Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2021:2072
RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummers: 8820616 EA VERZ 20-768 8840074 EA VERZ 20-787 8840188 EA VERZ 20-788 beschikking van: 28 april 2021 beschikking van de kantonrechter I n z a k e de besloten vennootschap Gingko Bilboa B.V. gevestigd te Amsterdam verzoekster in conventie verweerster in het tegenverzoek nader te noemen: Gingko gemachtigde: mr. J.A. Huijgen en mr. R.P.M.G. van den Boorn t e g e n de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging van appartementseigenaren Vereniging van Eigenaars [naam vereniging] gevestigd te [plaats] verweerster in hoofdzaak verzoekster tegenverzoek nader te noemen: de VVE gemachtigde: mr. K. Kroon VERLOOP VAN DE PROCEDURE In de zaak met nummer EA VERZ 20-768:
Op 15 oktober 2020 heeft Gingko een verzoek gedaan als bedoeld in artikel 5:121 BW, en daarnaast om vernietiging van een besluit verzocht op grond van artikel 5:130 BW.
De VVE heeft daarop een verweerschrift met voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek met producties ingestuurd.
In de zaak met nummer EA VERZ 20-787:
Op 23 oktober 2020 heeft Gingko vernietiging van een besluit verzocht als bedoeld in artikel 5:14 BW en 5:130 BW.
De VVE heeft daarop een verweerschrift met voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek met producties ingestuurd.
In de zaak EA VERZ 20-788:
Op 23 oktober 2020 heeft Gingko ook een vernietiging van een besluit verzocht als bedoeld in artikel 5:14 BW en 5:130 BW.
VVE heeft daarop een verweerschrift met producties ingestuurd.
In alle zaken:
De Commissie plinten, belanghebbende, heeft een verweerschrift ingediend tegen de drie verzoeken.
Een aantal leden van de VVE hebben een verweerschrift ingediend.
McDonalds, belanghebbende, heeft ook een verweerschrift ingediend.
Ter terechtzitting van 20 januari 2020 heeft de mondelinge behandeling van deze drie zaken plaatsgevonden. Gingko is verschenen bij haar directeur [naam 1] , vergezeld door haar gemachtigden. Tevens was [naam 2] (development manager McDonalds) als belanghebbende namens McDonalds aanwezig. De VvE is verschenen bij haar bestuurder [naam 3] , vergezeld door haar gemachtigde. Tevens konden de leden van de VVE digitaal de zitting bijwonen. Tevens was [naam 4] en [naam 5] namens de belanghebbende, de Commissie Plinten aanwezig. Partijen en de belanghebbenden hebben ter zitting hun standpunten mede aan de hand van een pleitnota toegelicht.
De behandeling van de zaak is vervolgens aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de mogelijkheden van een minnelijke regeling te onderzoeken. Dit heeft niet tot een oplossing geleid.
Daarna zijn ingediend:een akte met producties van Gingko een akte met producties van VVE een akte met producties van Commissie Plinten.
Partijen en de Commissie Plinten hebben daarna schriftelijk op elkaars standpunten gereageerd.
Vervolgens heeft de VVE nog een laatste akte ingediend.Ten slotte is in de drie genoemde zaken beschikking gevraagd en is in die zaken een datum voor beschikking bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING Uitgangspunten 1. Uitgegaan wordt van het volgende.
1.1. Nabij de Gustav Mahlerlaan, Rosy Wertheimstraat en George Gershwinlaan te Amsterdam is een tweetal gebouwen gesitueerd. Beide gebouwen worden gezamenlijk The Gustav genoemd en worden afzonderlijk aangeduid als gebouw Noord en gebouw Zuid.
1.2. Bij akte van splitsing van 1 september 2017 zijn de gebouwen gesplitst in 217 appartementsrechten en is de VVE opgericht.
1.3. Gebouw Noord bestaat uit 96 appartementen en twee commerciële ruimtes op de begane grond en gebouw Zuid bestaat uit 48 appartementen en een ondergrondse stallingsgarage.
