beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/081610-21 RK: 21/2058 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager], geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats], wonende op het adres [adres], [plaats], klager. 1De procesgang Het klaagschrift is op 15 april 2021 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. Gelet op de omstandigheden rondom het coronavirus heeft in onderhavige zaak geen raadkamerzitting plaatsgevonden. Zowel de officier van justitie, mr. P. van Laere, als klager hebben per e-mail aangegeven dat een behandeling van het klaagschrift zonder zitting kan plaatsvinden en dat volstaan kan worden met een uitwisseling van schriftelijke standpunten per e-mail. De rechtbank heeft op 23 april 2021 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en klager ontvangen. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager heeft in het klaagschrift – kort samengevat – naar voren gebracht dat zijn handelen in geen enkele situatie goed te praten valt. De invordering en inhouding van zijn rijbewijs hebben een grote indruk op hem gemaakt. Klager meent het rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk. Hij verricht polijst- en schuurwerkzaamheden op onregelmatige werktijden, controleert zzp’ers die deze werkzaamheden met hem verrichten en hij is verantwoordelijk voor de inkopen. Klager is afhankelijk van zijn rijbewijs omdat hij diverse adressen op uiteenlopende locaties dient te bezoeken en hij dient materiaal voor zijn werk mee te nemen. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel de richtlijnen van het Openbaar Ministerie als de LOVS-oriëntatiepunten in zaken als deze gelijkelijk streng zijn. De officier van justitie heeft verder aangegeven dat er nog geen datum bekend is voor de OM-hoorzitting en dat zij heeft gezien dat klager op 16 maart 2021 is aangehouden in het verkeer, terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. De officier van justitie zou bij een inhoudelijke zitting (bij de gevoegde zaken) een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen van 8 maanden waarvan 4 weken voorwaardelijk vorderen. Gelet op het voorgaande kan het klaagschrift volgens de officier van justitie gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het rijbewijs zou per 24 juli 2021 kunnen worden geretourneerd aan klager. 4De beoordeling Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8 lid 2 WVW 1994, gepleegd op de Marnixstraat te Amsterdam op 14 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.