RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751769-18 RK nummer: 18/6517 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Uitleveringswet van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 20 september 2018, onder meer strekkende tot het in behandeling nemen van het door tussenkomst van de Minister van Justitie en Veiligheid ontvangen verzoek van de Amerikaanse autoriteiten tot uitlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Verenigde Staten van Amerika) op [geboortedag] 1971, verblijvende op het adres [adres] . hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang. De rechtbank heeft op 13 juni 2019 de opgeëiste persoon, mr. C. Scheurwater, die namens zijn raadsman, mr. R.A. Kaarls, advocaat te Den Haag is verschenen, en de officier van justitie ter openbare zitting gehoord. De rechtbank heeft het onderzoek voor bepaalde tijd geschorst vanwege het feit dat de raadsman pas kortgeleden de verdediging op zich had genomen. Het onderzoek is , met toestemming van partijen, voortgezet op de openbare zitting van 25 juni 2019 in de stand waarin het zich op 13 juni 2019 ten tijde van de schorsing bevond. De rechtbank heeft de opgeëiste persoon, zijn raadsman mr. C. Scheurwater en de officier van justitie gehoord. De rechtbank heeft op 9 juli 2019 tussenuitspraak gedaan, waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst om de officier van justitie, door tussenkomst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, in de gelegenheid te stellen de in de tussenuitspraak genoemde vragen/verzoeken aan de autoriteiten van de Verenigde Staten voor te leggen. Het onderzoek is, met toestemming van partijen, voortgezet op de openbare zitting van 19 september 2019 in de stand waarin het zich op 9 juli 2019 ten tijde van de schorsing bevond. De rechtbank heeft de opgeëiste persoon, zijn raadsman en de officier van justitie gehoord. De rechtbank heeft op 3 oktober 2019 opnieuw een tussenuitspraak gewezen, waarin het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een gedegen standpunt in te nemen over de beschikking van deze rechtbank, afdeling privaatrecht, van 26 juni 2019 (zie hierna) en de eventuele betekenis daarvan voor het aannemen van de dubbele strafbaarheid, nu de officier van justitie pas op de zitting van 19 september 2019 van deze beschikking op de hoogte was geraakt. Het onderzoek is op de openbare zitting van 26 november 2019 – met instemming van partijen – voortgezet in de stand waarin het zich op 19 september 2019 bevond. De rechtbank heeft de opgeëiste persoon, zijn raadsman mr. C. Scheurwater en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, gehoord. De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 17 december 2019 het onderzoek heropend en geschorst in afwachting van de beslissing van het Gerechtshof Amsterdam, naar aanleiding van het hoger beroep dat is ingesteld tegen de beschikking van 26 juni 2019 van de afdeling privaatrecht van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft het onderzoek op 28 januari 2021 met instemming van partijen voortgezet. De rechtbank heeft de opgeëiste persoon, zijn raadsman mr. R.A. Kaarls en de officier van justitie mr. K. van der Schaft gehoord. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat zijn personalia als bovengenoemd, juist zijn en dat hij niet de Nederlandse, maar wel de Amerikaanse nationaliteit heeft. 2Het uitleveringsverzoek De uitlevering van de opgeëiste persoon wordt verzocht ten behoeve van strafvervolging ter zake van de verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een feit waarvoor zijn aanhouding is gelast en zoals omschreven in het aanhoudingsbevel van de Arrondissementsrechtbank Oostelijk District van Kentucky, Zuidelijke Divisie London (Verenigde Staten van Amerika). In haar tussenuitspraak van 9 juli 2019 heeft de rechtbank al vastgesteld welk verdrag en welke wet van toepassing zijn op de beoordeling van de toelaatbaarheid van het uitleveringsverzoek. Tevens is vastgesteld dat voldaan is aan artikel 9, derde lid, van het Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika, gesloten te ‘s-Gravenhage op 24 juni 1980 en op 15 september 1983 in werking getreden (Trb. 1980, 111, Trb. 1983, 133 en Trb. 2004, 299). 3Uitkomst van de civiele procedure in Nederland Op 17 december 2019 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep tegen de beschikking van de afdeling privaatrecht in deze rechtbank van 26 juni 2019 in de zaak C/13/655262 / FA RK 18-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.