1.4. In de splitsingsakte staat onder meer:
Artikel 2 1 De eigenaars en de gebruikers moeten zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid jegens elkander gedragen. Iedere eigenaar en gebruiker dient voorts de bepalingen van het reglement, het eventuele huishoudelijke reglement, de eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, en overige tussen hen krachtens wet of gewoonte bestaande regels voor zover die op hem betrekking hebben, na te leven. (…) 2 Een eigenaar of gebruiker mag geen onredelijke hinder aan de andere eigenaars en gebruikers toebrengen. (…) Het laden en lossen in de normale uitoefening van het bedrijf met betrekking tot het privé gedeelte van het appartementsrechten met indexnummers 145 en 217 binnen de kaders van de normen zoals weergegeven in het “Activiteitenbesluit Milieubeheer” dan wel de te eniger tijd daarvoor in de plaats tredende wet- en/of regelgeving, waarbij gebruik wordt gemaakt van de aanbevelingen van Programma Piek, kwalificeert niet als onredelijke hinder. Er wordt geen onredelijke geluidshinder toegebracht bij het laden en lossen in de periode van acht uur tot twintig uur.
Voor de beoordeling of sprake is van geluidshinder terzake ondermeer de installaties, (on)versterkte muziek, pratende bezoekers van terrassen aan de voor- en achterzijde van het gebouw wordt uitgegaan van de standaardwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de woningen voor de periode tussen een en twintig uur en acht uur van maximaal vier en twintig decibel (24dB) en op de gevel van veertig decibel (40dB). (…) Gelijke regels als hiervoor vermeld gelden ook voor pratende bezoekers en bezoekers die op het terras zitten zowel op de voor- als achterzijde van het gebouw als voor het maken van onversterkte muziek.
De eigenaar/gebruiker van het appartementsrecht met indexnummer 145 dient er voor zorg te dragen dat er geen geluidsoverlast plaatsvindt van ongedierte waaronder, doch niet uitsluitend wordt verstaan kakkerlakken, zilvervisjes en faraomieren. (…) Regels ter voorkoming van geluidshinder of andere vormen van hinder en het behandelen van klachten met betrekking tot hinder kunnen nader bij huishoudelijk regelement worden vastgesteld. (…) Artikel 9 1 Tot de schulden en kosten van de gezamenlijke eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder 1 van het Burgerlijk Wetboek worden gerekend: (…) e. de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan het optreden als eiser of als verweerder door of namens de gezamenlijke eigenaars, onverminderd het bepaalde in artikel 13 derde lid; f. de premies verschuldigd uit hoofde van de verzekeringen, die door het reglement zijn voorgeschreven of waartoe ingevolge artikel 15 door de vergadering is besloten; (…) j. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de gezamenlijke eigenaars en als zodanig, daaronder begrepen de schulden en kosten die voortvloeien uit besluiten van de vergadering.
Artikel 13 (…) 3 Een eigenaar is verplicht alle door de vereniging gemaakte kosten, die van rechtskundige bijstand daaronder begrepen, voor het verhalen van het door die eigenaar aan de vereniging verschuldigde, zowel in als buiten rechte, aan de vereniging te vergoeden…”
Artikel 16 1 De vereniging voert het beheer over – en draagt de zorg voor het onderhoud van – de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken.
Voor zover vorenbedoelde zaken en gedeelten tevens dienen als vluchtweg mogen de overige eigenaars en gebruikers in geval van calamiteiten deze gedeelten wel als zodanig gebruiken.
Indien door de vergadering een sleutelplan wordt opgesteld, is elke eigenaar verplicht zich hieraan te houden.
De eigenaars/gebruikers van de stallingsplaatsen en scooterstallingsplaatsen zijn, in het geval zij geen eigenaar/gebruiker zijn van een woning in het gebouw, enkel gerechtigd om gebruik te maken van een lift en entreehal om de stallingsgarage te bereiken. Het is deze eigenaars/gebruikers niet toegestaan zich in andere gedeelten van het gebouw te begeven. Bij het sleutelplan dient hiermee rekening te worden gehouden.
Artikel 22 1 Iedere op-, aan-, onder- of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de vergadering is verboden.
2 Het zichtbaar aanbrengen in of aan het gebouw van naamborden, reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, windschermen, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers, (schotel)antennes, antennes van zendamateurs, luchtbehandelings- en koelinstallaties en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht hangen van wasgoed, mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement.
3 De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privé gedeelten bevinden.(..) Artikel 23 1. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het gebouw gewijzigd zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht.
2 Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik, het beheer en het onderhoud van de privé gedeelten nader worden geregeld. (…) Artikel 41 1 Bij overtreding of niet-nakoming van een der bepalingen van de wet, het reglement, van het huishoudelijk reglement of van een besluit van de vergadering door een eigenaar of door een gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding of niet-nakoming.
