beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht RK: 21/2192 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] , [plaats] , woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. B. Jansen, [kantooradres] , klager. 1De procesgang Het klaagschrift is op 21 april 2021 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. Gelet op de omstandigheden rondom het coronavirus heeft in onderhavige zaak geen raadkamerzitting plaatsgevonden. Zowel de officier van justitie, mr. P. van Laere, als de raadsman van klager, mr. Jansen, hebben per e-mail aangegeven dat een behandeling van het klaagschrift zonder zitting kan plaatsvinden en dat volstaan kan worden met een uitwisseling van schriftelijke standpunten per e-mail. De rechtbank heeft op 24 en 26 april 2021 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van klager ontvangen. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. De raadsman heeft in het klaagschrift – kort samengevat – allereerst naar voren gebracht dat klager zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk. Klager werkt door heel Nederland als vloerenlegger en kan niet werken zonder zijn rijbewijs. Verder heeft de raadsman naar voren gebracht dat klager een first offender is en niet bekend is met snelheidsovertredingen. Tot slot heeft de raadsman betoogd dat een (deels) voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (OBM) een reëel scenario is, maar dat binnen de gegeven marges een langere inhouding een te groot voorschot vormt op de mogelijke OBM. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager nog erg jong is, maar al twee strafbeschikkingen heeft gekregen voor verkeerszaken. De officier van justitie wil rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van klager en met het feit dat aan hem nog niet eerder een OBM is opgelegd. De officier van justitie zou bij een inhoudelijke zitting een OBM van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk vorderen. Gelet op het voorgaande kan het klaagschrift volgens de officier van justitie gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het rijbewijs zou per 16 mei 2021 kunnen worden geretourneerd aan klager. 4De beoordeling Tegen klager is op proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd op de Karspeldreef te Amsterdam op 16 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.