← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:2287

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht RK: 21/2192 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] , [plaats] , woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. B. Jansen, [kantooradres] , klager. 1De procesgang Het klaagschrift is op 21 april 2021 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. Gelet op de omstandigheden rondom het coronavirus heeft in onderhavige zaak geen raadkamerzitting plaatsgevonden. Zowel de officier van justitie, mr. P. van Laere, als de raadsman van klager, mr. Jansen, hebben per e-mail aangegeven dat een behandeling van het klaagschrift zonder zitting kan plaatsvinden en dat volstaan kan worden met een uitwisseling van schriftelijke standpunten per e-mail. De rechtbank heeft op 24 en 26 april 2021 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van klager ontvangen. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. De raadsman heeft in het klaagschrift – kort samengevat – allereerst naar voren gebracht dat klager zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk. Klager werkt door heel Nederland als vloerenlegger en kan niet werken zonder zijn rijbewijs. Verder heeft de raadsman naar voren gebracht dat klager een first offender is en niet bekend is met snelheidsovertredingen. Tot slot heeft de raadsman betoogd dat een (deels) voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (OBM) een reëel scenario is, maar dat binnen de gegeven marges een langere inhouding een te groot voorschot vormt op de mogelijke OBM. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager nog erg jong is, maar al twee strafbeschikkingen heeft gekregen voor verkeerszaken. De officier van justitie wil rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van klager en met het feit dat aan hem nog niet eerder een OBM is opgelegd. De officier van justitie zou bij een inhoudelijke zitting een OBM van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk vorderen. Gelet op het voorgaande kan het klaagschrift volgens de officier van justitie gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het rijbewijs zou per 16 mei 2021 kunnen worden geretourneerd aan klager. 4De beoordeling Tegen klager is op proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd op de Karspeldreef te Amsterdam op 16 april

  1. Het proces-verbaal houdt in dat klager de maximumsnelheid, aangegeven door bord model A1, na wettelijke correctie heeft overschreden met 51 kilometer per uur. Op 16 april 2021 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd. Op 22 april 2021 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs voor twee manden tot uiterlijk 15 juni 2021 wordt ingehouden. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 22 april 2021 blijkt onder meer dat klager eerder is veroordeeld voor overtreding van de WVW
  2. Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen klager behandeld zal worden. De rechtbank overweegt het volgende. De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, nu het vermoeden bestaat dat klager de maximumsnelheid met 50 kilometer per uur of meer heeft overschreden en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager is niet uitgesloten dat de officier van justitie op de TOM-zitting dan wel de kantonrechter te zijner tijd in de strafzaak ruimte ziet een inhouding van het rijbewijs voor een kortere duur te compenseren met een (hogere) geldboete, taakstraf of het opleggen van een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zodat klager zijn rijbewijs terug dient te krijgen met ingang van 16 mei
  3. Dit laat onverlet de mogelijkheid voor de officier van justitie of kantonrechter om later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen die de duur van inhouding overtreft. Het beklag zal gegrond verklaard worden, voor zover het rijbewijs van klager wordt ingehouden na 16 mei
  4. 5De beslissing De rechtbank verklaart het beklag gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 16 mei
  5. De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager, met ingang van 16 mei
  6. Deze beslissing is gegeven op 3 mei 2021 door mr. M.A.E. Somsen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier. Tegen deze beslissing staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.