2 Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan het bestuur hem een eenmalige dagboete opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor zodanige overtredingen of niet-nakoming is bepaald voor elke overtreding of niet- nakoming, onverminderd de gehoudenheid van de betrokkene tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement.
Zolang de vergadering een dergelijke boete niet heeft bepaald, geldt een boete van tweehonderdvijftig euro (EUR 250,00) per dag voor zolang de overtreding duurt voor elke overtreding of niet-nakoming. (…) Artikel 49 Iedere eigenaar is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijke gevolmachtigde die al dan niet lid van de vereniging is, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen (..). Een bestuurder kan eveneens als gevolmachtigde optreden.
Iedere eigenaar en gevolmachtigde is bevoegd zich te doen vergezellen van een jurist of accountant die ter vergadering het woord mag voeren.
Artikel 58 1 De vergadering is bevoegd om commissies in te stellen, onder vaststelling van hun taakomschrijving.
1.5. De commerciële ruimtes zijn twee separate appartementsrechten, elk voorzien van een eigen ingang en worden van elkaar gescheiden door een gemeenschappelijke hal. De beide ruimtes hebben een eigen privé terras dat direct grenst aan de gemeenschappelijke binnentuin dat zich tussen de twee gebouwen bevindt. Grenzend aan deze binnentuin bevinden zich nog een aantal andere terrassen.
1.6. Op het dak van gebouw Noord bevindt zich een daktuin. In deze daktuin zijn twee installatiezones geplaatst die zijn bestemd voor gebruik ten behoeve van de (afvoeren) van de commerciële ruimten.
1.7. The Gustav is begin 2020 opgeleverd. Gingko is op 4 maart 2020 eigenaar geworden van de twee commerciële ruimtes in gebouw Noord, die volgens de splitsingsakte gebruikt mogen worden voor horecadoeleinden. Gingko is een vastgoedvennootschap en maakt deel uit van een groter concern.
1.8. Gingko heeft deze ruimtes verhuurd aan McDonald’s Nederland B.V. (verder: McDonalds), die in de twee ruimtes één restaurant wil beginnen. McDonalds wil in de ruimte met index 145 het restaurant vestigingen en de ruimte met index 217 gebruiken als magazijn, koel- en vriescel en vuilruimte.
1.9. Toen de VVE in mei 2020 vernam dat McDonalds zich wilde vestigen in de commerciële ruimten heeft zij met Gingko vanaf mei t/m begin september 2020 diverse malen geprobeerd contact daarover te krijgen, maar deze bleek steeds niet bereikbaar.
1.10. Op 24 augustus 2020 heeft McDonalds ondanks ingediende bezwaren van 80 omwonenden een omgevingsvergunning gekregen. De VVE heeft daartegen beroep ingesteld.
1.11. De VVE-leden die zich zorgen maakten over de komst van McDonalds hebben zich gegroepeerd in de Commissie Plinten.
1.12. Het bestuur van de VVE heeft op 16 september 2020 een uitgebreide vragenlijst van de eigenaren over de komst en het gebruik van de commerciële ruimten door McDonalds aan Gingko gestuurd.
1.13. Op 18 september 2020 heeft een overleg plaatsgevonden op het hoofdkantoor van McDonalds. McDonalds heeft toen haar wijze van bedrijfsvoering toegelicht.
1.14. Op 28 september 2020 heeft een digitale algemene ledenvergadering van de VVE plaatsgevonden. De aanwezigheid van twee vertegenwoordigers/deskundigen van McDonalds werd niet toegestaan.Het onderstaande verzoek van Gingko om toestemming te verlenen het gebouw te wijzigen voor gebruik door McDonalds is toen afgewezen:A het aanbrengen van wijzigingen in de gevel van de commerciële ruimtenB het aanbrengen van naamborden en een uithangbord aan de gevel;C het plaatsen van een warmtepomp op het dak van gebouw Noord;D het vergroten van de diameter van de mantelbuizen in de kelderwand ten behoeve van de verzwaren van de nutsvoorzieningen.
1.15. Het verzoek van de VVE, om in te stemmen met de Commissie Plinten met daarmee samenhangend het beschikbaar stellen van een budget voor deze commissie is op de vergadering aangenomen.
