hun woning. In december 2003 is het computerbedrijf van zoon [gedaagde sub 3] failliet gegaan en is [gedaagde sub 3] aangesproken op terugbetaling van het krediet. 2.3. In 2004 heeft [gedaagde sub 3] een beroep gedaan op vernietiging dan wel ontbinding van de kredietovereenkomst. 2.4. In maart 2005 is [gedaagde sub 3] toegelaten tot de wettelijke schuldsanering, die eindigde in juli 2007. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de verschuldigdheid van rente gedurende de looptijd van de schuldsanering. Correspondentie tussen partijen leidde niet tot een oplossing. ING zegde de executieveiling van de woning aan tegen 1 juli 2008. Een door [gedaagde sub 3] in kort geding gevraagd verbod werd niet toegewezen. [gedaagde sub 3] betaalde op 30 juni 2008 en bedrag van € 265.000,- waarna de executieveiling geen doorgang vond. 2.5. In juni 2008 is [gedaagde sub 3] een bodemprocedure (de eerste bodemprocedure) begonnen tegen ING op grond van dwaling dan wel toerekenbare tekortkoming door ING in de nakoming van haar zorgplicht jegens [gedaagde sub 3] . [gedaagde sub 3] verloor deze procedure in drie instanties. 2.6. Vervolgens begon [gedaagde sub 3] een nieuwe procedure (de tweede bodemprocedure), ditmaal op grond van onrechtmatige daad/wanprestatie van ING. Ook in die procedure is [gedaagde sub 3] in twee instanties in het ongelijk gesteld en is zij niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. [gedaagde sub 3] heeft vervolgens herroeping van de arresten van het hof in deze procedure gevorderd en schorsing van de tenuitvoerlegging. De schorsing van de tenuitvoerlegging heeft het hof afgewezen. De herroeping was gevorderd op grond van door ING beweerdelijk gepleegd bedrog. Het hof heeft de vordering tot herroeping afgewezen omdat – kort gezegd – het beweerdelijke bedrog geen herroepingsgrond kan vormen, nu dat reeds tijdens de procedure door [gedaagde sub 3] is ontdekt en herroeping slechts mogelijk is indien ná de uitspraak blijkt van het bestaan van het bedrog. 2.7. Bij brief van 27 oktober 2018 heeft [gedaagde sub 2] aan ING meegedeeld dat zij recht had op verrekening van haar in het arrest van 13 oktober 2015 (de tweede bodemprocedure) als verjaard beoordeelde vorderingen met haar thans uitstaande hypothecaire lening. De verjaard geoordeelde vordering betrof een bedrag van € 28.133,15 van alle door ING (volgens [gedaagde sub 2] ten onrechte) tijdens de schuldsanering van de rekening van [gedaagde sub 3] afgeboekte bedragen, met rente. [gedaagde sub 2] heeft ING verzocht dat bedrag in mindering te brengen op haar hypotheekschuld. ING heeft geantwoord niet aan dat verzoek tegemoet te zullen komen omdat in verschillende procedures en instanties is geoordeeld dat [gedaagde sub 2] geen vordering heeft op ING. 2.8. [gedaagde sub 2] is op enig moment gestopt met het betalen van hypotheekrente. ING heeft haar meermaals gewezen op het bestaan van een langdurige betalingsachterstand en haar in de gelegenheid gesteld die in te lopen. Omdat [gedaagde sub 2] van die mogelijkheid geen gebruik maakte heeft ING besloten het onderpand van de hypothecaire lening, de woning van [gedaagde sub 2] in [woonplaats] via een veiling te gelde te maken. Op 18 januari 2021 heeft [gedaagde sub 2] een deel van de achterstand voldaan zodat de veiling niet door is gegaan. ING heeft [gedaagde sub 2] tot 1 juni 2021 de tijd gegeven om de woning alsnog onderhands te verkopen. 2.9. De Stichting beheert de onder 2.1 genoemde websites. Daarop is onder meer het volgende gepubliceerd. 2.10. Onder de verschillende kopjes zijn de ‘misstanden’ (volgens de Stichting) per categorie beschreven. Zo is onder meer over ING en verschillende advocaten en advocatenkantoren, waaronder eisers sub 2 tot en met 6, gepubliceerd. Van [eiser sub 2] en Rox Legal worden de kantoorlogo’s afgebeeld en van mr. [eiser sub 4] , mr. [eiser sub 5] en mr. [eiser sub 6] een portretfoto. 2.11. Over ING c.s. is onder meer het volgende op de website te lezen. Over [eiser sub 2] “Op deze site wordt aandacht besteedt aan de ondeskundige en schaamteloze handelwijze van mr. [eiser sub 4] in een geschil tussen mijzelf (een weduwe van 78 jaar) en ING. Op enig moment is mr. [eiser sub 4] door ING Bank ingeschakeld met het enige doel mij een lesje te leren door mij zoveel mogelijk geld afhandig te maken en zelfs meermaals te dreigen mijn woning te verkwanselen via een executoriale verkoop. Daarbij moet men bedenken, dat ieder recht daartoe ontbreekt, omdat ik het recht onweerlegbaar aan mijn zijde heb. Mr. [eiser sub 4] wil echter zijn grote klant en goede relatie hoe dan ook van dienst zijn, waarbij hij door roeien en ruiten gaat, dit zonder zich te bekommeren om de gedragsregels voor de advocatuur en bovendien wetsartikel 21 Rv. voortdurend met voeten treedt. Dit wetsartikel