RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751180-19 RK nummer: 19/1906 Datum uitspraak: 15 april 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 maart 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 januari 2019 door the Regional Court in Poznań (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1985, wonend op het adres: [adres opgeëiste persoon] , hierna te noemen: de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 21 mei 2019 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 mei 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst tot de zitting van 4 juli 2019 in afwachting van informatie over de vonnissen die ten grondslag liggen aan het cumulatieve vonnis. Zitting 4 juli 2019 Het onderzoek ter zitting is, met instemming van partijen, op 4 juli 2019 hervat in de stand waarin het zich ten tijde van de schorsing van het onderzoek bevond.Gehoord zijn de officier van justitie mr. R. Vorrink en de opgeëiste persoon, bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW (oud) uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. Dit impliceert dat de rechtbank ook heeft bedoeld de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW (oud) uitspraak moet doen met dertig dagen te verlengen. De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van informatie over de vonnissen die ten grondslag liggen aan het cumulatieve vonnis, alsmede informatie over de wijze waarop de opgeëiste persoon bekend is geraakt met de dagvaarding die heeft geleid tot het cumulatieve vonnis. Zitting 15 april 2021 Het onderzoek ter zitting is, met instemming van partijen, op 15 april 2021 hervat in de stand waarin het zich ten tijde van de schorsing van het onderzoek bevond.Gehoord zijn de officier van justitie mr. M. Diependaal en de opgeëiste persoon, bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een cumulative judgment of the District Court in Zlotów van 12 april 2017 (referentie: II K 56/17). Uit aanvullende informatie blijkt dat er drie vonnissen aan dit cumulatieve vonnis ten grondslag liggen. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde cumulatieve vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.