1.16. In de vergadering is voorts een huishoudelijk reglement (HHR) vastgesteld. Deze luidt voor zover van belang als volgt:
Considerans… De eigenaren en gebruikers wensen in de gemeenschappelijke ruimten, waaronder daktuin, vides, binnentuin en de hal in het gebouw Noord op de begane grond, zoveel mogelijk rust te bewaren en te houden. Achtergrond hiervan is dat verschillende eigenaars en gebruikers van het gebouw geen eigen buitenruimte hebben. Zij kunnen enkel –voor wat het gebouw betreft- zich in de buitenlucht begeven in de binnentuin en/of daktuin van het gebouw Noord (voor zover het eigenaars of gebruikers betreft van het gebouw Noord). Daarnaast bevindt de toegangsdeur van het gebouw Zuid zich in de binnentuin.
Artikel 3 Het gebouw, waaronder uitdrukkelijk wordt begrepen alle gemeenschappelijke ruimten, is uitsluitend toegankelijk voor eigenaars, gebruikers, hun bezoekers (waaronder uitdrukkelijk niet wordt begrepen: bezoekers van de commerciële ruimten), onderhoudsmedewerkers en leveranciers. Bezoekers van de commerciele ruimte, alsmede natuurlijke personen die een dienstverband hebben bij de uitbater van de commerciële ruimten hebben geen toegang tot de gemeenschappelijke ruimten van het gebouw en iedere eigenaar dient daarop ook toe te zien; zij hebben dus uitsluitend toegang tot de commerciële ruimten. (…) Artikel 4 (…) Het is verboden in het gebouw, met uitzondering van de commerciële ruimten, bedrijfsmatige activiteiten in welke vorm dan ook uit te oefenen, tenzij de algemene vergadering daartoe anders besluit. Daaronder wordt in elk geval, maar niet uitsluitend, begrepen het laden en lossen van goederen op, via, door of in de gemeenschappelijke ruimten.
Het is verboden dat de gevelopeningen van de commerciële ruimten tot overdracht van geluid, damp, rook, geur en vervuilde lucht leiden voor eigenaars en gebruikers.
Mogelijke hinder voor eigenaars en gebruikers van het gebouw dient op iedere mogelijk wijze te worden voorkomen. Ook is het niet toegestaan dat (elektronischte) apparatuur in de gemeenschappelijke ruimten en/of commerciële ruimten tot permanente en/of regelmatige geluid-, geur- en lichthinder leiden.
Activiteiten in de privéruimten, gemeenschappelijke (buiten)ruimten en de commerciële ruimten mogen niet op enige wijze leiden tot (…) geurhinder, geluidhinder, lichthinder, ongedierte en (sociale)onveiligheid. (…) Artikel 20:
In alle gevallen waarin dit Huishoudelijk Reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Bij overtreding van een der bepalingen van de wet, het Reglement of dit Huishoudelijk Reglement door een eigenaar of gebruiker, kunnen door het bestuur maatregelen getroffen worden om naleving af te dwingen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit een waarschuwing met een termijn voor nakoming/ongedaanmaking van de overtreding, een door het bestuur opgelegde boete of uit voorlegging van het geschil bij de (kanton)rechter. De hoogte van de boete is afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding, en kan variëren van EUR 100,- tot EUR 5.000,- per overtreding met eenzelfde bedrag per dag voor zolang de overtreding duurt voor elke overtreding of niet nakoming, zulks ter beoordeling van het bestuur. Ontvangen boetes komen ten gunste aan de vereniging. Boetes en schades krachtens dit Huishoudelijk Reglement zijn direct opeisbaar en verschuldigd, onverminderd de verplichting om schade te vergoeden. Betalingen worden niet opgeschort onder verwijzing naar eventuele verzekeraars die de schade vergoeden. Ieder recht op opschorting of verrekening vanwege welke vordering op de vereniging ook is uitgesloten.