luidt: Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.” Over mr. [eiser sub 4] “Dit is de veelbelovende theorie, de praktijk is er één, althans wat mr. [eiser sub 4] betreft, van leugens, bedrog, domme en onbegrijpelijke uitspraken, verdraaiingen van de realiteit, het plaatsen van algemeenheden die nergens over gaan, het trachten mij onder druk grote niet verschuldigde bedragen aan ING te laten betalen, het uiten van beledigingen en beschuldigingen en zelfs het schaden van mijn goede naam en faam, hetgeen als smaad geduid kan worden. Mr. [eiser sub 4] heeft zijn positie als adviseur van ING ten opzichte van mij meerdere keren schandalig misbruikt. Deze advocaat heeft gedurende lange tijd aan de heer [naam 2] van ING te Amsterdam (werkend op de afdeling Specialistenteam Center of Expertise Collections) foutieve adviezen gegeven, dit tegen beter weten in en mij daarmede grote financiële schade en tevens veel mentaal leed bezorgd.” Over ING “Het is aannemelijk, dat ING in dezen met opzet de kwetsbare weduwe grote bedragen afhandig heeft willen maken, hetgeen alleen maar als fraude en bedrog kan worden bestempeld.” “Nauwelijks te bevatten, grenzeloos onbeschaamd en een zuivere vorm van oplichting is, dat ING het heeft bestaan om betreffende een nooit inzake een postbankvordering gevoerde procedure ter inning van het bovengenoemde bedrag, (…) toch betaling van het echtpaar heeft geëist (…) wegens advocaatkosten.” Over Rox Legal, mr. [eiser sub 5] en mr. [eiser sub 6] “Bij dit kantoor zijn werkzaam de heren mr. [eiser sub 5] als notaris en mr. [eiser sub 6] als toegevoegd notaris. Deze notarissen hebben ondanks de keiharde feiten, dat ING Bank op vele punten fouten heeft gemaakt en zelfs overtuigend bedrog heeft gepleegd toch haar opdracht tot veiling van de woning van een weduwe van bijna 80 jaar geaccepteerd.” “Van de handelwijze van ING Bank, ook te duiden als het plegen van een misdrijf en dus strafrechtelijk vervolgbaar, zijn de beide notarissen uitgebreid schriftelijk op de hoogte gebracht, dit ondersteund door vele van relevantie zijnde producties en documenten.” 2.12. Op de Twitterpagina van de Stichting staat onder meer het volgende. Om privacy redenen wordt de pagina niet getoond. 2.13. Op 10 september 2020 heeft de Algemeen Directeur van de Stichting Tuchtrecht Banken een uitspraak (schikkingsvoorstel) gedaan in een zaak betreffende een medewerker van ING. De medewerker heeft daarbij een berisping opgelegd gekregen, kort gezegd omdat hij niet expliciet aan [gedaagde sub 2] heeft meegedeeld dat de bank juridische kosten bij haar in rekening zou gaan brengen. De Stichting heeft die uitspraak in niet-geanonimiseerde vorm op haar website geplaatst, althans heeft een verwijzing naar de uitspraak geplaatst, met daarbij de naam van de medewerker. 3Het geschil 3.1. ING c.s. vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: Primair i. Gedaagden met onmiddellijke ingang te verbieden onrechtmatige uitlatingen in de openbaarheid te brengen, direct dan wel indirect: a. waarbij onnodig grievende of onrechtmatige bewoordingen worden geuit tegenover ING c.s.; en/of b. die de strekking hebben ING c.s. aan te duiden als ‘machtsmisbruikers, leugenaars, bedriegers, dom, ondeskundig of misdrijfplegers’, althans bewoordingen van soortgelijke strekking, voor zover er geen onherroepelijke rechterlijke of tuchtrechtelijke uitspraak is waarbij die kwalificaties zijn vastgesteld; en/of c. die smadelijk, lasterlijk of beledigend zijn voor ING c.s.; en gedaagden te bevelen die hierboven bedoelde publieke uitingen, waaronder tevens begrepen dergelijke uitingen op social media platforms, waaronder in ieder geval Facebook, LinkedIn, Twitter, Instagram, TikTok, SnapChat, WhatsApp, Facebook Messenger, Telegram, Pinterest en Reddit, binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis te verwijderen en verwijderd te houden, gedaagden met onmiddellijke ingang te bevelen zich te onthouden van het opzetten van of betrokken zijn bij websites, weblog of forums waarop onrechtmatige uitlatingen jegens ING c.s. worden gedaan; gedaagden met onmiddellijke ingang te bevelen iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser sub 2] , Rox Legal, mr. [eiser sub 4] , mr. [eiser sub 5] en mr. [eiser sub 6] , direct of indirect te staken en gestaakt te houden, waaronder in ieder geval begrepen de gebruikmaking van de kantoorlogo’s van [eiser sub 2] en Rox Legal, en foto’s van dienstverleners (mr. [eiser sub 4] , mr. [eiser sub 5] en mr. [eiser sub 6] ); gedaagden met onmiddellijke ingang te bevelen om iedere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van ING en haar medewerkers (in het bijzonder de heer [naam 2] ) en van de overige eisers te staken en gestaakt te houden, waaronder in ieder geval tevens begrepen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.