1.17. Bij e-mail van 14 december 2020 heeft de VVE een afgeslankte vorm van de vragenlijst aan Gingko gestuurd.
1.18. McDonalds heeft op 16 december 2020 een exploitatievergunning gekregen. De VVE heeft daartegen beroep ingesteld.
1.19. Bij brief van 27 januari 2021 heeft Gingko de vragenlijst van de VVE beantwoord.
In de zaak EA 20-768 Verzoeken en standpunten van partijen 2. Gingko verzoekt de kantonrechter om bij beschikking de volgende beslissing te nemen:A Vervangende machtiging als bedoeld in artikel 5:121 lid 1 BW te verlenen met betrekking tot de door Gingko verzochte toestemmingen overeenkomstig het als productie 9 bij verzoekschrift overgelegde memo voor: Besluitvoorstel 1: Wijziging in de gevel van de commerciële ruimten Besluitvoorstel 2: Aanbrengen van naamborden en uithangbord aan de gevel; Besluitvoorstel 3: Plaatsing van een warmtepomp op het dak van gebouw Noord; Besluitvoorstel 4: Vergroting van de diameter van de mantelbuizen in de kelderwand ten behoeve van de verwarming van de nutsvoorzieningen.B Voor zover vereist, het besluit van de (algemene ledenvergadering van de) VVE van 28 september 2020 met betrekking tot de door Ginko ingestelde toestemmingsverzoeken wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid te vernietigen als bedoeld in artikel 5:130 lid 1 BW, met veroordeling van de VVE in de kosten van het geding.
Voorwaardelijk tegenverzoek 5. De VVE is, indien de vervangende toestemming wordt verleend, van oordeel dat zij voorwaarden kan verbinden aan het gebruik door McDonalds.
Het betreft onder meer de meerkosten van de (aansprakelijkheids- en opstal) verzekering, alsmede de kosten van herstel en renovatie;G bij beëindiging van de huurovereenkomst met McDonalds Gingko alle aangebrachte wijzigingen ongedaan dient te maken en de situatie in de oorspronkelijke toestand dient te herstellen;H Gingko de geluidseis die volgt uit het memo van Antea tot uitgangspunt dient te nemen bij de realisatie van de warmtepompinstallatie in de daktuin, hetgeen met zich meebrengt dat zij een omkasting dient aan te brengen die het geluid met minimaal 43 dB reduceert. De omkasting, althans het ontwerp dient vooraf ter goedkeuring aan de ledenvergadering te worden voorgelegd.
Beoordeling in de zaak EA 20-768 7. In de zaak EA VERZ 20-768 gaat het om het volgende. Bij besluit van 28 september 2020 heeft de VVE de door Gingko verzochte toestemming geweigerd voor het doen van aanpassingen aan de gemeenschappelijke delen van gebouw Noord van The Gustav. Die toestemming is op grond van artikel 22 lid 2 en 3 van de splitsingsakte vereist. Gingko verzoekt de kantonrechter de beslissing van de VVE te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid en alsnog vervangende toestemming te verlenen voor het doen van de aanpassingen.
Een besluit is dus niet reeds vernietigbaar simpelweg omdat de vergadering van eigenaars de tegengestelde belangen van verschillende appartementseigenaren ook op een andere wijze had kunnen waarderen en dat bij zo’n andere waardering van de belangen een ander besluit genomen had kunnen worden. Het besluit behoort niet door de kantonrechter aan zo’n volle toetsing te worden onderworpen. Die ruime beoordelingsmarge heeft de kantonrechter niet. Daarmee zou afbreuk worden gedaan aan de beslissingsvrijheid die nu eenmaal toekomt aan een rechtspersoon, in dit geval de VVE. Voor vernietiging van het besluit is dan ook alleen maar plaats indien de vergadering van eigenaars in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen en de vergadering de gevraagde toestemming zonder redelijke grond heeft geweigerd.
Deze algemene mededelingen hebben de zorgen van de eigenaren echter niet helemaal kunnen wegnemen omdat de specifieke plannen met betrekking tot de exploitatie van de ruimten in The Gustav niet werden uiteengezet en niet concreet werd ingegaan op de lijst met vragen van de eigenaren. Uit de overgelegde stukken blijkt dat Gingko op 18 september 2020, dat is 10 dagen voor de vergadering, haar verzoeken om aanpassing van het gebouw heeft ingediend. Het bestuur van de VVE heeft Gingko in de dagen voorafgaand aan de vergadering in meerdere e-mailberichten afgeraden de aanpassingsverzoeken in stemming te brengen omdat er bij de leden te veel onduidelijk was over die aanpassingen. Het bestuur heeft aangeboden bereid te zijn op korte termijn een nieuwe vergadering uit te schrijven zodat Gingko tijd werd gegund nadere informatie te verschaffen.
Gingko heeft dit advies niet opgevolgd. De toestemming voor aanpassing is vervolgens op de VVE vergadering van 28 september 2020 besproken. Uit de conceptnotulen blijkt dat Gingko ook op de vergadering onvoldoende concreet is ingegaan op de gestelde vragen van leden over de aanpassingen. De toestemming is vervolgens met grote meerderheid van stemmen geweigerd.
Aan de bestemming van commerciële ruimte als bedoeld in artikel 25 van de splitsingsakte wordt eveneens voldaan door het gebruik van 217 als opslag ten behoeve van nummer 145. De opslagruimte op index 217 is gelet op de functie nauw verbonden en dienstbaar aan het voor het publiek toegankelijke deel met tafels en de keuken op index 147. Zonder mogelijkheid van opslag kan een restaurant niet worden uitgeoefend. Dat in de bewoordingen ‘commerciële ruimte’ besloten ligt dat beide ruimtes zelfstandig voor het publiek toegankelijk moeten zijn is onvoldoende onderbouwd, en ook niet meteen duidelijk gelet op het belang dat de eigenaren bij een rustig woongenot hebben, afgezien van hetgeen onder 16. wordt besproken.
Dit betekent dat geen sprake is van gebruik in strijd met de in de splitsingsakte omschreven bestemming.
In de zaak EA 20-788 Verzoeken en standpunten van partijen 18. In de zaak EA 20-788 verzoekt Gingko:A primair voor recht te verklaren dat het besluit inhoudende de vaststelling van de artikel 3, 4 en 20 van het Huishoudelijke Reglement op grond van artikel 2:14 BW nietig is wegen strijd met de wet en/of de splitsingsakte;B subsidiair om vernietiging van deze besluiten wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Artikel 3 van het HHR vormt een beperking van de gebruiksmogelijkheden van Gingko. Een uitsluiting van het gebruik van de gemeenschappelijke delen kan niet in een HHR worden geregeld, zonder een daartoe in de akte van splitsing geboden mogelijkheid, en is daarom nietig. Artikel 3 is volgens haar bovendien in strijd met art. 20 lid 1 van de akte van splitsing omdat daarin aan iedere eigenaar en gebruiker het recht wordt toegekend de gemeenschappelijke delen te gebruiken. Uitzonderingen daarop zijn limitatief opgesomd in artikel 20 lid 1 t/m 4. Artikel 3 HHR maakt een ongeoorloofd onderscheid tussen gebruikers van de commerciële ruimtes en gebruikers van de appartementen. Gingko wijst erop dat op de algemene ledenvergadering een huishoudelijk reglement is vastgesteld dat op een aantal onderdelen er specifiek op is gericht om gebruikmakend van de meerderheid die de eigenaars van de woning hebben om de rechten van de eigenaar van de commerciële ruimte om gebruik te maken van gemeenschappelijke delen uit te sluiten of te beperken.
Beoordeling in de zaak EA 20-788 21. Ingevolge artikel 5:128 lid 1 BW kan de VVE door middel van het HHR nadere regels stellen omtrent het gebruik van de gemeenschappelijke delen voor zover de akte van splitsing daarover geen bepalingen bevat. Hieruit volgt dat het HHR een uitwerking van de splitsingsakte bevat en slechts een aanvulling mag zijn indien de splitsingsakte dat uitdrukkelijk toestaat.
Artikel 3 HHR 23. Ingevolge artikel 3 HHR is het gebouw en de gemeenschappelijke delen niet toegankelijk voor de bezoekers van de commerciële ruimten. Nu bezoekers geen eigenaar of gebruiker van de appartementsrechten zijn, is artikel 3 HHR, voor zover het de bezoekers betreft, niet in strijd met de splitsingsakte.
Artikel 4 HHR 26. Ingevolge artikel 2 lid 2 van de akte van splitsing mag een eigenaar of gebruiker geen onredelijke hinder aan de andere eigenaars/gebruikers toebrengen. Het laden en lossen in de normale uitoefening van het bedrijf met betrekking tot de commerciële appartementsrechten kwalificeert naar het oordeel van de kantonrechter niet als onredelijke hinder binnen de kaders van de normen zoals weergegeven in het “Activiteitenbesluit Milieubeheer” dan wel de te eniger tijd daarvoor in de plaats tredende wet- en/of regelgeving, waarbij gebruik wordt gemaakt van de aanbevelingen van Programma Piek.
Artikel 20 HHR 29. Ingevolge artikel 41 lid 1 en 2 van de akte van splitsing dient, alvorens een boete wordt opgelegd, eerst gewaarschuwd te worden. Voor zover artikel 20 van het HHR in staat stelt boetes op te leggen zonder eerst te waarschuwen, is dit artikel in strijd met het reglement en derhalve nietig. Ingevolge het HHR wordt de hoogte van de boete door het bestuur bepaald terwijl in de splitsingsakte is bepaald dat de hoogte van de boete door de VVE wordt vastgesteld. Dit is derhalve ook in strijd met de splitsingsakte en derhalve nietig. Op grond van het bovenstaande zal artikel 20 HHR nietig worden verklaard.
In de zaak EA 20-787 Verzoek en standpunten van partijen 31. In de zaak EA 20-787 verzoekt Gingko:A het besluit van de vergadering van de VVE van 28 september 2020 inhoudende de instelling van de Commissie Plinten te vernietigen wegens strijd met artikel 2:8 jo 5:130 lid 1 BW;B het besluit van de vergadering van de VVE van 28 september 2020 inhoudende de toekenning van een budget van € 20.000,00 voor juridische werkzaamheden nietig te verklaren althans te vernietigen wegens strijd met artikel 2 jo 5:130 lid 1 BW;C de VVE te veroordelen in de kosten van het geding.
Beoordeling in de zaak EA 20-787 35. In geschil is of het besluit van de VVE om de Commissie Plinten in te stellen nietig dan wel vernietigbaar is. Een besluit van een orgaan van een rechtspersoon zoals de VVE dat in strijd is met de wet of de statuten, is nietig op grond van artikel 2:14 lid 1 BW in samenhang met artikel 5:124 lid 2 BW. Voor de toepassing van deze wetsartikelen worden de statuten gelijkgesteld met de splitsingsakte van een VVE (artikel 5:129 lid 1 BW). Overeenkomstig hetgeen hiervoor is overwogen (zie onder 8) dient de kantonrechter het besluit marginaal te toetsen voorzover een beroep is gedaan op de strijd met de redelijkheid en billijkheid. Beoordeeld zal worden of de VVE bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen.
Onduidelijk is of Gingko uitdrukkelijk heeft verzocht om tot de commissie te mogen toetreden. Maar ook als zou komen vast te staan dat een verzoek van Gingko is of wordt afgewezen, dan is van onaanvaardbare benadeling geen sprake. Gingko is een vastgoedvennootschap en maakt deel uit van een groter concern. Zij laat zich juridisch bijstaan en wordt geacht ook zonder deelneming aan een commissie voldoende in staat te zijn zelfstandig haar (minderheids)belangen voor het voetlicht te brengen ten behoeve van besluitvorming. Dat de Commissie Plinten voorafgaand aan de vergadering van 28 september 2020 al een aantal keren informeel bij elkaar is gekomen zonder dat Gingko daarbij betrokken is geweest, maakt dit niet anders.
Het staat eigenaren vrij om zich voorafgaande aan besluitvorming te groeperen in een commissie en om overleg met elkaar te hebben. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de voorbereiding en totstandkoming van het besluit tot instellen van de Commissie Plinten voldoende zorgvuldig plaatsgevonden. Van misbruik van recht is geen sprake. Gelet op het voorgaande heeft de VvE haar besluit bij afweging van de betrokken belangen naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid kunnen nemen. Het verzoek tot vernietiging van het besluit wordt afgewezen.
Beslissing De kantonrechter:
In de zaak EA 20-768 I wijst het verzoek af;
II veroordeelt Gingko in de kosten van deze procedure aan de zijde van de VVE gevallen en begroot deze op € 498,00 voor salaris gemachtigde;
III veroordeelt Gingko in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 18,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Gingko niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;In de zaak EA 20-787 IV verklaart voor recht dat artikel 3 HHR nietig is, voor zover het betreft het personeel van de gebruiker;
V verklaart voor recht dat de artikelen 4 en 20 HHR nietig zijn;
VI veroordeelt de VVE in de kosten van deze procedure aan de zijde van Gingko gevallen en begroot deze op € 124,00 griffierecht en op € 498,00 voor salaris gemachtigde;
VII veroordeelt de VVE in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 18,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat de VVE niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;
In de zaak EA 20-788 VIII wijst het verzoek af;
IX veroordeelt Gingko in de kosten van deze procedure aan de zijde van de VVE gevallen en begroot deze op € 498,00 voor salaris gemachtigde;
X veroordeelt Gingko in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 18,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Gingko niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;
In alle zaken XI wijst het meer of anders gevorderde af;
XII verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.